De Leestafel

de geheime banden tussen Europa en de Arabische wereld
Bat Ye’or
In September 2007 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff de vertaling van het bekende boek Eurabia. Het is een belangrijk boek dat elke Europeaan eigenlijk gelezen zou moeten hebben. Hier volgt het voorwoord van de Nederlandse vertaling zoals dat door de bekende Nederlandse Arabist Hans Jansen voor het boek is geschreven:Dit boek is eigenlijk geen boek maar een dossier. Het is een dossier dat iets ongeloofwaardigs wil aantonen, en van de lezer verwacht dat hij bereid is de rol van jurylid te vervullen. Er is in dit dossier namelijk sprake van een ernstige beschuldiging: Europa zou stelselmatig en mogelijks zelfs welbewust ontdaan worden van haar eigen identiteit.
Europa, vreest Bat Ye’or, is aan het veranderen in een werelddeel dat beter Eurabië dan Europa genoemd zou kunnen worden, vanwege de diepgaande en groeiende invloed die de normen en waarden van de Arabisch-islamitische wereld er uitoefenen. Deze transformatie, meent zij, gaat ten koste van de traditionele Westerse normen en waarden van openheid, waarheidsliefde, gelijkberechtigdheid van een ieder, secularisme, vrijheidszin, vrijheid van godsdienst en meningsuiting, mensenrechten, en natuurlijk vooral de scheiding van kerk en staat dan wel godsdienst en politiek.
Bat Ye’or beschuldigt Europese leiders ervan samen met hun Arabische collega’s een Eurabia-ideologie geschapen te hebben die Europa welbewust kleineert en ‘culpabiliseert’, dat wil zeggen: ‘in het beklaagdenbankje plaatst’, een typische Bat Ye’or term. Tegelijkertijd gaat deze ideologie voorbij aan de goedgedocumenteerde schendingen van de mensenrechten die eeuwenlang in de islamitische landen plaats hebben gehad, vooral ten opzichte van niet-moslims, slaven en vrouwen.
De Eurabia-ideologie stelt daar een onwetenschappelijke onhistorische idyllische fantasie tegenover waarin joden, christenen, slaven, en vrouwen, uiteraard onder islamitisch oppergezag, er eeuwenlang beter aan toe geweest zouden zijn dan in het christelijke Europa ooit mogelijk geweest zou zijn. Met name de geschiedenis van Andalusië, het deel van Spanje dat door de Arabieren veroverd is en dat een aantal eeuwen onder Arabisch oppergezag heeft gestaan, is regelmatig het slachtoffer van verdraaiing in Eurabische zin. De wetenschaps125%geschiedenis is evenmin veilig voor de aanhangers van deze ideologie, die ten onrechte allerlei wetenschappelijke prestaties en interesses aan de Arabieren toeschrijft, ongeveer zoals vroeger in de Sovjet-Unie geleerd werd dat ook het wiel een Sovjet-uitvinding was.
Ook beijvert deze ideologie zich er voor de kruistochten moreel gelijk te stellen met de islamitische plicht tot jihad. Dit laatste grenst haast aan het ongelofelijke voor wie naar de feiten heeft gekeken. De kruistochten hebben zich gericht op één provincie van het Midden-Oosten, de jihad richt zich op de gehele wereld. Toen de eerste kruistocht ondernomen werd, hadden de moslims al eeuwenlang jihad gevoerd tegen de volkeren van zowel Europa, Azië als Afrika. De laatste kruisvaarder is bovendien al eeuwen geleden ter aarde besteld, maar jihadisten zijn er tot op de dag van vandaag nog steeds in overvloed.
Het van oorsprong judeo-christelijke Europa is ooit onderdeel van het Romeinse rijk geweest. Het is de bakermat en het bolwerk van de Verlichting. Europa is het werelddeel waar de moderne wetenschap uitgevonden en tot bloei is gekomen. Dat (in principe) zo tolerante en vrijheidslievende Europa dreigt haar culturele erfenis te verkwanselen, stelt Bat Ye’or, in een sluipend proces van aanpassingen aan de Arabische en de Islamitische wereld. Dat is niet goed, en dat zal nog tot veel moeilijkheden leiden. Want hoe je jet ook keert of wendt, de Arabisch-Islamitische wereld is niet vrijheidslievend en niet tolerant, zelfs niet in principe.
Dit door Bat Ye’or beschreven proces van aanpassing en opschuiving onttrekt zich aan democratische controle. Europese politici en beleidsmakers hebben nooit aan de kiezers de vraag voorgelegd of al die Europese samenwerkingsverbanden met de Arabische wereld wel of niet de zegen van het electoraat of het parlement hebben. Over de beloften die in die samenwerkingsverbanden worden gedaan, en de afspraken die daar gemaakt worden, bijvoorbeeld over migratie en cultuur, hoeven Europese politici zich niet te verantwoorden. Het gaat immers, wordt wel betoogd, slechts om diplomatieke frasen zonder veel inhoud, frasen die uitsluitend geuit worden om de prettige sfeer niet te verstoren die nu eenmaal onlosmakelijk verbonden is aan internationaal overleg op hoog niveau. Al die Euro-Arabische communiqués willen alleen maar de goede wil van alle betrokkenen onderstrepen, en goede wil is nog geen beleid. Was het maar zo.
De politici en beleidsmakers uit het Midden-Oosten hoeven zich over de gemaakte afspraken en de gedane beloften al helemaal niet tegenover kiezers te verantwoorden, want de regeringen in de Arabisch-islamitische wereld zijn niet onderworpen aan de beoordeling door een electoraat. Zij hebben de macht omdat zij de macht hebben. De Arabische landen zijn dan ook dictaturen waar de vrijheid soms wat groter maar ook wel eens wat kleiner is dan in de voormalige Sovjet-Unie.
Maar zelfs als de regiems die in de Arabische wereld aan de macht zijn de vrijheid en de vrijheden soms tijdelijk wat groter laten zijn, is de bestaanszekerheid er vermoedelijk kleiner dan in de vroegere Sovjet-Unie het geval was. De economie en de politiek zijn in de Arabische wereld zo ingericht dat niemand zijn leven zeker is, willekeur van politiediensten en de overheid is een dagelijks verschijnsel. De bevolkingen van deze landen stemmen dan ook in groten getale met hun voeten, en willen naar het Westen trekken.
Waarom eigenlijk slaan vertegenwoordigers van democratische landen in Europa aan het samenwerken met vertegenwoordigers van zulke staten? En met de vertegenwoordigers van de internationale organisaties die door zulke staten in het leven worden geroepen? Zijn de meeste Arabische landen nog wel echte staten? Zijn het vaak niet staten geweest waar het gezag en de macht inmiddels gekaapt zijn door een heersersclan, en waar de bevolking politiek geheel buiten spel is gezet? Het is duidelijk dat de normale internationale samenwerking door moet gaan ook als de regering van een land bezig is te vervallen tot een half-achterlijke dictatuur. Maar het is raar om wanneer een land in zo’n proces aan het wegzinken is, of al op de bodem is terecht gekomen, toch allerlei grootse gezamenlijke plannen op touw te zetten. Zulke plannen stuiten het wegzakken beslist niet, en wanneer ze gerealiseerd dreigen te worden, is er een bindende afspraak met een achterlijk en dictatoriaal regiem tot stand gekomen.
Wat Bat Ye’or in dit boek over de transformatie van Europa wil aantonen is zo ernstig en zo bizar dat ook zij zelf het af en toe haast niet lijkt te kunnen geloven. Maar de aanwijzingen, zie het door haar samengestelde dossier, zijn zo sterk dat het niet verantwoord is de hele zaak met een schouderophalen af te doen.
De Eurabië-ideologie heeft ook nu al invloed op cultuur en wetenschap. Die zijn niet altijd even belangrijk, maar soms wel hoogst amusant. Eén voorbeeld uit vele. Een Utrechtse hoogleraar aan de Theologische faculteit, Dr Karel Steenbrink, heeft tijdens zijn oratie in 2005 in volle ernst betoogd dat de Koran (een document uit op zijn vroegst de zevende eeuw van onze jaartelling) een ‘correctief’ vormt op de vier evangeliën van het Nieuwe Testament (documenten uit de eerste twee eeuwen van onze jaartelling). Als bron over Jezus achtte de nieuwe professor de Koran betrouwbaarder. Dat roept beslist vragen op. Betrouwbaarder in welke zin? Als historische bron? Als theologische leidraad? Hoe het ook zij, zonder veel omhaal verving Dr Steenbrink in zijn oratie heel kordaat de joodse Jezus door een islamitische Jezus. Het is ook tegen zulke soms eigenlijk wel komische culturele capitulatie voor de islam dat Bat Ye’or verzet aantekent.
