Iran is bezig met een atoom programma en daarom verwachten velen een oorlog met deze fundamentalistische moslim staat. Maar is dit wel een correcte veronderstelling? Want is die oorlog niet al lang geleden begonnen? Dit boek van journalist Ronen Bergman geeft een mooi overzicht van de strijd die Iran voert tegen het Westen.
In de boektitel noemt schrijver Ronen Bergman het een ‘geheime oorlog’. Waarschijnlijk slaat dat ‘geheim’ vooral op het feit dat hij veel geheime Mossad operaties beschrijft. Maar het kan net zo goed slaan op het feit dat wij in het Westen de Iraanse stroom van terreur weigeren te erkennen als een daadwerkelijke oorlog.
Het boek geeft dan ook een uitgebreid overzicht van de Iraans, Israëlische en Amerikaanse inteligence geschiedenis in deze oorlog. Deze geschiedenis blijkt zeer divers: van de (her)uitvindinding van het zelfmoord terrorisme, de Israëlische (jawel!) wapenleveranties aan Iran, de contra affaire, de oorlogen in Libanon, de oprichting van Hizballah, de vele aanslagen van Iran in Europa tot het uitgebreide Iraanse atoom programma. Maar ook meer verassende zaken die door vele, door verkeerde Westerse vooronderstellingen over de Islamitische wereld, voor onmogelijk worden gehouden komen aan bod. Zo is daar de Iraanse steun voor vele soenitische organisaties. Want Iran traint, ondersteunt en financiert vele Soennitische strijdgroepen zoals Hammas en zelfs Al’Qeada. De kloof met dit soort groepen blijkt vele malen kleiner dan die met het Westen. Iets dergelijks geld overigens ook voor linkenstrijdgroepen die in het Westen actief zijn.
Volgens Bergman is Iran in haar strijd tegen het Westen opvallend succesvol. Het Westen blijkt tot nu toe geen afdoende antwoord te hebben om de strijd in haar voordeel te beslechten. Zo schrijft hij in een conclusie aan het eind van het boek het volgende:
"The intelligence failures of the United States and Israel vis-à-vis Iran and Hizballah are symptomatic of the decline of the intelligence communities in both countries. At least in the case of Israel, this decline reflects a larger trend: an increasing lack of confidence in the institutions of government, as well as a rise in cynicism, materialism, and opportunism, which have taken the place of national solidarity. As a result, there is much less readiness to serve in demanding, dangerous governmental positions." (P.381)
Na het gedetailleerde verslag van Iraanse operaties tegen het Westen lijkt deze conclusie de spijker op de kop te slaan. Wij hebben simpel weg niet meer het vertrouwen in ons eigen systeem om ons zelf met het benodigde geweld te kunnen en willen verdedigen tegen barbaarse vijanden als Iran.
Overigens wordt de strijd vooral in praktische termen beschreven en wordt de ideologische component van deze strijd eigenlijk grotendeels genegeerd. Dat wordt wellicht veroorzaakt door de redelijke linkse oriëntatie van de schrijver, die zo nu en dan duidelijk wordt. Maar dat laat onverlet dat het boek een interessant overzicht geeft van de strijd met Iran. Het boek is wat mij betreft dan ook zeker een aanrader voor iedereen die meer over de strijd tegen Iran wil weten.
Besproken boek
The secret war with Iran Ronen Bergman (translation by Ronnie Hope) Free Press, September 2008 ISBN 141655839X / 9781416558392 432 pagina's Prijs: amazon.com / fetchbook.info
De geboorte van de Verenigde Staten Joseph J. Ellis
De Verenigde Staten is het machtigste en in veel opzichten ook het meest succesvolste land ter wereld. Het is dan ook vreemd dat er in de Nederlandse taal zo weinig geschiedenisboeken zijn over het ontstaan van dit vooraanstaande land. Met de vertaling van “De Grondleggers” lijkt daarmee echter verandering te zijn gekomen. Het boek is indertijd in de Verenigde Staten zeer goed ontvangen en heeft ook prijzen gewonnen. De schrijver zelf is winnaar van de gerenomeerde Pulitzer prijs en het boek is ook de basis geweest voor de voortreffelijke History Channel documentaire Founding Brothers. Helaas kan niet hetzelfde over de Nederlands vertaling worden gezegd. Deze is verre van perfect en lijkt een nogal letterlijke vertaling uit het Engels te zijn. Wat mij betreft is het daardoor een onleesbaar boek geworden, je kan denk ik maar beter de Engelse versie proberen te lezen. Dat is erg jammer, want het Nederlandse taalgebied is maar een dorre woestijn wat betreft vertaalde Amerikaanse geschiedenis. Het beste alternatief voor dit boek is wellicht "Het eerste saluutschot" van Barbara Tuchman, alleen nog 2e hands te koop.
Besproken boek
De Grondleggers De geboorte van de Verenigde Staten Joseph J. Ellis vertaler: Jan Willem Heilijgers Elikser, februari 2008 ISBN 978-90-8954-008-9 / 9789089540089 0 pagina's Prijs: vergelijk.nl / beslist.nl
"De Grondleggers" gaat over de eerste circa vijftig jaar van de Verenigde Staten van Amerika als zelfstandige natie. Aanvankelijk was er niets wat leek op een Staat. Geen nationale politiek laat staan internationaal beleid, geen fiscale eenheid, geen nationale munt. Er bestond geen landelijk rechtssysteem, of jurisprudentie. Er was geen eenduidige hoofdstad en de Grondwet bleek multi-interpretabel te zijn. Er waren beginnende grote raciale spanningen, er was onduidelijkheid over waar grenzen ophielden of nieuwe ontstonden, er was geen coherent economisch beleid, er waren dertien min of meer onafhankelijke staten zonder een bepaalde vorm van gemeenschappelijkheid. De keuze voor het isolationisme versus een rol op het internationale schouwtoneel was toen al gemaakt. Het uiteindelijke succes van de republiek bleek een dubbeltje op zijn kant, zelfs soms een geval van louter toeval. De vergelijking met het Europa van vijftig jaar geleden en de ontwikkelingen daarna dringen zich op.
Anderen over dit boek
"De Grondleggers is een prachtig boek, een van de beste... over de Grondleggers, de Stichters, ooit geschreven. Ellis heeft zich gevestigd als de historicus bij uitstek van onze tijd daar waar het gaat over onze Grondleggers." - Gordon S. Wood (The New York Review of books)
"Intens en onvergetelijk... (een) voortdurende prestatie." - The Boston Globe
In de Reluctant Communist is te lezen hoe het dagelijksleven in de socialistische heilstaat van Noord Korea is. Dit alles van uit het unieke perspectief van een Amerikaan die daar terecht is gekomen. Nou ja terechtgekomen, het was gewoon zijn eigen schuld en dat schrijft hij ook in dit boek. Als Amerikaans beroeps militair was hij 40 jaar geleden gedeserteerd en vrijwillig de grens overgelopen. Dat deed hij, schrijft hij zelf, niet van uit speciaal communistische sympathieën, maar heel naïef en egoïstisch omdat hij niet wilde dienen in Vietnam. Hij had gedacht dat hij via de Russen na een paar maanden wel weer naar huis zou worden gestuurd. Maar wat een vergissing was dat!
In de afgelopen 40 jaar heeft hij dus de nodige ervaringen opgedaan in het socialistische ‘arbeiders paradijs’. Uit zijn beschrijvingen blijkt hoe armoedig het land is, zeker als je je bedenkt dat Jenkins voor Noord Koreaanse begrippen nog in redelijk luxe leefde omdat hij van zeker belang was voor het regiem.
Behalve armoedig blijkt het ook een uiterste bizarre plek om te leven. Zo moeten men er dagelijks ‘studeren’ om zich de vrome partij doctrines eigen te maken. En dan zijn er natuurlijk nog de dagelijks zelf kritiek sessies om een beter mens te worden. Het hele systeem blijkt zo zijn uitwerking te hebben op de mensen en hun menselijkheid. De onmenselijkheid van het systeem blijkt ook wel uit het ontvoeringsverhaal van zijn vrouw. Zijn vrouw werd ontvoerd van uit Japan terwijl ze met haar moeder naar huis liep. Daarmee zijn ze van de een op de andere dag gevangenen van de Noord Koreaanse staat (Van haar moeder is overigens na de ontvoering nooit meer iets vernomen). In Japan wist men echter niets van de Koreaanse actie, daar was het gewoon een vermissing als elk ander. Maar waarom deze mensen roof? Volgens Jenkins heeft deze ook in andere landen plaatsgevonden, maar waarom wordt eigenlijk niet zo duidelijk. Het lijkt er op dat het onmenselijke systeem voor dit soort daden geen acute of belangrijke doelen nodig had. Het was blijkbaar gewoon een manier om aan Japanse tolken e.d. te komen. De kinderen van deze geroofde mensen konden weer opgeleid worden tot spionen voor het regiem. Wat eigenlijk nog vreemder is, is dat de andere landen er nooit een grote zaak van gemaakt hebben. Want hoewel er zeker ook andere nationaliteiten geroofd zijn, is het tot nu toe alleen Japan die zich hard maakt om haar geroofde inwoners terug te krijgen...
Maar de mensen roof is niet waar dit boek in hoofdzaak over gaat. Het is eerst en vooral een levens beschrijving van een eenvoudige Amerikaan die in Noord Korea heeft geleefd. Het gaat over zijn persoonlijke leven, hoe hij daar werkte en daar met zijn daar gevormde gezin leefde. Ook verteld hij over de andere Amerikaanse deserteurs. Waarvan een van hen, James Joseph Dresnok, ook te zien is in de BBC film “Crossing The Line”. Een film die overigens een goede aanvulling op het verhaal in dit boek is. Volgens Jenkins was deze Dresnok nog al erg ontvankelijk voor de Noord Koreaanse omkopingstactieken en werd hij regelmatig in opdracht van hen, met zichtbaar plezier, door de enorme Dresnok afgetuigd.