Een ding is duidelijk. Wanneer het bij zulke ongevraagde religieuze kniebuigingen voor de islam bleef, zou het allemaal (behalve voor christenen) niet zo ernstig zijn. Maar de Eurabië-ideologie strekt zich, zoals dit door Bat Ye’or samengestelde dossier laat zien, ook uit over allerlei sociale en economische kwesties. Het beïnvloedt de Europese politiek ten opzichte van Amerika en ten opzichte van Israël op een oneigenlijke manier, en is uiteraard ook van diepgaande invloed op de regelingen die er getroffen worden rond migratie uit de Arabisch-islamitische wereld naar Europa. Daar hebben politici wel alles mee te maken. Daar zijn politici wél verantwoordelijk voor. Lees en oordeel.
De visies, of eigenlijk nachtmerries, van Bat Ye’or zijn uiteraard niet onomstreden. Er zijn serieuze gezaghebbende waarnemers en commentatoren die het niet met haar eens zijn. Een van de welsprekendste tegenstemmen is de Amerikaanse commentator Ralph Peters, een weinig sentimentele militair. Hij is eigenlijk de volstrekt tegenovergestelde mening toegedaan. Europa wordt volgens hem niet bedreigd door Eurabië, maar de moslimse minderheden in Europa leven volgens hem in geleende tijd. Dit omdat de Europeanen naar het oordeel van Ralph Peters ‘tot genocide geneigde maniakken’ zijn, die met ‘verbijsterende hardheid’ zullen terugslaan wanneer ze zich inderdaad door hun moslimse immigranten bedreigd zullen gaan voelen.
Ralph Peters verwijt de Europeanen dat zij verwend en lui zijn, en niet bereid, of bij machte, om migranten te accepteren en te absorberen. Hij voorspelt dat er een moment zal komen dat Amerikaanse schepen ‘in Bremen, Bari en Brest’ de moslimse vluchtelingen uit Europa zullen moeten komen ophalen. Ook dat is geen toekomstperspectief dat vrolijk stemt. Maar geen enkele criticus van Bat Ye’or bestrijdt dat de stroom van feiten die zij heeft aangedragen in principe juist is. Er is uitsluitend meningsverschil mogelijk over de interpretatie van het belang van de gebeurtenissen, de memoranda en de verklaringen, en over het toekomstperspectief dat deze driftige diplomatieke Euro-Arabische bedrijvigheid oproept.
Tegenover geluiden als die van Ralph Peters staat brede bijval van waarnemers, journalisten en historici die recht van spreken hebben. Dr. Salim Mansur, een Canadees academicus met een islamitische achtergrond, noemt Bat Ye’or een moderne Cassandra, naar de mythologische prinses uit Troje die de gave had voorspellingen te doen die uitkwamen. Alleen, de goden hadden Cassandra er toe veroordeeld om niet geloofd te worden. De historicus Sir Martin Gilbert, vooral bekend van zijn Churchill-biografie, behoort tot de bewonderaars van Bat Ye’or, evenals de Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci. Maar hoe gezaghebbend voor- of tegenstanders ook zijn, oordeel zelf.
De vreemde naam ‘Bat Ye’or’ is uiteraard een pseudoniem. Het is opvallend dat geleerden die zelf uit het Midden-Oosten afkomstig zijn vaak onder een pseudoniem schrijven wanneer ze het hebben over zaken die de islam raken. Twee van de meest bekende ‘oosterlingen’ die kritisch over de islam schrijven, doen dat net als Bat Ye’or ook niet onder hun eigen naam: Ibn Warraq en Christoph Luxenberg.
Ook Bat Ye’or komt uit het Midden-Oosten. Ze is opgevoed in het cosmopolitische Franstalige milieu van het Cairo zoals dat tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog bestaan heeft, waar Armeniërs, Grieken, joden, Italianen, Libanezen, en verder iedereen die goed Frans sprak welkom was. Haar schrijversnaam is Hebreeuws: Bat betekent ‘dochter’, en Ye’or ‘Nijl’. Bat Ye’or is inderdaad een ‘dochter van de Nijl’, geboren en getogen op het eiland Zamalek, een eilandje in de Nijl, ooit een door de Britse machthebbers aangelegde groene buitenwijk van Cairo, ten westen van het centrum. In 1957 is ze als zo velen Egypte uitgezet.
In 1986 heeft Bat Ye’or vriend en vijand verrast met haar boek The Dhimmi: Jews and Christians under Islam. Het Arabische woord dhimmi is de aanduiding voor een christen of jood die het oppergezag van de islam erkend heeft. Tegen de toenmalige gangbare meningen in laat Bat Ye’or in dit boek zien dat de dhimmi’s het door de eeuwen heen onder het bestuur van de islamitische overheden beslist niet makkelijk hebben gehad. De invloed van dit boek is groot geweest. Voordien werden de meest idyllische voorstellingen van hoe harmonieus moslims, joden en christenen onder de islam geleefd zouden hebben, zo goed als kritiekloos geaccepteerd. Na de verschijning van dit boek zijn steeds meer geleerden gaan beseffen dat deze idyllische voorstelling van zaken propaganda was die als geschiedschrijving werd vermomd.
Sinds 1983 gebruikt Bat Ye’or het woord ‘dhimmitude’ als benaming voor de houding van verinnerlijkte onderwerping aan de islamitische superioriteit die van een dhimmi verwacht wordt, zie www.dhimmitude.org. Het woord is inmiddels grotendeels ingeburgerd, en gaf in de zomer van 2007 op Google ongeveer 650.000 treffers.
Bat Ye’or is niet alleen door haar jarenlange onderzoek maar ook door haar opvoeding in het Cairo van haar jeugdjaren uiteraard goed bekend geraakt met de formele en informele kanten van het leven als dhimmi. Een dhimmi laat zich maar al te gemakkelijk ‘culpabiliseren’, vooral wegens vermeend gebrek aan respect voor de islam en de moslims. Bat Ye’or waarschuwt nadrukkelijk voor de internalisering van de positie van dhimmi. Een jood of christen, of een ongelovige, die maar lang genoeg met de mond de superioriteit van de islam beleden heeft, gaat immers op de lange duur zichzelf als minderwaardig beschouwen.
De overstap naar de godsdienst die zichzelf als superieur beschouwt, gaat dan steeds meer voor de hand liggen want alleen die overstap lost het probleem van de eigen minderwaardigheid op. Zulke (psychologisch ongezonde) ‘minderwaardigheid’, of die nu is opgelegd of geïnternaliseerd, is in strijd met de gangbare opvattingen over mensenrechten. De discussie over dhimmitude hoort dan ook thuis bij de discussie over de universele rechten van de mens, en heeft op de keper beschouwd weinig met de islam en de moslims te maken. Wie zichzelf vernedert, doet dat zichzelf aan.
Dhimmitude is ook in Nederland een, helaas, reëel bestaand verschijnsel. Een burgemeester die na de moord op een islamcriticus thee gaat drinken in een moskee, gedraagt zich als een dhimmi. Een Nederlands bedrijf dat uit voorzorg de te koop aangeboden kleding, drank of spijs maar vast wil gaan aanpassen aan de eventuele islamitische eisen, heeft de facto voor een voortbestaan als dhimmi gekozen. Bat Ye’or kent als geen ander de gevoeligheden van dhimmitude, en ze weet als geen ander de culturele, psychologische, sociale en religieuze consequenties van dhimmitude te herkennen en aan het licht te brengen.
De term Eurabia had in de zomer van 2007 ongeveer 819.000 treffers op Google. Anders dan bij dhimmitude het geval is, heeft Bat Ye’or dit woord niet zelf bedacht. Wel heeft zij er de huidige inhoud aan gegeven. Oorspronkelijk was het de naam van een tijdschrift uit het midden van de jaren zeventig dat werd uitgegeven door het Europese Comité voor de coördinatie van vriendschapsverenigingen met de Arabische wereld, dus een organisatie ter coördinatie van verenigingen als de Nederlands-Arabische Kring. Ook is of was er in Rotterdam een vereniging van Marokkaans-Nederlandse studenten die Eurabia heette.