De Amerikaanse deserteurs waren niet de beste en de slimste soldaten. Jenkins zelf heeft nooit veel scholing gehad en lijkt ook niet een al te intelligent persoon. Maar omdat Times reporter Jim Frederick het boek heeft geschreven is het een vlot en leesbaar boek geworden. De eenvoudige ongecompliceerde beschrijvingen van Jenkins van het armoedige, corrupte en benauwde leven in Noord Korea geven het boek een enorme kracht. Het is een verhaal geworden over het leven in een heil staat waarbij, elk voor ons normaal besef van normen, waarden en menselijk lijken te zijn vernietigd.
Het is boek dat je niet kunt wegleggen. Een aanrader!
Besproken boek
The Reluctant Communist My Desertion, Court-Martial, and Forty-Year Imprisonment in North Korea Charles Robert Jenkins University of California Press, 25 Maart 2008 ISBN 978-0520253339 232 pagina's Prijs: fetchbook.info / bookdepository.co.uk / amazon.com
Anderen over dit boek
“In January, 1965, Jenkins was a U.S. Army sergeant stationed in South Korea. Sure that he was about to be sent to Vietnam, he drank ten beers, abandoned his patrol, and crossed into North Korea. He spent the next four decades in a country that had become "a giant, demented prison," until the Japanese government secured his release, along with that of his Japanese wife, who had been abducted by the North Koreans. Jenkins’s book is oddly compelling. The blank ordinariness of his character brings out the moral and physical ugliness of life in North Korea, where soldiers steal and beg for food; a dog digs up a fresh mass grave (and the next day all the dogs in the neighborhood are shot); and Jenkins awakens to the bleak, deadening realization that his two daughters are being groomed as spies. "I would always tell them, ‘we are not in the real world. This is not the real world,’" Jenkins writes of his daughters. "But they didn’t believe me." ” - The New Yorker
“This story by Robert Jenkins of his four decades in North Korea represents a rare opportunity to view life in one of the most reclusive societies in the world, offering unprecedented insights for both specialists and the general reader.” - Robert Scalapino, University of California, Berkeley
“This is an incredible story of betrayal, love and the search for redemption. Robert Jenkins is a modern-day Robinson Crusoe, isolated from the outside world, and relying on his wits to survive in a nightmarish parody of a nation where nothing is as it seems. Living in constant fear and violence, Jenkins efforts to grow food, dig a well, heat his home, generate electricity and to find companionship, trust and ultimately love, lend this rough and ready narrative an unexpected depth. Set within the bizarre and Orwellian surroundings of North Korea during the late 20th century, Jenkins's account is like no other I've ever read."” - Jasper Becker, author of Rogue Regime: The Continuing Threat of North Korea
“Charles Jenkins' memoir is a genuinely unique account of the only American ever to live in North Korea for most of his life and return to write about it. Part biography, part eyewitness testimony, part apology, this book takes Mr. Jenkins from a childhood in the segregated South to a U.S. Army ruling the roost in South Korea in the 1950s, to a North Korea that saw him as a real-life Martian, but a valuable one for use in Cold War propaganda.” - Bruce Cummings, Chairman of the History Department at the University of Chicago
“It is one of the most important documents to come out of North Korea ever” - Gabriel Schoenfeld (Commentary Magazine)
Dit boek informeert ons over Islam en afvalligheid. Tot op de dag van vandaag is dit binnen de Islam een gevoelig en vooral gevaarlijk onderwerp. Als een moslim een andere (ex)moslim beschuldigt van geloofsafval, kan dit maar het best begrepen worden als een bedreiging met de dood. Vandaar dat schrijver Ibn Warraq, zelf afkomstig uit Pakistan, dan ook schrijft onder pseudoniem.
In het eerste deel van het boek wordt een overzicht gegeven hoe in de belangrijke Islamitische stromingen wordt gedacht over geloofsafval. Ook lezen we de vele persoonlijke verhalen van Islamitische afvalligen. Heel deel II gaat over getuigenissen op de ISIS website. En in deel III uitgebreide persoonlijke verhalen van geboren Moslims die van hun geloof zijn afgevallen. In de inleiding door Ibn Warraq wordt een tekst aangehaald waarin de Islamitische ideologie wordt vergeleken met de communistische ideologie:
Onder de religies moet bolsjewisme [communisme] eerder samen met het mohammedanisme worden beschouwd dan met christendom of boeddhisme. Christendom en boeddhisme zijn in eerste plaats persoonlijke religies, met mystieke doctrines en liefde voor beschouwelijkheid. Mohammedanisme en bolsjewisme zijn praktisch, sociaal, niet-spiritueel en gericht op het winnen van een wereldimperium. (P. 102)
In een ander hoofstuk doet een andere bekende afvallige, de Iraanse Ali Sistani, oprichter van faithfreedom.org zijn verhaal. Ook hij maakt duidelijk onderscheid tussen de doctrine en haar slachtoffers:
De meeste moslims zijn zeer goede mensen. Het zijn vriendelijke, vrijgevige, zorgzame, gastvrije, fantastische mensen. De islam is wat er mis is. Moslims die slechte dingen doen, zijn degenen die de islam volgen. De islam wekt het misdadige instinct van de mensen op. Hoe islamistischer iemand is, des te bloeddorstiger, haatdragende en robotachtiger hij of zij wordt. (P. 115)
De verhalen van de geboren afvalligen komen uit allerlei landen en Islamitische stromingen (Iran, Pakistan, Bangladesh, Tunesië, India, Marokko, Turkije, enz.). Westerse bekeerlingen uit de Verenigde Staten doen hun verhaal in deel IV van het boek.
In het laatste deel van het boek lezen we over afvalligen in een historisch en literair perspectief. Waarbij omgemerkt kan worden dat deze afvalligen bijna allemaal een gewelddadige dood zijn gestorven. Dat is dan ook geheel conform aan de officiële leer van de Islam. In het laatste hoofstuk kom Ali Datshi aan het wordt die schreef bijvoorbeeld dat de Koran:
niets nieuws bevat in de zin van ideeën die niet reeds door anderen zijn geuit. Alle morele voorschriften van de Koran spreken vanzelf en zijn algemeen erkend. De verhalen in het boek zijn identieke of licht gewijzigde vorm overgenomen uit de joodse en christelijke overlevering, Mohammed heeft hun rabbi’s en monniken ontmoet en geraadpleegd op zijn reizen naar Syrië, en uit herinnering die door de afstammelingen van Aad en Thamoed zijn bewaard. (...) Echter, op het gebied van de morele leer kan de Koran niet als wonderbaarlijk worden beschouwd. Mohammed herhaalde principes die de mensheid al in eerdere eeuwen en op vele andere plaatsen had bedacht. Confucius, Boeddha, Zoroaster, Socrates, Mozes en Jesus hebben vergelijkbare dingen gezegd. (...) Veel plichten en ritten van de islam zijn voortzettingen van praktijken die de heidense Arabieren hadden overgenomen van de joden. (P.440)
Ook deze schrijver stierf een gewelddadige dood, op 83 jarige leeftijd werd hij doodgemarteld in een Iraanse gevangenis van Khomeini.
Mag dit boek maar veel steun geven aan mensen die inmiddels worstelen met hun islamitische verleden!
Besproken boek
Weg uit de islam getuigenissen van afvalligen Ibn Warraq Meulenhoff, juni 2008 ISBN 9789029081535 (978 90 2908 153 5) 557 pagina's Prijs: vergelijk.nl / beslist.nl
Vertaald door: Bernadette de Wit (voormalig columniste op 'de gezonde roker' van Theo van Gogh).
Met voorwoord van Afshin Ellian.
Oorspronkelijke uitgave: Leaving Islam. Apostates Speak Out Ibn Warraq Prometheus Books, May 2003 ISBN 978-1591020684 Sample chapters kunnen hier (pdf) gedownload worden.
Zie ook Ibn Warraq zijn meest bekende boek: "Why I am not a Muslim" (helaas nog niet vertaald in het Nederlands).
Anderen over dit boek
“...probably the first book of its kind...testimonies from former Muslims about their estrangement from the Islamic faith.” - New York Review of Books, April 29, 2004
“Leaving Islam's stories make eye-opening reading.” - Boston Globe
“Ibn Warraq is a courageous writer on Islam and a passionate defender of reason who continues to struggle on behalf of reason with a culture that seems to be at odds with reason. In this respect, his work, as in the preparation of this edited volume, is an indispensable tool for Muslims themselves so they can wage their struggle for enlightenment and reform of their faith tradition.” - Middle East Quarterly
Het nieuwste boek van Arabist Hans Jansen was aangekondig als "Zelf Koran lezen". En zo stond het tot voor kort ook nog steeds op Hans Jansen zijn eigen home page. Je zou dus, zoals ik, kunnen denken dat Jansen uitgeverij Arbeiderspers heeft ingeruild voor het kleinere Praag en de titel toen ook maar heeft veranderd van "zelf Koran lezen" naar "Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten". Maar niets is minder waar, het boek "zelf Koran lezen" komt er ook nog aan! Het boek "Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten" is gewoon een tussen doortje. In de krant verscheen een voorproefje van het boek:
Arabist Hans Jansen haalt uit naar het kabinet-Balkenende, dat getracht heeft Geert Wilders af te houden van de vertoning van 'Fitna', zijn anti-Koranfilm. "Leden van het kabinet zijn kennelijk bereid geweest zich wat binnenlandse aangelegenheden betreft te schikken naar de wensen van een vage groep moslims. Dat wordt wel eens omschreven als dhimmitude - het op serviele wijze vooruitlopen op wat eventuele moslimse gezaghebbers maar zouden kunnen bedenken, willen, begeren of verzinnen."
Hij sprak al eerder van 'capitulatie' en neemt nu ook op andere fronten stelling in zijn boek Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten. De titel is afgeleid van de benamingen die de Koran gebruikt voor ongelovigen en Joden.
Jansen, bijzonder hoogleraar voor het hedendaags islamitisch denken aan de Universiteit Utrecht, hekelt in het boek de 'multiculti's' van de PvdA: "Deze multiculti's zijn in moslimse ogen stuurloze sukkels, eerder deerniswekkende onnozelaars dan serieuze gesprekspartners."
En hij denkt dat Nederland heel geschikt is als proeftuin voor de plannen van Osama bin Ladens geestverwanten. Jansen, deze week in een toelichting: "Nederland is een dichtbevolkt land, de politieagenten zijn aardig en er zijn heel veel bange mensen."