Het boek, of desnoods dossier, Eurabia van de hand van Bat Ye’or is een belangrijke bijdrage aan een belangrijke discussie. De materie is af en toe zo ingewikkeld en complex dat zelfs wie redelijk Frans of Engels leest, zich niet hoeft te generen om toch een Nederlandse vertaling van dit boek te raadplegen. Het is daarom goed dat van het ingewikkelde Eurabië-dossier nu een Nederlandse vertaling op de markt is. Bovendien is de strijdvaardigheid en de koersvastheid van Bat Ye’or een voorbeeld voor de zo veel meer tot capitulatie en compromis geneigde Nederlanders. Als het aan Bat Ye’or ligt, gaat het licht van de Verlichting niet uit, en blijft het lot van de dhimmi’s Nederland en Europa bespaard.
Hans Jansen
Arabist, Hoogleraar in Utrecht
Zie ook website van Hans Jansen en Bat Ye'or.
Besproken boek
Eurabia
de geheime banden tussen Europa en de Arabische wereld
Bat Ye’or
Uitgeverij Meulenhoff, September 2007
ISBN-10: 9029079894
ISBN-13: 9789029079891
391 pagina's (Paperback)
Prijs: vergelijk.nl / beslist.nl
Vertaling van het boek: Eurabia: The Euro-Arab Axis.
Tags: boek, boeken, recensie, boekbespreking, boek review, boeken reviews, eurabie, eurabia, islam, europa, eu, hans jansen, europese unie
Labels: europa, islam, nederlandstalig, politiek
» Lees verder
.jpg)
The Secret History of the American Left
from Mussolini to the Politics of Meaning
Jonah Goldberg
Het dogma dat socialisten links zijn en fascisten rechts is diep geworteld. Maar in de VS is nu een boek verschenen dat met dit idee afrekent. Arabist Daniel Pipes schreef er een boekbespreking over en hieronder vindt u de vertaling van zijn review. Voor de goede orde, in de politieke verhoudingen van Amerika is liberaal links en conservatief rechts (waarbij ze de standpunten van de VVD waarschijnlijk nog behoorlijk links zullen vinden).Liberaal fascisme klinkt als een oxymoron dat slechts gebruikt wordt door rechtse conservatieven die er linkse liberalen mee willen beledigen. Maar in werkelijkheid is de term verzonnen door een socialistische schrijver. Dat was niemand minder dan de gerespecteerde linkse schrijver H.G. Wells. Hij introduceerde de term in 1931 toen hij zijn mede progressievellingen opriep om “liberale fascisten” en “verlichte nazi’s” te worden. Waar gebeurd!
De woorden van Wells passen in het grotere patroon van verwantschap tussen socialisme en fascisme: Mussolini was een leidende socialistische figuur, die zich tijdens de 1e wereld oorlog, afkeerde van het internationalisme ten faveure van het Italiaanse nationalisme. Hij noemde die vermenging Fascisme. Net zo goed als, Hitler de leider was van de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders partij.
Deze feiten botsen met het hedendaagse algemeen geaccepteerde wereldbeeld dat sinds eind 1930 is ontstaan. Een wereldbeeld waarin communisme extreem links is, gevolgd door socialisme, liberalisme in het midden, dan conservatisme en fascisme als extreem rechts. Maar dit politieke spectrum, zoals Johan Goldberg het beschrijft in zijn briljante, grondige en originele nieuwe boek: “Liberal Fascism: The Secret History of the American Left from Mussolini to the Politics of Meaning” (Doubleday), weerspiegeld slechts hoe Stalin het woord fascist gebruikt als scheldwoord voor alles en iedereen die hij wilde beschadigen: Trotsky, Churchill, boeren, etc. Daarmee wordt het begrip fascist dus versluierd en ontdaan van zijn werkelijke betekenis. Reeds in 1946, beschreef George Orwell al dat de betekenis van het woord fascisme gedegenereerd was tot: “iets dat niet gewenst was”.
Om Fascisme in zijn gehele vorm te begrijpen moeten we dus de misrepresentatie van Stalin opzij schuiven en verder kijken dan de Holocaust. We moeten terug naar wat Goldberg het “fascistische moment” noemt. Dit is rond 1910 – 1935. Een statische ideologie als Fascisme gebruikt politiek als een gereedschap om de samenleving van losse individuen om te vormen tot een organisch geheel. Dat doet het door de staat boven het individu te verheffen, met gedegen kennis over democratie, door het afdwingen van consensus in het debat en met een voorkeur voor socialisme over kapitalisme. Het is totalitair in Mussolini’s oorspronkelijke betekenis van de term: “Alles voor de Staat, niets buiten de Staat, niets tegen de Staat”. De fascistische boodschap komt neer op “Genoeg geouwehoerd, meer aktie!”. Dat is dan ook de blijvende aantrekkingskracht: het krijgt dingen gedaan.
Het contrast met het conservatisme is dat deze staat voor beperkte overheid, individualisme, democratisch debat en kapitalisme. Een aantrekkingskracht gebaseerd op vrijheid en de burgers met rust laten.
Goldberg’s verdienste is dat hij het verwantschap aantoont tussen communisme, fascisme en liberalisme. Allemaal zijn ze afgeleid van dezelfde traditie die terug gaat tot aan de Jacobijnen van de Franse Revolutie. Zijn aangepaste politieke spectrum richt zich dan ook op de rol van de staat en gaat van libertarisme via conservatisme tot fascisme in zijn vele verschijningsvormen zowel Amerikaanse, Italiaanse, Russische, Chinese, Cubaanse enz.
Zoals deze lijst al aangeeft, is fascisme flexibel; verschillende vormen verschillen in hun details maar delen samen “emotionele en instinctmatige impulsen”. Mussolini paste de socialistische agenda aan door de staat te benadrukken, Lenin maakte de arbeiders zijn stoottroepen en Hitler voegde ras toe. De Duitse versie was militaristisch, maar de Amerikaanse (die Goldberg liberale fascisme noemt) is bijna pacifistisch. Goldberg citeert historicus Richard Pipes [vader van Daniel Pipes] op dit punt: “Bolsjewisme en Fascisme zijn dwalingen van de socialistische leer”. Hij onderbouwd deze verbinding op twee manieren.
Ten eerste, geeft hij ons een “geheime geschiedenis van links Amerika”:
- Woodrow Wilson’s progressieve programma was “militaristisch, fanatiek nationalistisch, imperieel en racistisch” en was mogelijk gemaakt door de noodtoestand van de 1e wereldoorlog.
- Franklin D. Roosevelt’s fascistische “New Deal” was een voortzetting en uitbreiding van Wilson’s beleid.
- Lydon B. Johnson’s “Great Society” was de grondlegger van de moderne verzorgingstaat, de ultieme vervulling (tot dan toe) van deze statische traditie.
- De jeugdige “New Left” revolutionairen van de jaren zestig brachten een Amerikaans sausje over het idee van “oud Europa”.
- Hillary Clinton hoopt de staat diep te wortelen in het Amerikaanse familie leven, een essentiële stap in het totalitaire project.
Om meer dan bijna een eeuw Amerikaanse politieke geschiedenis samen te vatten: het Amerikaanse politieke systeem stimuleerde traditioneel het streven naar geluk, maar “meer en meer van ons willen dat niet meer najagen maar het geleverd zien worden”.
Ten tweede, ontleed Goldberg het Amerikaanse liberale programma: ras, economie, milieu, zelfs de “cult van het organische”. Hij laat zien hoe deze zeer verwant is met de programma’s van Mussolini en Hitler.
Als deze samenvatting U erg onwaarschijnlijk voorkomt, stel ik voor dat U het gehele boek “Liberal Fascism” zelf leest. Het staat vol kleurrijke citaten en overtuigende documentatie. Van de auteur, die vooral bekend is om zijn sterke columns, kan nu echter worden gezegd dat hij tevens een politiek denker van belang is.
Behalve een radicaal andere kijk te geven op wat moderne politiek is, één waarin “fascist” niet een groter scheldwoord is dan “socialist”, biedt het buitengewone boek van Goldberg een berg feiten om tegen hun links liberale kwelgeesten te gebruiken. Als liberalen tot in de eeuwigheid Joseph McCarty er bij kunnen halen, dan kunnen conservatieven nu antwoorden met Benito Mussolini.
Kortom, ook voor Nederlandse verhoudingen een interessant boek.
Zie ook: Liberal Fascism - The Blog - By Jonah Goldberg
Besproken boek
Liberal Fascism
The Secret History of the American Left, From Mussolini to the Politics of Meaning
Jonah Goldberg
Doubleday, Jan 2008
ISBN-13: 9780385511841
ISBN-10: 0385511841
496 pagina's
Prijs: amazon.com / fetchbook.info / vergelijk.nl
Anderen over dit boek
"'It is my argument that American liberalism is a totalitarian political religion,' Jonah Goldberg writes near the beginning of Liberal Fascism. My first reaction was that he is engaging in partisan hyperbole. That turned out to be wrong. Liberal Fascism is nothing less than a portrait of twentieth-century political history as seen through a new prism. It will affect the way I think about that history -- and about the trajectory of today's politics -- forever after." -- Charles Murray
"Liberal Fascism will enrage many people on the left, but Jonah Goldberg's startling thesis deserves serious attention. Going back to the eugenics movement there has been a strain of elitist moral certainty that allows one group of people to believe they have the right to determine the lives of others. We have replaced the divine right of kings with the divine right of self-righteous groups. Goldberg will lead you to new understanding and force you to think deeply." --Newt Gingrich
"Jonah Goldberg argues that liberals today have doctrinal and emotional roots in twentieth century European fascism. Many people will be shocked just by the thought that long-discredited fascism could mutate into the spirit of another age. It's always exhilarating when someone takes on received opinion, but this is not a work of pamphleteering. Goldberg's insight, supported by a great deal of learning, happens to be right." -- David Pryce-Jones
"Jonah Goldberg brilliantly traces the intellectual roots of fascism to their surprising source, showing not only that its motivating ideas derive from the left but that the liberal fascist impulse is alive and well among contemporary progressives-and is even a temptation for compassionate conservatives." -- Ronald Bailey (Reason magazine)
Anderen reviews
Reason magazine - Ronald Bailey
Wallstreet Journal - Fred Siegel
National Review - Rich Lowry
The New York Sun - Ron Radosh
World Net Daily - Vox Day
New York Times - David Oshinsky
Gto7 blog
Christianity today
Conservative Book Club
Instapundit.com
Multi media:
The Glenn and Helen Show
National Review
Instapundit Podcast (mp3)
Heritage Foundation (Podcast)
Tags: boek, boeken, recensie, boekbespreking, boek review, boeken reviews, socialisme, liberal fascismLabels: current affairs, engelstalig, geschiedenis, politiek
» Lees verder

of wat er van over is
Theodore Dalrymple

Is onze beschaving in verval? Dat is de vraag die Theodore Dalrymple (Pseudoniem van
Anthony Daniels) in zijn boek probeert te beantwoorden. Volgens het dogma van het progressieve vooruitgangsgeloof zou de mens zich tot een steeds hoger niveau van beschaving ontwikkelen. Maar uit Dalrymple’s essays blijkt nu juist een degeneratie van onze beschaving. Hij beschrijft deze zaken dan ook niet van uit een progressief vooruitgangsgeloof. Zijn beschrijvingen zijn echter zo redelijk en logisch dat niet veel mensen ze zullen willen of kunnen tegen spreken.
Zijn werk zie ik dan ook wel als een populaire manier, om aan de hand van hedendaagse thema’s, op te roepen tot een wat genuanceerdere conservatieve kijk op de wereld. Hij doet dit echter nergens expliciet en zal door de meeste lezers dan ook niet als dus danig ervaren worden. Zijn stellingname zal, naar ik vermoed, zowel progressief denkenden als meer conservatief ingestelde mensen aanspreken. Dat is iets wat in ieder geval de verkoop cijfers in het toch overwegend progressieve Nederland lijken aan te tonen.
Zijn eerste essay beschrijft het feit dat wij tegenwoordig losbandigheid eigenlijk helemaal niet meer slecht vinden. Wie zijn wij immers om te oordelen over iemands persoonlijke keuzes? Alles moet kunnen toch, niet waar? Hoe gek dit in eerste instantie misschien ook mag klinken, losbandig- en onverantwoordelijk gedrag wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door onze verzorgingsstaat. Zonder verzorgingsstaat betaalt men een prijs voor bandeloos gedrag. Wanneer iemand bijvoorbeeld zo maar een kind krijgt, zonder dat er sprake is van een blijvende relatie met de vader, zal dit normaal gesproken vaker tot armoede en ontberingen leiden. De verzorgingsstaat neemt het economische risico weg, waardoor onverstandig gedrag geen prijs meer heeft. Sterker nog, door het verstrekken van bijstand door de staat wordt dit gedrag juist gesubsidieerd.
Maar zoals Dalrymple ons ook laat zien heeft het natuurlijk vooral met normen en waarden te maken. Tegenwoordig vinden de meeste mensen immers dat alles moet kunnen en dat iedereen zelf moet weten hoe hij leeft en handelt. Ook als men heel slechte en verkeerde keuzes maakt. Een oordeel uitspreken over de leefwijze van iemand anders is immers het meest intolerante wat er is. Tenminste zo luidt het politiek correcte dogma.
“de staat dient dus geen onderscheid te maken tussen de verschillende relatie vormen van kinderopvoeding, ook al heeft een dergelijke vorm van niet-discriminatie dezelfde effecten als de Britse en Franse neutraliteit tijdens de Spaanse burger oorlog” (P. 29)
In een ander prachtig essay beschrijft hij de relatie tussen emotie en ratio. Aan de hand van autobiografische stukken laat hij zien hoe betrekkelijk en goedkoop emoties kunnen zijn. De emotie brengt nu eenmaal niet automatisch waarheid of inzicht. De emotie is veel eerder een concurrent van de ratio. Dalrymple beschrijft dan ook hoe de emotie tot nog al wat hypocriet en onbeschaafd gedrag kan lijden.
Wat Dalryple betreft is er een duidelijke relatie tussen beschaving en literatuur. Een belangrijke plaats ruimt hij in voor Shakespeare. De tijdloosheid en de wereldwijde erkenning van zijn werk, ook door mensen uit andere culturen, zijn een aanwijzing dat Shakespeare tot de kern van de menselijke aard weet te komen. Het werk van Shakespeare laat zien dat je maar beter niet te principieel, te star en te puriteins kan zijn. Maar ook niet te los, te amoreel en geheel zonder grenzen. Beide uitersten passen namelijk niet bij de menselijke natuur.
Ook de moderne ‘grensverleggende’ literatuur komt aan de orde. Hierbij wordt een heel essay aan Virginia Woolf gewijd. Haar goedkope emoties noemt Dalrymple symptomatisch voor de huidige elite. Ook vergelijkt hij de schrijvers Karl Marx en Ivan Toergenjev. Tijdens deze vergelijking laat hij ons zien hoe abstract en onmenselijke de benadering van Marx is. Instructief is ook zijn bespreking van schrijver Stefan Zweig die leefde in wat we het pre-ideologische tijdperk van rond de eerste wereld oorlog kunnen noemen. Ook bespreekt hij de aard van de totalitaire samenlevingen zoals die door Huxley en Orwell zijn beschreven. Hierbij laat Dalrymple ook zien hoe hun angsten in onze tijd toch al deels de waarheid zijn geworden en zeker niet alleen in Noord-Korea…
Tot beschaving behoren natuurlijk ook de kunsten. Dus lezen we over de schoonheid van Cassatt en het revolutionaire egocentrisme tot waar de werken van Miró verworden zijn. Over de hedendaagse grensverleggende en taboe doorbrekende moderne kunst is hij niet enthousiast.