Aan de hand van een selectie uit het vandaag te verschijnen boek, laat Jansen in deze voorpublicatie zijn licht schijnen over een aantal prangende onderwerpen.
Wat betekent fitna? Letterlijk 'beproeving', 'verzoeking', 'bekoring'. De standvastigheid van het geloof van een moslim wordt beproefd door het ongeloof van de nietmoslims. Dit ongeloof moet dan bestreden worden.
Ook het moeten zien van vrouwen die niet fatsoenlijk volgens de regels van de islam gekleed zijn, is fitna. De Laatste Dag wordt voorafgegaan door allerlei beproevingen, die ook fitna genoemd worden. Ook burgeroorlog en maatschappelijke wanorde worden fitna genoemd.
Wat betekent sharia? De islamitische wet. Zoals er een wet van Mozes is, werd het systeem van wet- en regelgeving dat wij nu de sharia noemen, vroeger wel aangeduid als de Mohammedaanse wet.
In hoeverre worden islamitische regimes in verlegenheid gebracht als in een film gruweldaden, gepleegd uit naam van de sharia, op een rijtje zijn gezet? Alle regeringen over de hele wereld willen door buitenstaanders graag voor modern en efficiënt aangezien worden. Gezeur over toepassing van de sharia kan dat beeld van modernheid lelijk doorkruisen. Enige ontstemming bij zulke regeringen is niet geheel ondenkbaar...
Waarom is het een moslim verboden om afbeeldingen te maken van Mohammed? Waarom moeten ook niet-moslims zich hieraan houden? Het verbod vindt zijn oorsprong in de instructie geen levende mensen af te beelden en in een tot grote hoogte opgestuwd respect voor de bijzondere positie van Mohammed. Niet-moslims die Mohammed bespotten, het is al vele malen gezegd en uitgelegd, of dat nu gebeurt door het tekenen van een plaatje of door het houden van een praatje, dienen voorbeeldig gestraft te worden.
Welke straffen kent de islam voor het beledigen van Mohammed? Op het beledigen van Mohammed stelt de sharia in principe de doodstraf. Een moslim die Mohammed beledigt, heeft daarmee impliciet uittreding uit de islam gepleegd, en verdient dus zeker de doodstraf.
Wat betekent jihad? De strijd tegen het ongeloof en het kwaad. In de praktijk: de expansie van het gezag van de islam door middel van geweld. Tot het ontzet van Wenen in 1683 was het voeren van gewelddadige jihad strikt een overheidstaak. Sinds 11 september 2001 weten we dat jihad de laatste tijd niet door overheden maar door particulier initiatief gevoerd wordt.
Wie zijn de leiders van de gelovigen? Het religieuze gezag over de moslims wordt uitgeoefend door functionarissen die in het Arabisch ulama genoemd worden. De ulama zijn in de islamitische wereld de geleerden bij uitstek. Zij zijn onderlegd in de islamitische wetenschappen, vooral de islamitische wet, de sharia. Een moefti is iemand die desgevraagd een fatwa geeft.
Wie wil weten wat het oordeel van de islam over een bepaalde kwestie is, kan dat aan een moefti gaan vragen. Fatwa betekent 'antwoord', niet 'doodvonnis'. Maar een fatwa over iemand die ervan wordt beschuldigd dat hij Mohammed heeft beledigd of die ervan wordt beticht de islam te hebben verlaten, komt in de praktijk wel degelijk neer op een doodvonnis.
Hoeveel procent van de moslims in Nederland beschouwt het geweld van de zichzelf moslimstrijders noemende terroristen (AlQaeda enzovoort) als strijdig met de wetten zoals de Koran die voorschrijft? Dat percentage kon wel eens niet zo hoog zijn. Veel moslims billijken het gebruik van geweld, omdat volgens hen Amerika en Israël ook buitensporig geweld gebruiken tegen de moslims. De discussie hierover vervalt al snel in welles-nietes.
De chronologie nog eens bekijken kan soms helpen. Begin jaren negentig startte de ellende met de invasie van Irak in Koeweit. Begin eenentwintigste eeuw startte de ellende met de aanval op het World Trade Center op 11 september 2001.
Hoeveel procent van de moslims in Nederland is bereid Bin Laden te betitelen als een dwaas, een gevaarlijke godsdienstwaanzinnige en daarmee allesbehalve een goed moslim? Bin Laden wordt door moslims meestal niet als een dwaas gezien, maar als een superactivist die de uiterste consequentie trekt van de islamitische regels ten aanzien van de strijd tegen de ongelovigen.
In hoeverre hebben types als Bin Laden plannen voor en gedachten over het kleine Nederland? De geestverwanten van Bin Laden hebben plannen voor de hele wereld, vooral voor het arrogante Westen. Nederland maakt daar deel van uit, en is als proeftuin heel geschikt.
Anderzijds zullen heel wat beroepsmoslims en imams in de islamitische wereld met welbehagen vaststellen dat zo'n compilatie nog eens onder de aandacht brengt wat de ware voorschriften van de islam zijn, en hoezeer die in de Koran hun grond vinden.
Wat is de Koran? Volgens de islam is de Koran het woord van God, doorgegeven aan zijn Profeet Mohammed (570-632). De Koran telt 114 hoofdstukken, die 'soera' worden genoemd. Moslims geloven dat sommige soera's in de stad Mekka aan Mohammed geopenbaard zijn, in de jaren 610-622, andere in de landbouwoase Medina, in de jaren 622-632.
De Koran bevat meer algemene opdrachten en minder verhalen dan de Bijbel. Het zijn de algemene opdrachten van de Koran die tot problemen met de rest van de wereld leiden. Te denken valt bijvoorbeeld aan het zogenoemde zwaardvers, soera 9:5, waar we lezen: 'Doodt de ongelovigen waar ge ze maar vindt.'
Welke passages in de Koran zijn volgens mensen zoals Wilders, die de islam fel bekritiseren, bedreigend voor de westerse rechtsorde? Zo goed als alle Koranpassages waarin niet-moslims bedreigd worden (en dat zijn er veel), kunnen door wie dat wil ook als antiwesters worden opgevat.
Zo is elke oproep tot toepassing van de sharia een openlijke aanmoediging tot het plegen van acties die in strijd zijn met de Nederlandse wet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Dat buitenstaanders dat niet beseffen is natuurlijk sneu voor ze, maar daar is weinig aan te doen. De sharia roept op tot lijfstraffen en de doodstraf, ook voor religieuze vergrijpen - de meeste Nederlanders weten niet eens meer wat dat zijn. De sharia beperkt de godsdienstvrijheid, ondermijnt de positie van vrouwen, en vernedert wie geen moslim is.
Hoe belangrijk is het voor een moslim dat een exemplaar van de Koran met respect wordt behandeld? De islamitische theologie leert dat de Koran het woord van God is. Het woord van God maakt deel uit van God. De eigenschappen van God zijn dus ook van toepassing op zijn woord. Wanneer God eeuwig is, is zijn woord dat ook.
In het systeem van de islam representeert een gedrukte of handgeschreven Koran het woord van God. Wie het papier waar zo'n Koran op gedrukt of geschreven is bevuilt, verscheurt of verbrandt, probeert God zelf te bevuilen, verscheuren of verbranden. Uiteraard kunnen de vromen zo'n aanval op hun God niet op zich laten zitten.
De Koran predikt vrede. Waar of niet waar? Ja, maar die vrede komt er pas nadat iedereen zich aan de islam heeft onderworpen. Dán zal er vrede zijn. Tot het zover is, moeten het kwaad en het ongeloof worden bestreden, waar ook ter wereld.
Voor welke moslims, waar ook ter wereld, is Bin Laden een held? Voor iedere moslim die vindt dat de vernedering van de Verenigde Staten op 11 september 2001 het verdiende loon was van deze arrogante supermacht. Er lopen trouwens heel wat multiculti’s rond die geen moslim, maar wel anti-Amerikaans zijn, en het hier eigenlijk hartgrondig mee eens zijn.
Hans Jansen bij P&W (17-3-2008)
(Deel 1)
(Deel 2)
Interview ND In het Nederlands Dagblad verscheen een kort interview met Hans Jansen naar aanleiding van zijn nieuwe boek. Hier een aardige passage:
Naast Arabische woorden als halal en sharia staat u uitgebreid stil bij het begrip 'dhimmi'. Wat is dat?
"Moslims delen de mensheid in drie groepen: moslims, niet-moslims en dhimmi. Dat zijn joden of christenen die de superioriteit van de islam erkennen en vooruitlopen op de wensen daarvan. Een mooi voorbeeld is de dominee die na de dood van Theo van Gogh stamppot zonder spekjes maakte, zodat hij moslims geen aanstoot gaf, zonder dat iemand hem daarom gevraagd had. Het loon van de dhimmi is dat de moslims geen jihad tegen hem zullen voeren. Maar als hij stout is krijgt hij wel vreselijk op zijn kop. Dan wordt hij als slaaf verkocht of onthoofd."
Zijn wij in Nederland 'dhimmi'?
"Niet allemaal, maar het CDA zou niets liever willen. Onbegrijpelijk. Zouden ze niet één stagiair op dat partijbureau hebben die even opzoekt hoe het met de kerk onder de islam is afgelopen?"
Andere boeken van Hans Jansen: Hans Jansen, Mohammed: Eine Biographie (2008) beck-shop.de De Historische Mohammed, De verhalen uit Medina (2007) De Historische Mohammed, De Mekkaanse verhalen (2005) Islam, een hoorcollege over de Islamitische godsdienst en cultuur (2005) God heeft gezegd: terreur, tolerantie en de onvoltooide modernisering van de islam (2003) Het Nut van God (2001) Nieuwe inleiding tot de islam (1998) The Dual Nature of Islamic Fundamentalism (1997) De Koran uit het Arabisch Vertaald door Prof. dr. J.H. Kramers (1992) The Neglected Duty: The Creed of Sadat's Assassins and Islamic Resurgence in the Middle East (1986) The Interpretation of the Koran in Modern Egypt (1974)
de geheime banden tussen Europa en de Arabische wereld Bat Ye’or
In September 2007 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff de vertaling van het bekende boek Eurabia. Het is een belangrijk boek dat elke Europeaan eigenlijk gelezen zou moeten hebben. Hier volgt het voorwoord van de Nederlandse vertaling zoals dat door de bekende Nederlandse Arabist Hans Jansen voor het boek is geschreven:
Dit boek is eigenlijk geen boek maar een dossier. Het is een dossier dat iets ongeloofwaardigs wil aantonen, en van de lezer verwacht dat hij bereid is de rol van jurylid te vervullen. Er is in dit dossier namelijk sprake van een ernstige beschuldiging: Europa zou stelselmatig en mogelijks zelfs welbewust ontdaan worden van haar eigen identiteit.