“Om tegenwoordig iemand met artistieke smaak te zijn is het nodig dat je helemaal geen maatstaven meer hebt die geweld aangedaan kunnen worden: wat zoals Ortega y Gasset zei, het begin van barbarij is.” (P. 171)
Beschaving is niet iets vanzelf sprekends. Het is eigenlijk zelfs een onnatuurlijk iets dat continue onderhoud verdiend. Dalrymple verwerpt dan ook het idee, dat veel hedendaagse intellectuelen er op na houden, als zou welvaart en voorspoed een gegeven zijn en dat de beschaving niet door het doorbreken van taboes omver geworpen kan worden. Dalrymple laat ons zien dat de barbarij dichterbij is dan deze intellectuelen ons doen geloven. Sterker nog, we zijn zelfs weer hard op weg naar de barbarij. Met dank aan onze elite die in grote getale de voorliefde voor barbarij opgevat lijkt te hebben.
“Deze manier van denken over cultuur en beschaving – alleen mogelijk voor mensen die geloven dat hun genoeglijke leventjes eindeloos door gaat – is bij de intelligentsia in westerse samenlevingen bijna standaard geworden. Het woord beschaving duikt nog maar zelden op in academische teksten of in de journalistiek zonder ironische aanhalingstekens, alsof beschaving een mythisch wezen is, zoals het monster van: Loch Ness of de verschrikkelijke sneeuwman; en erin geloven zou een teken van filosofische naïviteit zijn. Beestachtige gebeurtenissen, die in de geschiedenis maar al te vaak voorkomen, worden opgevat als bewijs dat beschaving en cultuur bedrog zijn, louter ter maskering van botte materiële belangen – alsof, afgezien van zijn streven naar beschaving en cultuur, nog iets anders de mens zou kunnen beschermen tegen zijn voortdurende neiging tot beestachtigheid. Tegelijk worden geleverde prestaties als vanzelfsprekend beschouwd, alsof die er altijd al waren, alsof de natuurlijke staat van de mens eerder kennis is dan onwetendheid, eerder rijkdom dan armoede, eerder vreedzaamheid dan anarchie. Hieruit volgt dat er niets is dat waard is of het nodig heeft om beschermd en behouden te worden, omdat alles wat goed is een cadeautje is van de natuur.
Om Burke te parafraseren: het enige wat nodig is om barbaarsheid te laten zegevieren, is dat beschaafde mensen niets doen” (P. 186-187)
Het kan niet ontkend worden dat het socialisme en communisme onze intellectuele elites beïnvloed hebben. Dalrymple laat ons zien dat dit niet zo positief is. Hij betoogt dat het communisme zoals dat in Rusland tot bloei kwam niet meer was dan een voortzetting van het barbaarse despotisme van de Tsaar. Marx en het communisme waren slechts een façade voor de voortzetting van deze barbarij. Om een voorbeeld te geven: het politiek correcte denken van communistisch Rusland, met al zijn leugens en onmenselijkheid, was al tot volle bloei gekomen ten tijden van de Tsaar. Tijdens het communisme zou dit nog wel veel erger worden, maar het was beslist geen uniek kenmerk van de communisten. De ideeën van Marx staan nu eenmaal dichtbij dit soort barbarij van het despotisme. De grote verschillen tussen de ontwikkeling in Rusland en Amerika worden besproken aan de hand van twee schrijvers: Tocqueville en Custine.
In een van de meest opmerkelijke essays lezen we over de voordelen van corruptie. Hij legt dit uit aan de hand van een vergelijking tussen twee landen: Groot-Brittannië en Italië. Hierbij staat Groot-Brittannië voor een land zonder corruptie, een land waar de meeste mensen geloven in een eerlijke en verzorgende overheid. In Italië geloven de mensen daar echter niet zo in. Daar is de overheid weliswaar net zo groot als in Groot-Brittannië, maar kan de bureaucratie door corruptie omzeild worden. Dalrymple beschrijft dat het gevolg is dat de mensen in Italië meer welvaart kennen en opmerkelijk genoeg ook beschaafder zijn.
In een andere essays rekent hij af met de politiek correcte fictie van voedselwoestijnen, de doorgeslagen Diana cultus, hoe normloosheid een serie moordenaar tot nut is en de populaire gedachten dat drugs gelegaliseerd moeten worden. Hij weerlegt in zijn anti drugs essay alle bekende pro-drugs argumenten (Zie ook zijn nieuwe boek: Drugs – de mythes en de leugens).
De kracht en de ware terreur van het politiek correcte denken beschrijft hij aan de hand van een schoolmeester die er het slachtoffer van werd. De hoofdmeester had het gewaagd om kritiek te uiten op het multiculturele beleid en had gepleit om immigranten meer te integreren in de Engelse maatschappij. We lezen dat de man daarna met de dood werd bedreigd, te maken kreeg met een ware haat campagne, een openbaar show-proces moest ondergaan en nog veel meer ellende. Uiteindelijk wordt de gemangelde hoofdleraar, die nooit enige kritiek op zijn werk had gehad, gedwongen om vervroegd met pensioen te gaan. Dit alles alleen omdat hij een politiek correct dogma tegensprak. Niet dat hij geen medestanders had, maar iedereen was gewoon te bang om ook maar de schijn van steun te geven.
Ook de islam en de problemen die dit geloof met de moderniteit heeft komen aan bod in dit boek.
“hun probleem, en dat van ons, is dat zij de macht begeren die men aan vrije informatiegaring ontleent, maar dan zónder de vrije informatiegaring zelf, én zonder de filosofie en de instellingen die haar waarborgen. Ze zitten met een dilemma: ofwel hun geliefde religie loslaten of voor altijd achteraan lopen als het om technische vooruitgang gaat. Geen van beide alternatieven is erg aanlokkelijk; en de spanning tussen honger naar macht en succes in de moderne wereld enerzijds, en hun wens hun religie niet op te geven anderzijds, valt voor sommigen alleen maar op te lossen door zichzelf dan maar op te blazen.” (P. 319-320)
Ook ziet hij een inherente zwakte in het geloofssysteem van de islam. Een geloof dat volgens hem op instorten staat en dat aan zijn langdurige doodsreutel begonnen is (hoewel dat nog wel langer dan een mensenleven kan duren).
“Maar de woede van de moslims, hun eis dat aan hun gevoelens een meer dan normaal respect wordt betoond, is geen teken van kracht maar van zwakte – of eigenlijk van de broosheid – van de islam in de moderne wereld, van de wanhoop die zijn aanhangers voelen dat hij heel gemakkelijk zou kunnen instorten. De controle die de islam uitoefent op de bevolking in een tijdperk van globalisering, doet me denken aan de greep die de Ceauçescu’s leken te hebben op de Roemenen: een absolute controle, totdat de Ceauçescu’s op een dag op het balkon verschenen en door de menigte die niet langer bang was, werden uitgejouwd. Voor de Ceauçescu’s was het spel uit, zelfs al had er van tevoren geen complot bestaan om hen af te zetten.” (P. 320-321)
De totalitaire islam moet vroeg of laat wel instorten schrijft Dalrymple, omdat hij zo in tegenspraak is met de menselijke natuur. Je kan je natuurlijk afvragen of een dergelijk groot optimisme wel gerechtvaardigd is bij een totalitair systeem dat al meer dan 1400 jaar heeft overleefd.
Tenslotte eindigt het boek met een beschrijving van ons koloniale verleden. Het hele boek gelezen hebbend kan men met een gerust hart stellen dat dit geen opbeurend boek is van een aanhanger van het vooruitgangsgeloof is. Dalrymple is eigenlijk een beetje boos dat de barbarij weer zo ruim baan krijgt. Maar dat wil niet zeggen, dat er niets te lachten valt tijdens het lezen van dit boek. Dat gaat overigens wat gemakkelijker als je bij het lezen van het boek je zelf voorhoudt dat het niet over onze eigen tijd gaat. Want de beschrijvingen van Dalrymple laat zulke absurde zaken zien dat ze werkelijk hilarisch en lachwekkend aan doen (pas op voor nekklachten). In klare taal wordt dan ook afgerekend met de abstracte ideologische benadering die slechts gebaseerd is op goede intenties maar die blind is voor de gevolgen. Dalrymple bekijkt de zaken dan ook niet ideologisch, hij benadert problemen op een ouderwetse praktische (conservatieve) manier, één die rekening houdt met de menselijk aard en al zijn tekortkomingen. Niet de intenties tellen, maar de gevolgen.
Het enige jammere aan het boek is dat men voor de Nederlandse vertaling meende een betere omslag foto te hebben gevonden dan in de oorspronkelijk engelse uitgave. In tegen stelling tot de Nederlandse foto, laat de Engelse omslag wel sprekend zien waar normloosheid in onze maatschappij toe leidt.
Kortom dit boek is een aanrader voor een ieder die eens kritisch wil nadenken over onze maatschappij.
Besproken boek
Beschaving
of wat er van over is
Theodore Dalrymple
Nieuw Amsterdam, november 2005
ISBN 9046800040
352 pagina's
Prijs: vergelijk.nl / beslist.nl
Oorsponkelijke titel:
Our Culture,
What's Left of It
The Mandarins and the Masses
Ivan R. Dee, 2005
ISBN 1566636434
Prijs: Amazon.com
Anderen over dit boek
“(...) Dalrymple weet zijn boodschap energiek te brengen, met ironie en sarcasme, en vooral met woede en verbijstering. Het is moeilijk om zijn appel naast je neer te leggen” - NRC Handelsblad
“Goed geschreven klacht over het (...) ontspoord-westerse leven (...)” - Trouw
“Dalrymple kan scherp beargumenteren waarom progressieve denkbeelden een negatieve invloed op onze beschaving kunnen hebben” - HP/De Tijd
“Toch is Dalrymple geen modieuze neoconservatief die "links" of "de jaren zestig" gemakshalve de schuld geeft van alles wat er verkeerd gaat in de wereld” - Volkskrant
“In de nietsontziende manier waarop Dalrymple zich tegen de gemakzuchtige aannames van het correct denkende establishment keert, lijkt hij op George Orwell” - Bas Heijne
“Dalrymple kent geen genade voor de tijdgeest. Zijn cultuurkritiek is een lust om te lezen, en bovendien heeft hij gelijk.” - Beatrijs Ritsema
Anderen reviews
Trouw
Het Vrije Volk
Psychologie Magazine
Boek Grrls
Evangelische Omroep
Meer Vrijheid
Vlaams Belang Magazine
Literair Nederland
Boek Magazine
12000stadie
Volkskrant Blog
8Weekly
Carp
Tags: boek, boeken, recensie, boekbespreking, boek review, boeken reviews, politiek correct, socialisme, conservatisme, cultuur, islam, anthony daniels, theodore dalrymple, beschavingLabels: nederlandstalig, politiek
» Lees verder

Political correctness and the corruption
of public debate in modern Britain
Anthony Browne

Hoewel er vaak over politieke correctheid wordt gesproken, zou je je kunnen afvragen of dit begrip nu eigenlijk wel duidelijk gedefinieerd is. Doordat het vaak belachelijk wordt gemaakt zou je kunnen denken dat het iets onschuldigs is. Maar wie Browne’s boek leest, zal moeten concluderen dat het alles behalve onschuldig is en dat bij velen de aard van de hedendaagse politieke correctheid niet duidelijk is. Zelfs bij hen die het verwerpen lijkt er verwarring te bestaan. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat sommigen denken dat politieke correctheid fout is en dat dus alles wat politieke incorrect is dus automatisch het juiste oplevert. Andere menen weer dat politieke incorrectheid vooral staat voor grofheid en ongenuanceerdheid.
Kortom er is veel verwarring rond dit begrip. Iets wat ook nog in de hand wordt gewerkt door het feit dat politieke correctheid zelf ook politiek incorrect is. Er zijn dan ook bijna geen mensen te vinden die het fenomeen politieke correctheid openlijk wensen te verdedigen. De verdedigers van de politieke correctheid, verdedigen dan ook alleen de praktische toepassingen er van, maar niet het mechanisme zelf. In dit boek worden hiervan vele voorbeelden gegeven.
In het boek wordt verder beschreven dat politieke correctheid eigenlijk een verval van de rede, het met argumenten onderbouwen van de mening, is. Te lezen valt dat het politiek correcte zich baseert op het ‘gevoel’ en dat deze de plaats van de rede inneemt. Daarmee belemmert de hedendaagse politiek correcte beweging de toepassing van de rede als middel om de werkelijkheid vrij en onbevangen te onderzoeken. Politieke correctheid wordt dan ook beschreven als een moralistische ideologie, die de vrijheid van meningsuiting aan de ketting legt. Een ideologie die de rede vervangt door emoties en daarmee de objectieve werkelijkheid ondergeschikt maakt aan subjectieve deugden. Volgens Browne wordt er dan ook niet meer gekeken naar de rationele kracht van een argument, er wordt nog slechts een beroep gedaan op de emotie.
Hoewel politieke correctheid vaak belachelijk wordt gemaakt, is het volgens Browne toch zeker geen grap. Ook is het nog steeds niet verdwenen, sterker nog, het is nog steeds spring levend. Het verhindert het open debat op tal van onderwerpen en beperkt daarmee de samenleving om oplossingen te vinden voor problemen die ontstaan. De gevolgen zijn dan ook merkbaar bij het zoeken naar oplossingen in het onderwijs, rond immigratie, terrorisme, enz.
Ook probeert het boek antwoord te geven op de vraag, waar politieke correctheid vandaan komt. Volgens Browne begon het ooit als een onschuldige poging om beschaafdheid en consideratie te bevorderen voor de meer kwetsbare groepen in onze samenleving (van gehandicapten, vrouwen tot etnische minderheden). Maar naarmate het aan invloed won werd het een steeds dogmatischere en intollerantere beweging die geen afwijkingen meer toestond. Het werd daarmee een verraad van de liberale ideeën die het mogelijk hadden gemaakt. En, zo laat Browne ons zien, politieke correctheid is nu de drijvende kracht achter censuur wetten en het beperken van de vrijheid van meningsuiting.
De schrijver komt met de volgende definitie van politieke correctheid:
“Politieke correctheid is een ideologie die bepaalde groepen mensen classificeert als slachtoffers die beschermd moeten worden tegen kritiek en die de gelovigen doet geloven dat het niet getolereerd mag worden dat daar van afgeweken wordt.”
Waarbij de politiek correcte analyse eigenlijk simpel is:
- Identificeer het slachtoffer (de genen met de minste macht)
- Steun hen en hun belang, ongeacht andere factoren
Eventuele kritische vragen m.b.t. tot deze ‘slachtoffers’ die als kwetsbaar worden gezien, worden dan ook als een aanval gezien op het slachtoffer. Die gene die het ‘slachtoffer’ ‘aanvallen’ zijn dan ook de kwade genius die vervolgens wordt gedemoniseerd als ‘onderdrukker’. De politiek correcte zijn dus de deugdzamen, de mensen die daar kritisch over zijn automatisch niet. Het gevoel krijgt dus zo prioriteit boven de rede aldus Browne.
Als grondleggers van het de hedendaagse politieke correctheid worden diverse bronnen genoemd. Waarbij de Frankfurter school in periode vlak voor de 2e wereld oorlog een belangrijke rol lijkt te hebben gespeeld. Hier werden marxistische technieken van de economische theorie toegepast op culturele en sociale vraagstukken. Dit alles onder het motto: “Wie redt ons van de Westerse beschaving”.
Na de desillusie bij Westerse communisten over de Sovjetunie, men had immers geen geloofwaardig economisch alternatief voor het Westerse kapitalisme dat nog met economische argumenten verdedigd kon worden, richten men zich in de aanvallen op het Westen meer en meer op de Westerse cultuur. In tegenstelling tot de economie, zijn de gevolgen van ideeën op de cultuur veel moeilijker te meten. Maar net als het economische marxisme, is dit cultureel marxisme, steeds dogmatischer en intoleranter geworden.
Inmiddels is de politieke correctheid de dominante stroming geworden. In het verleden waren de rechtse, de conservatieve, het establishment en de verdedigers van de status-quo. Maar inmiddels zijn de links babyboomers van de counter culture, het establishment gaan vormen die de politieke correcte status-quo verdedigen. Daarmee zijn de traditionele rollen van links en rechts dus omgekeerd. Niet rechts is de verdediger van de status-quo, maar links (dit zorgt voor de nodige verwarring waardoor sommige denken dat links en rechts er niet meer toe doet omdat dit termen uit het verleden zouden zijn).