Europa, vreest Bat Ye’or, is aan het veranderen in een werelddeel dat beter Eurabië dan Europa genoemd zou kunnen worden, vanwege de diepgaande en groeiende invloed die de normen en waarden van de Arabisch-islamitische wereld er uitoefenen. Deze transformatie, meent zij, gaat ten koste van de traditionele Westerse normen en waarden van openheid, waarheidsliefde, gelijkberechtigdheid van een ieder, secularisme, vrijheidszin, vrijheid van godsdienst en meningsuiting, mensenrechten, en natuurlijk vooral de scheiding van kerk en staat dan wel godsdienst en politiek.
Bat Ye’or beschuldigt Europese leiders ervan samen met hun Arabische collega’s een Eurabia-ideologie geschapen te hebben die Europa welbewust kleineert en ‘culpabiliseert’, dat wil zeggen: ‘in het beklaagdenbankje plaatst’, een typische Bat Ye’or term. Tegelijkertijd gaat deze ideologie voorbij aan de goedgedocumenteerde schendingen van de mensenrechten die eeuwenlang in de islamitische landen plaats hebben gehad, vooral ten opzichte van niet-moslims, slaven en vrouwen.
De Eurabia-ideologie stelt daar een onwetenschappelijke onhistorische idyllische fantasie tegenover waarin joden, christenen, slaven, en vrouwen, uiteraard onder islamitisch oppergezag, er eeuwenlang beter aan toe geweest zouden zijn dan in het christelijke Europa ooit mogelijk geweest zou zijn. Met name de geschiedenis van Andalusië, het deel van Spanje dat door de Arabieren veroverd is en dat een aantal eeuwen onder Arabisch oppergezag heeft gestaan, is regelmatig het slachtoffer van verdraaiing in Eurabische zin. De wetenschaps125%geschiedenis is evenmin veilig voor de aanhangers van deze ideologie, die ten onrechte allerlei wetenschappelijke prestaties en interesses aan de Arabieren toeschrijft, ongeveer zoals vroeger in de Sovjet-Unie geleerd werd dat ook het wiel een Sovjet-uitvinding was.
Ook beijvert deze ideologie zich er voor de kruistochten moreel gelijk te stellen met de islamitische plicht tot jihad. Dit laatste grenst haast aan het ongelofelijke voor wie naar de feiten heeft gekeken. De kruistochten hebben zich gericht op één provincie van het Midden-Oosten, de jihad richt zich op de gehele wereld. Toen de eerste kruistocht ondernomen werd, hadden de moslims al eeuwenlang jihad gevoerd tegen de volkeren van zowel Europa, Azië als Afrika. De laatste kruisvaarder is bovendien al eeuwen geleden ter aarde besteld, maar jihadisten zijn er tot op de dag van vandaag nog steeds in overvloed.
Het van oorsprong judeo-christelijke Europa is ooit onderdeel van het Romeinse rijk geweest. Het is de bakermat en het bolwerk van de Verlichting. Europa is het werelddeel waar de moderne wetenschap uitgevonden en tot bloei is gekomen. Dat (in principe) zo tolerante en vrijheidslievende Europa dreigt haar culturele erfenis te verkwanselen, stelt Bat Ye’or, in een sluipend proces van aanpassingen aan de Arabische en de Islamitische wereld. Dat is niet goed, en dat zal nog tot veel moeilijkheden leiden. Want hoe je jet ook keert of wendt, de Arabisch-Islamitische wereld is niet vrijheidslievend en niet tolerant, zelfs niet in principe.
Dit door Bat Ye’or beschreven proces van aanpassing en opschuiving onttrekt zich aan democratische controle. Europese politici en beleidsmakers hebben nooit aan de kiezers de vraag voorgelegd of al die Europese samenwerkingsverbanden met de Arabische wereld wel of niet de zegen van het electoraat of het parlement hebben. Over de beloften die in die samenwerkingsverbanden worden gedaan, en de afspraken die daar gemaakt worden, bijvoorbeeld over migratie en cultuur, hoeven Europese politici zich niet te verantwoorden. Het gaat immers, wordt wel betoogd, slechts om diplomatieke frasen zonder veel inhoud, frasen die uitsluitend geuit worden om de prettige sfeer niet te verstoren die nu eenmaal onlosmakelijk verbonden is aan internationaal overleg op hoog niveau. Al die Euro-Arabische communiqués willen alleen maar de goede wil van alle betrokkenen onderstrepen, en goede wil is nog geen beleid. Was het maar zo.
De politici en beleidsmakers uit het Midden-Oosten hoeven zich over de gemaakte afspraken en de gedane beloften al helemaal niet tegenover kiezers te verantwoorden, want de regeringen in de Arabisch-islamitische wereld zijn niet onderworpen aan de beoordeling door een electoraat. Zij hebben de macht omdat zij de macht hebben. De Arabische landen zijn dan ook dictaturen waar de vrijheid soms wat groter maar ook wel eens wat kleiner is dan in de voormalige Sovjet-Unie.
Maar zelfs als de regiems die in de Arabische wereld aan de macht zijn de vrijheid en de vrijheden soms tijdelijk wat groter laten zijn, is de bestaanszekerheid er vermoedelijk kleiner dan in de vroegere Sovjet-Unie het geval was. De economie en de politiek zijn in de Arabische wereld zo ingericht dat niemand zijn leven zeker is, willekeur van politiediensten en de overheid is een dagelijks verschijnsel. De bevolkingen van deze landen stemmen dan ook in groten getale met hun voeten, en willen naar het Westen trekken.
Waarom eigenlijk slaan vertegenwoordigers van democratische landen in Europa aan het samenwerken met vertegenwoordigers van zulke staten? En met de vertegenwoordigers van de internationale organisaties die door zulke staten in het leven worden geroepen? Zijn de meeste Arabische landen nog wel echte staten? Zijn het vaak niet staten geweest waar het gezag en de macht inmiddels gekaapt zijn door een heersersclan, en waar de bevolking politiek geheel buiten spel is gezet? Het is duidelijk dat de normale internationale samenwerking door moet gaan ook als de regering van een land bezig is te vervallen tot een half-achterlijke dictatuur. Maar het is raar om wanneer een land in zo’n proces aan het wegzinken is, of al op de bodem is terecht gekomen, toch allerlei grootse gezamenlijke plannen op touw te zetten. Zulke plannen stuiten het wegzakken beslist niet, en wanneer ze gerealiseerd dreigen te worden, is er een bindende afspraak met een achterlijk en dictatoriaal regiem tot stand gekomen.
Wat Bat Ye’or in dit boek over de transformatie van Europa wil aantonen is zo ernstig en zo bizar dat ook zij zelf het af en toe haast niet lijkt te kunnen geloven. Maar de aanwijzingen, zie het door haar samengestelde dossier, zijn zo sterk dat het niet verantwoord is de hele zaak met een schouderophalen af te doen.
De Eurabië-ideologie heeft ook nu al invloed op cultuur en wetenschap. Die zijn niet altijd even belangrijk, maar soms wel hoogst amusant. Eén voorbeeld uit vele. Een Utrechtse hoogleraar aan de Theologische faculteit, Dr Karel Steenbrink, heeft tijdens zijn oratie in 2005 in volle ernst betoogd dat de Koran (een document uit op zijn vroegst de zevende eeuw van onze jaartelling) een ‘correctief’ vormt op de vier evangeliën van het Nieuwe Testament (documenten uit de eerste twee eeuwen van onze jaartelling). Als bron over Jezus achtte de nieuwe professor de Koran betrouwbaarder. Dat roept beslist vragen op. Betrouwbaarder in welke zin? Als historische bron? Als theologische leidraad? Hoe het ook zij, zonder veel omhaal verving Dr Steenbrink in zijn oratie heel kordaat de joodse Jezus door een islamitische Jezus. Het is ook tegen zulke soms eigenlijk wel komische culturele capitulatie voor de islam dat Bat Ye’or verzet aantekent.
Een ding is duidelijk. Wanneer het bij zulke ongevraagde religieuze kniebuigingen voor de islam bleef, zou het allemaal (behalve voor christenen) niet zo ernstig zijn. Maar de Eurabië-ideologie strekt zich, zoals dit door Bat Ye’or samengestelde dossier laat zien, ook uit over allerlei sociale en economische kwesties. Het beïnvloedt de Europese politiek ten opzichte van Amerika en ten opzichte van Israël op een oneigenlijke manier, en is uiteraard ook van diepgaande invloed op de regelingen die er getroffen worden rond migratie uit de Arabisch-islamitische wereld naar Europa. Daar hebben politici wel alles mee te maken. Daar zijn politici wél verantwoordelijk voor. Lees en oordeel.
De visies, of eigenlijk nachtmerries, van Bat Ye’or zijn uiteraard niet onomstreden. Er zijn serieuze gezaghebbende waarnemers en commentatoren die het niet met haar eens zijn. Een van de welsprekendste tegenstemmen is de Amerikaanse commentator Ralph Peters, een weinig sentimentele militair. Hij is eigenlijk de volstrekt tegenovergestelde mening toegedaan. Europa wordt volgens hem niet bedreigd door Eurabië, maar de moslimse minderheden in Europa leven volgens hem in geleende tijd. Dit omdat de Europeanen naar het oordeel van Ralph Peters ‘tot genocide geneigde maniakken’ zijn, die met ‘verbijsterende hardheid’ zullen terugslaan wanneer ze zich inderdaad door hun moslimse immigranten bedreigd zullen gaan voelen.
Ralph Peters verwijt de Europeanen dat zij verwend en lui zijn, en niet bereid, of bij machte, om migranten te accepteren en te absorberen. Hij voorspelt dat er een moment zal komen dat Amerikaanse schepen ‘in Bremen, Bari en Brest’ de moslimse vluchtelingen uit Europa zullen moeten komen ophalen. Ook dat is geen toekomstperspectief dat vrolijk stemt. Maar geen enkele criticus van Bat Ye’or bestrijdt dat de stroom van feiten die zij heeft aangedragen in principe juist is. Er is uitsluitend meningsverschil mogelijk over de interpretatie van het belang van de gebeurtenissen, de memoranda en de verklaringen, en over het toekomstperspectief dat deze driftige diplomatieke Euro-Arabische bedrijvigheid oproept.
Tegenover geluiden als die van Ralph Peters staat brede bijval van waarnemers, journalisten en historici die recht van spreken hebben. Dr. Salim Mansur, een Canadees academicus met een islamitische achtergrond, noemt Bat Ye’or een moderne Cassandra, naar de mythologische prinses uit Troje die de gave had voorspellingen te doen die uitkwamen. Alleen, de goden hadden Cassandra er toe veroordeeld om niet geloofd te worden. De historicus Sir Martin Gilbert, vooral bekend van zijn Churchill-biografie, behoort tot de bewonderaars van Bat Ye’or, evenals de Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci. Maar hoe gezaghebbend voor- of tegenstanders ook zijn, oordeel zelf.
De vreemde naam ‘Bat Ye’or’ is uiteraard een pseudoniem. Het is opvallend dat geleerden die zelf uit het Midden-Oosten afkomstig zijn vaak onder een pseudoniem schrijven wanneer ze het hebben over zaken die de islam raken. Twee van de meest bekende ‘oosterlingen’ die kritisch over de islam schrijven, doen dat net als Bat Ye’or ook niet onder hun eigen naam: Ibn Warraq en Christoph Luxenberg.
Ook Bat Ye’or komt uit het Midden-Oosten. Ze is opgevoed in het cosmopolitische Franstalige milieu van het Cairo zoals dat tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog bestaan heeft, waar Armeniërs, Grieken, joden, Italianen, Libanezen, en verder iedereen die goed Frans sprak welkom was. Haar schrijversnaam is Hebreeuws: Bat betekent ‘dochter’, en Ye’or ‘Nijl’. Bat Ye’or is inderdaad een ‘dochter van de Nijl’, geboren en getogen op het eiland Zamalek, een eilandje in de Nijl, ooit een door de Britse machthebbers aangelegde groene buitenwijk van Cairo, ten westen van het centrum. In 1957 is ze als zo velen Egypte uitgezet.
In 1986 heeft Bat Ye’or vriend en vijand verrast met haar boek The Dhimmi: Jews and Christians under Islam. Het Arabische woord dhimmi is de aanduiding voor een christen of jood die het oppergezag van de islam erkend heeft. Tegen de toenmalige gangbare meningen in laat Bat Ye’or in dit boek zien dat de dhimmi’s het door de eeuwen heen onder het bestuur van de islamitische overheden beslist niet makkelijk hebben gehad. De invloed van dit boek is groot geweest. Voordien werden de meest idyllische voorstellingen van hoe harmonieus moslims, joden en christenen onder de islam geleefd zouden hebben, zo goed als kritiekloos geaccepteerd. Na de verschijning van dit boek zijn steeds meer geleerden gaan beseffen dat deze idyllische voorstelling van zaken propaganda was die als geschiedschrijving werd vermomd.
Sinds 1983 gebruikt Bat Ye’or het woord ‘dhimmitude’ als benaming voor de houding van verinnerlijkte onderwerping aan de islamitische superioriteit die van een dhimmi verwacht wordt, zie www.dhimmitude.org. Het woord is inmiddels grotendeels ingeburgerd, en gaf in de zomer van 2007 op Google ongeveer 650.000 treffers.
Bat Ye’or is niet alleen door haar jarenlange onderzoek maar ook door haar opvoeding in het Cairo van haar jeugdjaren uiteraard goed bekend geraakt met de formele en informele kanten van het leven als dhimmi. Een dhimmi laat zich maar al te gemakkelijk ‘culpabiliseren’, vooral wegens vermeend gebrek aan respect voor de islam en de moslims. Bat Ye’or waarschuwt nadrukkelijk voor de internalisering van de positie van dhimmi. Een jood of christen, of een ongelovige, die maar lang genoeg met de mond de superioriteit van de islam beleden heeft, gaat immers op de lange duur zichzelf als minderwaardig beschouwen.
De overstap naar de godsdienst die zichzelf als superieur beschouwt, gaat dan steeds meer voor de hand liggen want alleen die overstap lost het probleem van de eigen minderwaardigheid op. Zulke (psychologisch ongezonde) ‘minderwaardigheid’, of die nu is opgelegd of geïnternaliseerd, is in strijd met de gangbare opvattingen over mensenrechten. De discussie over dhimmitude hoort dan ook thuis bij de discussie over de universele rechten van de mens, en heeft op de keper beschouwd weinig met de islam en de moslims te maken. Wie zichzelf vernedert, doet dat zichzelf aan.
Dhimmitude is ook in Nederland een, helaas, reëel bestaand verschijnsel. Een burgemeester die na de moord op een islamcriticus thee gaat drinken in een moskee, gedraagt zich als een dhimmi. Een Nederlands bedrijf dat uit voorzorg de te koop aangeboden kleding, drank of spijs maar vast wil gaan aanpassen aan de eventuele islamitische eisen, heeft de facto voor een voortbestaan als dhimmi gekozen. Bat Ye’or kent als geen ander de gevoeligheden van dhimmitude, en ze weet als geen ander de culturele, psychologische, sociale en religieuze consequenties van dhimmitude te herkennen en aan het licht te brengen.
De term Eurabia had in de zomer van 2007 ongeveer 819.000 treffers op Google. Anders dan bij dhimmitude het geval is, heeft Bat Ye’or dit woord niet zelf bedacht. Wel heeft zij er de huidige inhoud aan gegeven. Oorspronkelijk was het de naam van een tijdschrift uit het midden van de jaren zeventig dat werd uitgegeven door het Europese Comité voor de coördinatie van vriendschapsverenigingen met de Arabische wereld, dus een organisatie ter coördinatie van verenigingen als de Nederlands-Arabische Kring. Ook is of was er in Rotterdam een vereniging van Marokkaans-Nederlandse studenten die Eurabia heette.
Het boek, of desnoods dossier, Eurabia van de hand van Bat Ye’or is een belangrijke bijdrage aan een belangrijke discussie. De materie is af en toe zo ingewikkeld en complex dat zelfs wie redelijk Frans of Engels leest, zich niet hoeft te generen om toch een Nederlandse vertaling van dit boek te raadplegen. Het is daarom goed dat van het ingewikkelde Eurabië-dossier nu een Nederlandse vertaling op de markt is. Bovendien is de strijdvaardigheid en de koersvastheid van Bat Ye’or een voorbeeld voor de zo veel meer tot capitulatie en compromis geneigde Nederlanders. Als het aan Bat Ye’or ligt, gaat het licht van de Verlichting niet uit, en blijft het lot van de dhimmi’s Nederland en Europa bespaard.
Eurabia de geheime banden tussen Europa en de Arabische wereld Bat Ye’or Uitgeverij Meulenhoff, September 2007 ISBN-10: 9029079894 ISBN-13: 9789029079891 391 pagina's (Paperback) Prijs: vergelijk.nl / beslist.nl
The Secret History of the American Left from Mussolini to the Politics of Meaning Jonah Goldberg
Het dogma dat socialisten links zijn en fascisten rechts is diep geworteld. Maar in de VS is nu een boek verschenen dat met dit idee afrekent. Arabist Daniel Pipes schreef er een boekbespreking over en hieronder vindt u de vertaling van zijn review. Voor de goede orde, in de politieke verhoudingen van Amerika is liberaal links en conservatief rechts (waarbij ze de standpunten van de VVD waarschijnlijk nog behoorlijk links zullen vinden).
Liberaal fascisme klinkt als een oxymoron dat slechts gebruikt wordt door rechtse conservatieven die er linkse liberalen mee willen beledigen. Maar in werkelijkheid is de term verzonnen door een socialistische schrijver. Dat was niemand minder dan de gerespecteerde linkse schrijver H.G. Wells. Hij introduceerde de term in 1931 toen hij zijn mede progressievellingen opriep om “liberale fascisten” en “verlichte nazi’s” te worden. Waar gebeurd!
De woorden van Wells passen in het grotere patroon van verwantschap tussen socialisme en fascisme: Mussolini was een leidende socialistische figuur, die zich tijdens de 1e wereld oorlog, afkeerde van het internationalisme ten faveure van het Italiaanse nationalisme. Hij noemde die vermenging Fascisme. Net zo goed als, Hitler de leider was van de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders partij.
Deze feiten botsen met het hedendaagse algemeen geaccepteerde wereldbeeld dat sinds eind 1930 is ontstaan. Een wereldbeeld waarin communisme extreem links is, gevolgd door socialisme, liberalisme in het midden, dan conservatisme en fascisme als extreem rechts. Maar dit politieke spectrum, zoals Johan Goldberg het beschrijft in zijn briljante, grondige en originele nieuwe boek: “Liberal Fascism: The Secret History of the American Left from Mussolini to the Politics of Meaning” (Doubleday), weerspiegeld slechts hoe Stalin het woord fascist gebruikt als scheldwoord voor alles en iedereen die hij wilde beschadigen: Trotsky, Churchill, boeren, etc. Daarmee wordt het begrip fascist dus versluierd en ontdaan van zijn werkelijke betekenis. Reeds in 1946, beschreef George Orwell al dat de betekenis van het woord fascisme gedegenereerd was tot: “iets dat niet gewenst was”.