Hoe heeft het echter zo ver kunnen komen, dat het politiek correcte denken de norm is geworden? Volgens Browne moeten we de oorzaak zoeken in het feit dat onze beschaving in de huidige tijd zoveel welvaart kent, zonder externe bedreigingen. Zo’n beschaving kan zich ongestraft intellectuele decadentie veroorloven.
Maar sinds 9/11 is er echter wel een externe vijand zichtbaar geworden. De waan van het politiek correcte denken blijkt daarbij een grote belemmering te zijn om deze vijand het hoofd te bieden. De angst voor deze ‘externe’ bedreiging doet de realiteitszin weer toenemen. Daarmee is de angst, van vooral de gewone burger, dan ook een grote bedreiging gaan vormen voor het politiek correcte denken. Want hoewel het afwijken van de politiek correcte consensus een hoge maatschappelijke prijs heeft (hoewel minder voor de burgers dan voor de bestuurders elite) kan een extern gevaar deze angst doen overwinnen.
Toch bespreekt het boek ook de voordelen van politiek correct denken. Zo helpt het voorkomen dat de sterkere de zwakkere misbruikt. Het herdistribueert macht van de sterke naar de zwakkere, zoals ook de overheid tot op zekere hoogte welvaart herverdeeld van de rijke naar de armere. Maar dat deze voordelen niet opwegen tegen de nadelen blijkt al uit het feit dat het hoofdstuk met nadelen bijna 20x zo lang is.
Een groot nadeel van politieke correctheid is dat het een grote bedreiging is voor de politieke stabiliteit van een land. Doordat het de vrijheid van meningsuiting beperkt ondermijnd het de democratie en ontstaat er een kloof tussen bestuurders en burgers. Het maakt problemen die er zijn onbespreekbaar waardoor oplossingen uitblijven en de problemen toenemen. Dit vacuüm zal vroeg of laat worden ingevuld door extremere partijen die niet bang zijn om zich politiek incorrect uit te laten en tot paria verklaart te worden. Deze partijen kunnen vervolgens wel op ondemocratische wijze bestreden worden, maar dit is geen oplossing en het zal de maatschappelijke druk alleen maar doen toenemen. Browne noemt Nederland hierbij als voorbeeld:
“The closing down of normal democratic values can lead to explosive tensions in society, as the Netherlands most spectacularly found with the phenomenon rise and assassination of Pim Fortuyn” (P. 57)
Dit geld volgens Browne ook voor de situatie die na de slachting van Theo van Gogh in Nederland ontstond:
“The Netherlands has turned from one of the most socially cohesive countries in the world, where a prime minister could ride a bicycle in public, to one where Muslim and non-Muslims communities live in fear of each other.
In the Netherlands, political correctness undermined the functioning of its liberal democracy to such an extent that it was no longer able to debate and tackle serious and growing problems until tensions were so great in society that they exploded. It would have been far better if the problems had been openly discussed and addressed as they arose, diffusing tensions rather than exacerbating them.” (P. 58)
Nederland wordt ook op andere momenten in het boek als voorbeeld gebruikt. Zo komt in het begin van het boek de politiek correct verslaggeving van de Engelse pers over de slachting van Theo van Gogh ter sprake. De Engelse pers had meer sympathie voor het ‘slachtoffer’ Mohammed Bouyeri dan voor de vermoorde Van Gogh, het echte slachtoffer. De linkse consensus in de UK bleek toch te zijn dat de moord toch min of meer terecht was omdat Theo van Gogh de islam beledigd zou hebben.
“No country has yet been destroyed by political correctness – although the Netherlands has come close – but the ingredients are there.” (P. 54)
Maar ook wordt Nederland genoemd als een land waar iemand is veroordeeld voor de uitspraak “Nederland is vol” (Browne schrijft dat het in dit geval zou gaan om een gevangenis straf). Ook noemt hij Nederland in een lange rij Europese landen waar politieke partijen om hun mening worden verboden:
“Sometimes, the politically correct left take more extreme actions in their determination to prevent democracy – the anti-immigrant politician Pym Fortuyn was murdered by a left-wing animal rights activist to stop him from becoming prime minister.” (P. 56)
Overigens noemt Browne politieke correctheid een manier van denken over politiek die boven de specifieke politieke partijen uitstijgt. Het beïnvloedt vele beleidsterreinen waarvan Browne er talloze bespreekt, zo komen aan bod: het salaris niveau van vrouwen, Europa, kapitalisme, gezondheidszorg, criminaliteit, mensenrechten en terrorisme.
Een apart hoofdstuk wordt besteed aan discriminatie. Tegenwoordig iets slechts, maar in het verleden werd het gezien als een deugt aldus Browne. Discriminatie werd in het verleden dan ook aangemoedigd. Want door te discrimineren, onderscheid maken dus, kon men het verschil zien tussen iets goeds en iets slechts. Maar het politiek correct denken, heeft van discrimineren een vaag gedefinieerd en alles omvattend begrip gemaakt dat vooral voor slechtheid staat.
In het boek word beschreven op welke goede intenties het politiek correcte anti discriminatie denken is gebaseerd. Maar het laat ook zien, dat mensen in elke maatschappij discriminatie toepassen. Als mensen zich dit wat meer gewaar zouden zijn, zouden veel mensen waarschijnlijk het politiek correct zero-tollerance voor discriminatie als een lege hulst en als een loze boodschap zien. Het zou dan snel afgelopen zijn met dit modieuze gevoel dat de ratio zo overvleugelt.
Bij de bespreking van het begrip discriminatie passeren talloze voorbeelden en maakt Browne een overtuigend argument dat de zogenaamde politiek correcte oorlog tegen discriminatie toch eigenlijk vooral een oorlog om privileges is. Waarbij de zwakkere (vrouw, allochtoon, etc.) voor de sterkere (man, Westerling, etc.) gaat. Hoewel dit ook discriminatie is, wordt dit weer gezien als positieve discriminatie.
Dat het politiek correcte denken zo ver heeft kunnen komen is volgens Browne het gevolg van een krachtige welvarende, maar wel decadente, beschaving. Een beschaving die zich veilig genoeg voelt om goedkope emotie te verkiezen boven de ratio. Daarmee pleegt het politiek correcte denken dan ook de grootste zonde tegen de rede: de weigering om te debatteren over stellingen die ze afwijzen. De emotie wordt belangrijker geacht om de werkelijkheid te ontdekken dan de beschaafde en beargumenteerde rede.
Dit boek, of eigenlijk moet je zeggen boekje, want het is maar 90 pagina’s, geeft een goed overzicht van het verval van de rede. De rede heeft plaats gemaakt voor ‘het gevoel’. Dit ‘gevoel’ wordt verdedigd met het totalitaire politiek correcte denken. Je zou hopen dat onze politici dit boek zouden lezen.
Een deel van het boek kan hier gratis gedownload worden als pdf bestand.
Besproken boek
The Retreat of Reason
Political correctness and the corruption
of public debate in modern Britain
Anthony Browne
Civitas, januari 2006
ISBN 1903386470
94 pagina's
Prijs: amazon.co.uk
(inmiddels is er ook een 2ed verschenen zie: amazon.co.uk)
Anderen over dit boek
“Anthony Browne, the Europe correspondent for the Times, has written a tremendously important pamphlet about political correctness” - Melanie Phillips
“Anthony Browne’s recent excellent pamphlet on political correctness, The Retreat of Reason.” - Peter Whittle, Sunday Times
Anderen reviews
The Washington Times
The Sunday Times
Guardian
New Statesman
Melanie Phillips Diary
Islamophobia Watch
Tags: boek, boeken, recensie, boekbespreking, boek review, politiek, politiekcorrect, politiek correct, pim fortuyn, theo van gogh, discriminatie, retorica, anthony browne, The Retreat of ReasonLabels: engelstalig, politiek, rethorica
» Lees verder

Douglas Murray

De
Social Afairs Unit in het Verenigd Koninkrijk heeft in 2005 dit boek van schrijver en politiek journalist Douglas Murray uit gegeven en deze zomer verschijnt het ook bij Encounter books in de Verenigde Staten. In zijn nieuwste boek beschrijft Murray hoe de relatief nieuwe politieke stroming, het neoconservatisme, ook het conservatisme in Europa nieuw leven kan in blazen. Een stroming die een daadkrachtig tegenwicht kan bieden tegen het relativisme en het daar uit voortkomende nihilisme.