Om Fascisme in zijn gehele vorm te begrijpen moeten we dus de misrepresentatie van Stalin opzij schuiven en verder kijken dan de Holocaust. We moeten terug naar wat Goldberg het “fascistische moment” noemt. Dit is rond 1910 – 1935. Een statische ideologie als Fascisme gebruikt politiek als een gereedschap om de samenleving van losse individuen om te vormen tot een organisch geheel. Dat doet het door de staat boven het individu te verheffen, met gedegen kennis over democratie, door het afdwingen van consensus in het debat en met een voorkeur voor socialisme over kapitalisme. Het is totalitair in Mussolini’s oorspronkelijke betekenis van de term: “Alles voor de Staat, niets buiten de Staat, niets tegen de Staat”. De fascistische boodschap komt neer op “Genoeg geouwehoerd, meer aktie!”. Dat is dan ook de blijvende aantrekkingskracht: het krijgt dingen gedaan.
Het contrast met het conservatisme is dat deze staat voor beperkte overheid, individualisme, democratisch debat en kapitalisme. Een aantrekkingskracht gebaseerd op vrijheid en de burgers met rust laten.
Goldberg’s verdienste is dat hij het verwantschap aantoont tussen communisme, fascisme en liberalisme. Allemaal zijn ze afgeleid van dezelfde traditie die terug gaat tot aan de Jacobijnen van de Franse Revolutie. Zijn aangepaste politieke spectrum richt zich dan ook op de rol van de staat en gaat van libertarisme via conservatisme tot fascisme in zijn vele verschijningsvormen zowel Amerikaanse, Italiaanse, Russische, Chinese, Cubaanse enz.
Zoals deze lijst al aangeeft, is fascisme flexibel; verschillende vormen verschillen in hun details maar delen samen “emotionele en instinctmatige impulsen”. Mussolini paste de socialistische agenda aan door de staat te benadrukken, Lenin maakte de arbeiders zijn stoottroepen en Hitler voegde ras toe. De Duitse versie was militaristisch, maar de Amerikaanse (die Goldberg liberale fascisme noemt) is bijna pacifistisch. Goldberg citeert historicus Richard Pipes [vader van Daniel Pipes] op dit punt: “Bolsjewisme en Fascisme zijn dwalingen van de socialistische leer”. Hij onderbouwd deze verbinding op twee manieren.
Ten eerste, geeft hij ons een “geheime geschiedenis van links Amerika”:
Woodrow Wilson’s progressieve programma was “militaristisch, fanatiek nationalistisch, imperieel en racistisch” en was mogelijk gemaakt door de noodtoestand van de 1e wereldoorlog.
Franklin D. Roosevelt’s fascistische “New Deal” was een voortzetting en uitbreiding van Wilson’s beleid.
Lydon B. Johnson’s “Great Society” was de grondlegger van de moderne verzorgingstaat, de ultieme vervulling (tot dan toe) van deze statische traditie.
De jeugdige “New Left” revolutionairen van de jaren zestig brachten een Amerikaans sausje over het idee van “oud Europa”.
Hillary Clinton hoopt de staat diep te wortelen in het Amerikaanse familie leven, een essentiële stap in het totalitaire project.
Om meer dan bijna een eeuw Amerikaanse politieke geschiedenis samen te vatten: het Amerikaanse politieke systeem stimuleerde traditioneel het streven naar geluk, maar “meer en meer van ons willen dat niet meer najagen maar het geleverd zien worden”.
Ten tweede, ontleed Goldberg het Amerikaanse liberale programma: ras, economie, milieu, zelfs de “cult van het organische”. Hij laat zien hoe deze zeer verwant is met de programma’s van Mussolini en Hitler.
Als deze samenvatting U erg onwaarschijnlijk voorkomt, stel ik voor dat U het gehele boek “Liberal Fascism” zelf leest. Het staat vol kleurrijke citaten en overtuigende documentatie. Van de auteur, die vooral bekend is om zijn sterke columns, kan nu echter worden gezegd dat hij tevens een politiek denker van belang is.
Behalve een radicaal andere kijk te geven op wat moderne politiek is, één waarin “fascist” niet een groter scheldwoord is dan “socialist”, biedt het buitengewone boek van Goldberg een berg feiten om tegen hun links liberale kwelgeesten te gebruiken. Als liberalen tot in de eeuwigheid Joseph McCarty er bij kunnen halen, dan kunnen conservatieven nu antwoorden met Benito Mussolini.
Kortom, ook voor Nederlandse verhoudingen een interessant boek.
Liberal Fascism The Secret History of the American Left, From Mussolini to the Politics of Meaning Jonah Goldberg Doubleday, Jan 2008 ISBN-13: 9780385511841 ISBN-10: 0385511841 496 pagina's Prijs: amazon.com / fetchbook.info / vergelijk.nl
Anderen over dit boek "'It is my argument that American liberalism is a totalitarian political religion,' Jonah Goldberg writes near the beginning of Liberal Fascism. My first reaction was that he is engaging in partisan hyperbole. That turned out to be wrong. Liberal Fascism is nothing less than a portrait of twentieth-century political history as seen through a new prism. It will affect the way I think about that history -- and about the trajectory of today's politics -- forever after." -- Charles Murray
"Liberal Fascism will enrage many people on the left, but Jonah Goldberg's startling thesis deserves serious attention. Going back to the eugenics movement there has been a strain of elitist moral certainty that allows one group of people to believe they have the right to determine the lives of others. We have replaced the divine right of kings with the divine right of self-righteous groups. Goldberg will lead you to new understanding and force you to think deeply." --Newt Gingrich
"Jonah Goldberg argues that liberals today have doctrinal and emotional roots in twentieth century European fascism. Many people will be shocked just by the thought that long-discredited fascism could mutate into the spirit of another age. It's always exhilarating when someone takes on received opinion, but this is not a work of pamphleteering. Goldberg's insight, supported by a great deal of learning, happens to be right." -- David Pryce-Jones
"Jonah Goldberg brilliantly traces the intellectual roots of fascism to their surprising source, showing not only that its motivating ideas derive from the left but that the liberal fascist impulse is alive and well among contemporary progressives-and is even a temptation for compassionate conservatives." -- Ronald Bailey (Reason magazine)
Jami Ehsan is het PvdA raadslid uit Leidschendam die het Comité voor ex-moslims in Nederland heeft opgericht. Dit is het pamflet waarmee het comité op 9/11 is gepresenteerd. Het korte boekje kent wel twee inleidingen en de eerste start prachtig:
“Laten we even aannemen dat Nederland driehonderd tennisclubs heeft. En stel dat een van die tennisclubs de regel invoert dat de leden niet langer mogen opzeggen. Ook wordt bepaald dat kinderen van leden automatisch lid voor het leven zijn, en hun kinderen, en hun kinderen… enzovoort. En dat er zeer zware straffen staan op het verlaten van de tennisclub of het beoefenen van andere sporten dan tennis. En kijk dan eens over 1400 jaar welke tennisclub van Nederland de grootste is! Sterker nog: deze doortastende vereniging zou een van de grootste tennisclubs ter wereld zijn, met vele miljoenen leden van wie velen nauwelijks zullen weten wat een tennisbal is. Op deze manier is de islam, 1400 jaar geleden gesticht” (P. 11)
Deze eerste inleiding is geschreven door journalist en schrijver Michiel Hegener. Hegener bracht Jami op het idee om het Comité voor ex-moslims te starten.
“Tot slot dit: veel mensen vragen zich af of alle ophef rond het verbod op afvalligheid terecht is. Dat standpunt kom je vaak tegen bij degene die religie zien als cultuur en die alle verwijzingen naar het transcendente afdoen als flauwekul. God bestaat niet, na de dood is er niets, religie is onzin en waarom moeten we ons sterk maken voor vrijheid van onzin? Het antwoord is simpel: vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing is niet alleen de vrijheid om een geloofsrichting te kiezen, om zelf te bepalen wat je wel en niet gelooft. Het is ook de vrijheid om zelf te bepalen hoe belangrijk geloof voor je is. Wie religie afdoet als onzin spreekt voor zich zelf – net als iedereen die religie wel belangrijk vindt.” (P.19)
De tweede inleiding is van de hand van Afshin Ellian, die net als Jami geboren is in Iran. Hij beschrijft aan de hand van Koran citaten en de Hadith dat alle vijf de orthodoxe islamitische scholen op uittreding de doodstraf hebben staan. Ook noemt hij de bekende en beruchte Arabist Maurits Berger corrupt (in "Islam is een sinaasappel" kan je trouwens lezen hoe deze zich bijna bekeerde tot de islam):
“Stelt u zich voor dat op een dag de moslims worden geëmancipeerd van de tirannie van de sjaria, wat moet Berger dan van de rest van zijn leven maken? Sjaria is niet alleen een winstgevende business voor moslimfundamentalisten, maar blijkbaar ook voor postmoderne islamologen.” (P.25)
Dan start het boekje met een autobiografische beschrijving van Jamie. Waarin hij zijn jeugd in Iran beschrijft. Daar wordt hem met het nodige geweld de koran geleerd en leert hij dat joden varkens zijn en christen honden. Maar op 9 jarige leeftijd komt hij al naar Nederland en vindt zijn Nederlandse basisschool een verademing. Op de middelbare school komt hij meer in contact met mede allochtonen. Hij krijgt er een islamitische vriendenkring, waarin velen dromen van de sharia en een enorme hekel aan joden hebben. Jami was te verlegen om meisjes te versieren maar de andere jongens gebruiken de Nederlandse meisjes voor de sex, een praktijk die door een deel van hen later wordt voortgezet als loverboy / pooier. De vrienden vierden op 11 september feest en ook Jami was blij met de aanslag. Net als bij zovelen was dit aanleiding om zich wat meer in het geloof van de Islam te verdiepen en hij begint de Koran, de hadith en de soenna te bestuderen.
“Zo kwam ik er achter dat veel negatiefs dat over de islam werd beweerd, gewoon in de heilige boeken was terug te vinden” (P.40)
Rond die tijd kwam ook Pim Fortuyn op. Jami kon toen niet anders dan beamen dat deze gelijk had toen hij de Islam achterlijk noemde. Als hij daarna, voor de eerste keer sinds zijn vertrek uit Iran, weer komt in Iran, dan ziet hij hoe achterlijkheid de islamitische praktijken daar zijn. Daarna spreekt hij zich steeds duidelijker uit tegen deze achterlijke praktijken. Hij ontmoet op zijn school wel Islamitische medestanders, maar die steunen hem alleen maar heimelijk. In het openbaar durven ze niets te zeggen.