Hij begint zijn boek met een uitleg over de filosofische grondslag van het neoconservatisme. De Filosoof Leo Straus wordt door vele gezien als de grondlegger van de neoconservatieve overtuiging. Vervolgens hebben Allan Bloom en Irving Kristol, beide leerlingen van Straus, deze ideeën verder gepopulariseerd in enerzijds de wetenschap en anderzijds de politiek.
Het neoconservatisme is eigenlijk geboren in verzet tegen het in hun ogen falende huidige liberalisme. Dat was ook toen al door het relativisme geperverteerd en kon daardoor niet eens meer totalitaire systemen, zoals die bestonden in de communistische landen veroordelen. De liberalen gaan niet meer uit van het klassieke mensbeeld, zoals de Grieken dat hadden, maar van een verbeterbare mens. Verbeterbaar door de staat. De neoconservatief daar in tegen, gaat uit van het klassieke mensbeeld, waarin de imperfecte mens een vaste realiteit is, die door geen staat of systeem wezenlijk veranderd kan worden.
Na deze theoretische basis van het neoconservatisme beschreven te hebben, beschrijft Murray de politieke invloed van neoconservatisme in de praktijk. Dat begon eigenlijk al voor Ronald Reagan, een president die ook, net als de huidige neoconservatieven, koos voor morele helderheid. Het was dan ook Reagan die een eind maakte aan de relativistische tirannie van dat moment, door de sovjetunie “het rijk van het kwaad” te noemen. Ook laat Murray ons kennis maken met de lange rij van invloedrijke neocons die met hun ideeën al lang voor 9/11 aan invloed aan het winnen waren. Dat is eigenlijk niet vreemd, want het zijn de neocons die een alternatief voor de post koude oorlog wereld hebben geformuleerd, terwijl de Amerikaanse liberalen en de gehele Europese elite geteisterd worden door een slaafse passiviteit.
Ook neemt Murray het relativisme nader onder de loep. Hij beschrijft hoe het relativisme vaak vermomd gaat als politiek correctheid en hoe vele er al voor hebben gewaarschuwd dat het relativisme tot nihilisme leidt. Het is een denkwijze waardoor de vrije liberale samenleving geen weerstand meer kan bieden aan haar vijanden.
In het derde hoofdstuk bespreekt Murray het verband tussen relativisme en de oorlog in Irak. Het biedt een goed perspectief op de oorlog tegen het terrorisme en hoe de Europese oppositie daar tegen ageert. Het laat het nihilisme van deze tegenstanders van de oorlog zien, maar ook de leugenachtige tweeslachtigheid van de media en het opportunisme van politici die beter weten. Zoals socialistische premier Schroeder in Duitsland, die zelfs doelbewust leugens verspreidt, of zoals de Fransen die gewoon geld aan de vijand verdienen. Deze gehele beweging noemt hij een tegen cultuur (counter culture) die hol en leeg is. Zelfs zij die zich de rol opnemen van moreel scheidsrechter, ontbreekt het aan kennis of verantwoordelijkheid, ook zij zijn hol en nihilistisch.
Murray beschrijft hoe het dogmatische relativisme de oorzaak van dit nihilisme is en dat dit zelfs de huidige status-quo is die hoognodig doorbroken moet worden:
“Many people seem to think we live in an age in which nothing is sacred. That is not true – twenty first century Britain has a fantastically lengthy bible of things deemed untouchable. It is time that these newly invented taboos were eradicated” (P.151)
Maar daarvoor moet de politieke elite eerst een paar stappen ondernemen. In het verenigd koninkrijk is net als in Nederland de politiek elite een conformistisch geheel geworden, waarin nog maar weinig contrasterende meningen zijn. Alle politieke partijen zijn in feite sociaal democratische geworden en daar moeten we hoognodig van af:
“… conservatives must firstly get away entirely from the European social-democrat philosophy by which, in return for providing, the citizen with a good life, the state presumes to have the right to all of a citizens money generously allowing him to return a portion.” (P. 153)
Hij pleit dan ook voor een beperkt overheid waarbij het afgelopen is met de vele rechten zonder plichten:
“… the era of rights without responsibilities must end. The present generation has done nothing to earn the rights it believes it possesses, and further more it remains ignorant of the origins of those rights.” (P. 167)
Over de multiculturele politieke correctheid die het onmogelijk maakt om het terrorisme en buitenlandse vijandigheden te bestrijden zegt hij het volgende:
“To care more for an ideal than for a population is strangely reminiscent of a political creed that had been presumed dead” (P. 171)
Het mag duidelijk zijn dat Murray zich geen blad voor de mond neemt als hij de neoconservatieve overtuiging beschrijft en verdedigd. Hij ziet het neoconservatisme als een oplossing voor de crisis in Europa en voor de conservatieve politieke partij in het verenigd koningrijk in het bijzonder. Opmerkelijk is wel dat Murray die de buitenland politiek van Bush volop lijkt te steunen uitgebreid Fukuyama citeert en dat terwijl Fukuyama nu juist een neoconservatief is die zich heeft afgekeerd van de neoconservatieve buitenland politiek van president Bush (zie ook Fukuyama’s nieuwste boek: America at the crossroads: Democracy, Power, and the neoconservative legacy). Maar goed laten we het er op houden dat dit ook meteen Murray’s stelling aan het begin van het boek illustreert dat het neoconservatisme een veelzijdige beweging is, zonder gezamenlijk manifest.
Het is een fraai geschreven boek dat vlot wegleest en veel inzicht verschaft in het neoconservatisme en deze ook inpast in de hedendaagse politiek van Europa. Een aanrader. Moge vele Nederlandse politici er hun voordeel mee doen.
Neoconservatism: why we need it
Douglas Murray
ISBN 1-904863-05-1 (UK edition 2005)
ISBN 1594031479 (US edition June 2006)
Anderen over dit boek:
Commentary Magazine - Britain’s Neoconservative Moment
Melanie Philips – Review (6 maart 2006)
Conservativehome.com - A burning clarity amongst the beige (februari 2006)
Asharq alawsat - Amir Taheri (januari 2006)
Institute of Economic Affairs (december 2005)
New Statesman - John Lloyd (december 2005)
“Required reading for all conservatives” -- Roger Scruton
“Conservatism is lost in crisis - Douglas Murray brilliantly defines the way out.” -- William Shawcross
“At last! The Right’s answer to Michael Moore. Argued point by hard-fought point, Murray makes an unanswerable case. Anti-anti-Americanism has never had a more doughty champion. Tough, unambiguous and sane...” -- Andrew Roberts
Artikelen van Douglas Murray:
Speech die hij hield op de WLPF Islam conferentie in Denhaag - What are we to do about Islam? (maart 2006)
Sunday Times - We should fear Holland’s silence (februari 2006)
The New Criterion - Targetted Jihad in The Netherlands (januari 2006)
Frontpage Magazine - Conservative Philosophers Rising (augustus 2005)
The NY Sun – Get them first (julie 2005)
SAU - The Need for a British Neoconservatism (januari 2005)
Douglas Murray @ opendemocracy.net
Douglas Murray @ The Social Affairs Unit
Neoconservatieve boeken in het Nederlands
In zijn boek verwijst Douglas Murray naar diverse boeken, sommige boeken zijn zelfs in het Nederlands vertaald. Wie nog meer neoconservatieve inspiratie wil opdoen hoeft dus niet perse in het Engels te lezen:
Robert Kagan – De Balans van de macht (ISBN 9023414896)
Een kort en duidelijk boekje over de verschillen tussen Europa en Amerika.
Donald Kagan - De Peloponnesische oorlog (ISBN 9050186130)
De vader van Robert Kagan laat u kennis maken met een belangrijke klassieker die voor vele neoconservatieve nog steeds als wijze les wordt gezien.
Allan Bloom - De gedachteloze generatie (Het Spectrum 1988, ISBN 90-274-1918-3)
Deze vertaling van "The Closing of the American Mind" is een neoconservatieve klassieker, maar is alleen nog te koop in het engels. Maar in de bibliotheken is hij nog wel te vinden en soms wordt hij ook nog 2e hands aangeboden.
Tags: boek, boeken, boekbespreking, boeken reviews, politiek, neoconservatisme, neocon, conservatief, neoconservatism why we need itLabels: engelstalig, politiek
» Lees verder