In 2005 komt Jamie als “sociaal liberaal” bij de PvdA, een partij die hij de emancipatie partij noemt. Nog geen jaar later, in het voorjaar van 2006 wordt hij gekozen als PvdA raadslid te Leidschendam- Voorburg.
Als het IJselstijnse PvdA raadslid Najia Siamarim in de krant schrijft dat ze wil “toezien op een zorgvuldige naleving van het Islamitische strafrecht in Islamitische landen” moet hij reageren. Hij schrijft een reactie naar de krant, waarin hij schrijft dat hij een afvallige is en dat hij volgens zijn partijgenoot dus geëxecuteerd zou mogen worden. Naar aanleiding van dit schrijven wordt hij uitgenodigd voor het programma Schepper en Co. Tijdens de opname van dit programma ontmoet hij Michiel Hegener die hem aanmoedigt om, net als in andere Europese landen, een comité van ex-moslims op te richten. Als Jami zijn comité voor ex-moslims opricht, zorgt Hegener voor een steun comité dat direct gesteund wordt door Afshin Ellian en Paul Cliteur.
Dan vervolgt het boekje met een beschrijving van de tien punten die de Europese beweging van ex-Moslims hebben opgesteld. Bij elk punt lezen we Jami zijn zienswijze en lezen we overtuigende argumenten:
“Wanneer we pal staan voor onze rechtsstaat waar het antidemocratische eisen van extreemrechts of –links betreft, moeten we dat evengoed doen waar het de eisen van geloofsgroepen betreft. Moslims mogen in deze geen uitzonderingspositie krijgen” (P.60)
Maar soms ook wat minder overtuigende stukjes:
“Ouders moeten zich niet op een religieuze moraal baseren maar op hun gezond verstand en normen en waarden van dit land” (P. 82/83)
Je kan immers van ouders toch niet anders verwachten dat ze hun eigen normen en waarden gebruiken om hun kinderen op te voeden? Maar over het algemeen lijken de ideeën beschreven in dit tweede hoofdstukje toch beter doordacht dan blijkt uit het bovenstaande citaat. Zoals bijvoorbeeld het idee om een hiaat in het strafrecht te dichten. Daar hebben zogenaamde daadkrachtige ministers, zoals bijvoorbeeld Rita Verdonk, nooit werk van gemaakt:
“Haatprediking in moskeeën moet worden aangepakt. Wat we nu zien, is dat opruiende imams zich verschuilen achter Allah. Omdat ze weten dat het rechtstreeks uiten van een bedreiging juridische kan worden aangepakt, roepen ze Allah op hun werk te doen. ‘Allah, vervloek die en die’; ‘Allah, laat dat kankergezwel verdwijnen.’ Hier is op dit moment nog niets tegen te beginnen, terwijl er wel degelijk sprake is van bedreiging. Toehoorders zullen Allah namelijk graag een handje helpen, en de betreffende imams weten dat. Het is dan ook hard nodig om deze leemte in ons strafrecht op te vullen, zodat de toekomst bedreiging en intimidatie ‘over de rug van Allah’ niet langer mogelijk is.” (P. 86)
De besproken punten in dit tweede hoofdstuk worden ook telkens afgesloten met een persoonlijk verhaal van een afvallige moslim, en dat zijn vaak ontroerende schrijnende stukjes. Het boekje geeft ook een aantal links naar websites met soortgelijke verhalen:
In het derde en laatste hoofdstuk bespreekt en bekritiseert hij de huidige koers van de PvdA. Zo heeft zijn partij in 2005 weliswaar het recht op geloofsafval in haar beginsel programma opgenomen, maar is dit volgens Jami toch vooral een lippen dienst geweest. Tot nu toe hebben PvdA bestuurders op dit punt niets ondernomen. Hij bespreekt de koers van de PvdA naar aanleiding van punten uit het in 2004 door Schelto Patijn geschreven rapport “Integratie en immigratie: aan het werk”. Jamie komt dan tot harde conclusies over zijn eigen partij.
“Kortom de visie van de PvdA op intergratie en emancipatie bestaat enerzijds uit slappe stellingen waarvan in de praktijk nauwelijks enig heilzaam effect kan worden verwacht, en anderzijds uit goede ideeën waaraan onvoldoende uitvoering wordt gegeven.” (P. 101)
Het is dus nog maar de vraag of het ooit goed zal gaan komen tussen Wouter en Jami:
“Wil de PvdA ooit een doortastende integratiepolitiek voeren, dan zal zij moeten regeren op basis van principes. De onberedeneerde angsten van de allochtone en traditionele linkse achterban zal men links moeten laten liggen. Zo kan de PvdA weer een brede volkspartij worden in plaats van een Partij voor de Allochtonen of van Allah.” (P 102)
In ieder geval heeft Jami grootse plannen met het comité van ex-moslims. Zo kondigt hij brochures en TV spotjes aan. Ook zou hij graag zien dat er naast een contact orgaan moslims en overheid ook een contact orgaan ex-moslims en overheid komt. Optimistisch is hij ook, want in tijden dat homo’s weer de kast in moeten streeft hij er naar dat binnen drie jaar geloofsafval binnen de Nederlandse islam gemeenschap geen enkel probleem meer is.
Al met al, is het dunne boekje van Ehsan Jami een leuk vlot te lezen boekje vol met interessante wetenswaardigheden. Een aanrader.
Besproken boek
Het recht om ex-moslim te zijn Ehsan Jami Ten Have, September 2007 ISBN 9025958362 / 9789025958367 144 pagina's Prijs: vergelijk.nl / beslist.nl
Onlangs heeft tweedekamer lid Geert Wilders in het parlement een boekbespreking gehouden over de Koran. Deze bespreking wil ik u niet onthouden:
Om te beginnen mijn oprechte dank aan u persoonlijk omdat u op mijn verjaardag vandaag een debat over de islam heeft gepland. Een mooier cadeau had ik mij niet kunnen wensen! Voorzitter, ongeveer 1.400 jaar geleden is ons de oorlog verklaard. Door een ideologie van haat en geweld die toen ontstond en werd verkondigd door een barbaar die zichzelf Profeet Mohammed noemde. Ik heb het over de islam.
Voorzitter, laat ik beginnen met het fundament van de islam, de Koran. De plicht voor alle moslims om strijd te leveren tegen niet-moslims, vormt het kernthema van de Koran, de islamitische Mein Kampf, en met strijd wordt bedoeld: oorlog, jihad. De Koran is vooral een krijgsboek - waarin opgeroepen wordt niet-moslims af te slachten (2:191, 3:141, 4:91, 5:33), te braden (4:56, 69:30-69:32) en om bloedbaden onder hen aan te richten (47:4). Joden worden vergeleken met apen en zwijnen (2:65, 5:60, 7:166). Mensen die geloven dat Jezus Christus de zoon van God is, moeten volgens de Koran bestreden worden (9:30). Voorzitter, het Westen kent geen problemen met het joden- en christendom, maar wel met de islam. Moslims kunnen de teksten in de Koran, die eeuwig gelden voor alle moslims, ook vandaag de dag nog beschouwen als een license to kill. En dat gebeurt ook. De inhoud van de Koran is zo geformuleerd dat de bevelen gericht zijn aan moslims van alle tijden, dus ook aan moslims van nu. In tegenstelling tot de teksten in de Bijbel, die juist zijn geformuleerd als historische verhalen waarbij de gebeurtenissen in een ver verleden zijn geplaatst. Het waren dan ook moslims, en geen joden of christenen, die de catastrofale terroristische aanslagen in New York, Madrid en Londen pleegden en niet voor niets werd Theo van Gogh door de moslim Mohammed Bouyeri op beestachtige wijze afgeslacht.
Voorzitter, er zijn zeker gematigde mensen die zichzelf moslim noemen en onze wetten respecteren. De Partij voor de Vrijheid heeft natuurlijk niets tegen hen, maar de Koran heeft dat wel. De Koran zegt namelijk in Soera 2, vers 85 dat gelovigen die een deel van de Koran niet geloven, vernederd zullen worden en de hevigste bestraffing zullen krijgen; met andere woorden zullen braden in het Hellevuur. Dus mensen die zeggen dat ze moslim zijn, maar bijvoorbeeld niet in Soera 9, vers 30 geloven, dat zegt dat joden en christenen bestreden moeten worden of niet in Soera 5, vers 38 geloven, dat zegt dat de hand van een dief moet worden afgehakt, die mensen zullen worden vernederd en gebraden. Dat verzin ik niet, maar dat zegt de Koran. Volgens de Koran zijn moslims die slechts een deel van de Koran geloven in feite afvalligen en we weten wat er volgens de Koran met afvalligen moet gebeuren. Zij moeten worden gedood.
Voorzitter, de Koran is een opruiend boek en het verspreiden van een opruiend geschrift is op grond van artikel 132 van ons Wetboek van Strafrecht verboden. Daarnaast zet de Koran aan tot haat en roept het op tot moord en doodslag; verspreiding van dergelijke teksten is door artikel 137e strafbaar gesteld. De Koran is levensgevaarlijk en volledig in strijd met onze rechtsorde en democratische rechtsstaat. Ter verdediging en versterking van onze rechtsstaat en beschaving is het dan ook bittere noodzaak, de Koran te verbieden, en ik zal daartoe in tweede termijn een motie indienen.
Voorzitter, er bestaat geen gematigde islam. Zoals de Turkse premier Erdogan onlangs letterlijk zei: "There is no moderate or immoderate islam. Islam is islam and that's it". De islam is uit op dominantie. De islam wil haar imperialistische agenda met geweld wereldwijd afdwingen (8:39). En dat blijkt ook uit de Europese geschiedenis. Gelukkig werd de eerste islamitische invasie van Europa in 732 bij Poitiers gestuit en werd de tweede in 1683 bij Wenen gestopt. Voorzitter, laten we er voor zorgen dat ook de derde islamitische invasie, die nu volop gaande is, tot stilstand wordt gebracht. Nu sluipend en in tegenstelling tot de 8e en 17e eeuw zonder islamitisch leger omdat de bange dhimmi's in het Westen zoals ook de Nederlandse politiek, de deur voor de islam en moslims wagenwijd openzet.
Naast verovering, voorzitter, is de islam ook uit op het installeren van een totaal andere maatschappelijke orde en rechtssysteem, de Sharia. Daarmee is de islam behalve een religie voor honderden miljoenen moslims vooral ook een politieke ideologie (politiek/rechtsstaat/islamitische normen en waarden etc). De islam is een ideologie die geen respect heeft voor anderen, niet voor christenen, niet voor joden, niet voor ongelovigen en niet voor afvalligen. De islam wil overheersen, onderwerpen, doden en oorlog voeren.
Voorzitter, de toenemende islamisering moet worden gestopt. De islam is het paard van Troje in Europa. Als we de islamisering niet stoppen zijn Eurabië en Nederabië slechts een kwestie van tijd. Een eeuw geleden woonden er in Nederland ongeveer 50 moslims. Maar vandaag de dag wonen er zo'n 1 miljoen moslims in ons land. Waar gaat dat heen? We stevenen af op het einde van de Europese en Nederlandse samenleving zoals we die nu nog kennen. Maar de minister-president antwoordde deze week doodleuk op mijn kamervragen dat er van islamisering van ons land geen sprake is. Een nu al historische vergissing. Heel veel Nederlanders, meneer de minister-president, zien de islamisering van Nederland echter elke dag, en heel veel mensen hebben genoeg van boerka's, van hoofddoekjes, van het ritueel slachten van dieren, van eerwraak, van schallende minaretten en krijsende imams, van vrouwenbesnijdenis, van maagdenvlieshersteloperaties, van de mishandeling van homo's, van het Turks e! n Arabisch in de bus en trein en op de folders in het gemeentehuis, van halalvlees bij Albert Heijn en El Hema, van shariatestamenten, van de shariahypotheken van Wouter Bos en van de enorme oververtegenwoordiging van moslims in de misdaad, zoals de Marokkaanse straatterroristen.
Maar, voorzitter, er is hoop. Gelukkig. De meerderheid van de Nederlanders is inmiddels namelijk doordrongen van het gevaar en ziet de islam als een bedreiging voor onze cultuur. De PVV neemt die mensen wel serieus en neemt het voor hen op.
Veel Nederlanders zijn het spuugzat en hunkeren naar actie. Maar de Haagse politiek doet helemaal niets, tegengehouden door angst, politieke correctheid of simpelweg electorale motieven: bang om moslimkiezers kwijt te raken zoals overduidelijk bij de PvdA het geval is. De minister-president zei in Indonesië dat de islam geen gevaar is. Minister Donner vindt dat de sharia rustig in Nederland ingevoerd kan worden als de meerderheid dat wil. Minister Vogelaar kwekt dat Nederland in de toekomst een joods-christelijk-islamitische traditie zal kennen en dat ze de islam wil helpen wortelen in de Nederlandse samenleving. Deze Minister toont daarmee aan dat ze knettergek is geworden. Zij pleegt verraad aan de Nederlandse cultuur en beledigt de Nederlandse bevolking. Voorzitter, de Partij voor de Vrijheid eist dat minister Vogelaar haar woorden terugneemt. Als de minister dat niet doet dan zal de fractie van de Partij voor de Vrijheid het vertrouwen in haar opzeggen. Nederland ma! g nooit een islamitische traditie kennen, nu niet en ook niet over een paar eeuwen.
Voorzitter, dan kort de reactie van het kabinet op het WRR-rapport. Op pagina 12 van haar reactie meldt het kabinet dat de islam niet strijdig is met de democratie en mensenrechten. Veel gekker kan het toch niet worden.
Voorzitter. Het is een paar minuten voor twaalf. Als we zo doorgaan zal de islam het einde betekenen van onze Westerse beschaving en Nederlandse cultuur.
Ik zou mijn bijdrage in eerste termijn willen eindigen met een persoonlijk beroep op de minister-president namens heel veel Nederlanders: stop de islamisering van Nederland!
Er rust een historische taak op uw schouders meneer Balkenende. Wees moedig, en doe waar veel Nederlanders om schreeuwen, doe wat Nederland nodig heeft. Stop de immigratie uit moslimlanden, sta geen enkele nieuwe moskee meer toe, sluit alle islamitische scholen, verbied de boerka en de Koran. Zet criminele moslims zoals die Marokaanse straatterroristen waar de mensen in het land gek van worden, het land uit. Neem uw verantwoordelijkheid! Stop de islamisering!
Genoeg is genoeg meneer Balkenende. Genoeg is genoeg.
Niet wij veranderen de moslims, maar de moslims veranderen ons. Maar er is hoop, als de wereld maar wordt zoals de Nederlanders waren in de zeventiende eeuw, zo betoogt de Amerikaanse filosoof Lee Harris.
De boodschap van het nieuwe boek van de Amerikaanse politiek filosoof Lee Harris is hoogst onaangenaam. Het is – kort en goed gezegd – een pijnlijk boek. Het zet het mes in het vlees van het vrije Westen, draait het daar een paar keer in rond, en laat het daarna in dat vlees achter.
Al eeuwen, zo betoogt Harris, koestert het Westen de hoop dat de islam zal veranderen en net zo modern, rationeel en vreedzaam zal worden als wijzelf. De confrontatie met de weelde en de vrijheid van onze beschaving zou de islam ertoe verleiden afscheid te nemen van zijn tribale cultuur van collectief fanatisme. Maar, zo stelt Harris vast: niet wij veranderen de islam, de islam verandert ons. Harris citeert de Engelse arabist E. W. Lane, die begin negentiende eeuw voorspelde dat het contact met de Europese beschaving ertoe zou leiden dat de islamitische ‘fanatieke intolerantie’ minder zou worden. Maar in de laatste editie van zijn boek over Moderne Egyptenaren schreef Lane dat zijn voorspelling niet was uitgekomen. ‘Integendeel, Europese vernieuwingen hebben het fanatisme bij het grootste deel van de bevolking alleen maar doen toenemen’.
De gedachte dat wij in het Westen normaal zijn, en dat wij de geschiedenis aan onze zijde hebben, zozeer zelfs dat onze liberale democratie en ons kapitalisme de gehele wereld onherroepelijk zullen veroveren, en dat de geschiedenis daarmee zijn spoedige voltooiing en einde zal vinden, heeft een laatste, en welbespraakte woordvoerder gevonden in Francis Fukuyama. De gedachte dat de rede (in de zin: van rationeel denken) alle mensen van nature eigen is, en dat alle mensen daarom uiteindelijk hetzelfde willen (namelijk: vrijheid, autonomie en welvaart) was ook de kern van de gedachtegang van de neoconservatieve beleidsmakers die sterke invloed op de regering-Bush hebben uitgeoefend. Ook zij hebben zich vergist, net als Lane begin negentiende eeuw en Fukuyama aan het einde van de Koude Oorlog. Het Westen wordt sinds 9/11, sinds de oorlogen in Afghanistan en Irak, sinds de aanslagen in Madrid en Londen, en sinds de moord op Theo van Gogh, geconfronteerd met een cultuur die begrijpt dat onze westerse manier van denken en leven de ernstigste bedreiging van haar eigen tradities vormt, en die vooral ook begrijpt dat intimidatie en geweld in het Westen tot paniek en verwarring leiden, en tot een toegeven aan de eisen en verlangens van moslims. Het ressentiment dat deze gewelddadige intimidatie voedt, is uit op anarchie, op een crash van onze beschaving, op een nieuwe gijzeling van de geschiedenis door het fanatisme – in de hoop en verwachting dat de implosie van de status quo tot een nieuwe orde zal leiden waarin de huidige orde zal zijn vernietigd en de nieuwe orde hùn orde zal zijn.
Want wij zijn anders dan zij. Wij denken wel dat ons rationalisme ‘natuurlijk’ en ‘normaal’ is, maar onze cultuur is een uitzondering, en het gevolg van een toevallige samenloop van omstandigheden. Wij willen vrij zijn, kunnen experimenteren, onze eigen keuzes kunnen maken – onafhankelijk van welke belemmerende tradities dan ook. En we zijn trots op een rechtsstaat die ervoor zorgt dat alle conflicten niet meer op een gewelddadige wijze, maar via vreedzame procedures en arbitrage worden beslecht. We denken dat dit normaal is, en kunnen ons nauwelijks nog voorstellen dat het elders anders is. Maar in feite zijn wij in het Westen een eiland dat wordt omringd door een wereld door een wereld waarin culturen domineren waarin niet onze ethische codes maar het recht van de sterkste en de wetten van de jungle heersen. Tribale culturen, want daar hebben we het dan over, waarin niet het individu telt maar het collectief, en waar mensen bereid zijn te sterven voor de handhaving van de eigen (religieuze tradities). Ons rationalisme is geen natuurlijk gegeven, maar het product van een oude cultuur en een eeuwenlange ontwikkeling. De verabsolutering en vergoddelijking van de westerse rede is de snelste weg naar de zelfmoord van die rede.
Nu we deze tribale cultuur van de islam ook in het vrije Westen hebben geïmporteerd, en we sinds een aantal jaren op hardhandige wijze met de diepste aard van die cultuur zijn geconfronteerd, zijn velen nog steeds naïef genoeg om alle problemen te ontkennen of te vergoelijken. Zij denken dat fanaten door overreding en onderhandeling bij een kopje thee op andere gedachten te brengen zijn, of dat oproepen tot assimilatie de problemen zullen oplossen. De feiten tonen aan, aldus Harris, dat ‘moslimimmigranten geen enkele neiging vertonen om zich te assimileren. Wanneer zij zich in een andere cultuur vestigen, beginnen zij zelfs al snel te vragen om aanpassingen van die cultuur om hen in die cultuur in te passen.’ En velen in het Westen zijn maar al te zeer bereid zich aan die eisen en verlangens aan te passen – en dan hoeven we nog niet eens aan een seniele verrader als bisschop Muskens te denken, die vorige week zei dat we God maar Allah moesten gaan noemen. En een politiek van de verleiding werkt ook al niet – zij die ooit door de carpe diem-cultuur zijn verleid geweest (zoals Mohammed Atta en de zijnen), worden daarna de meest fanatieke bestrijders van die cultuur, juist omdat zij de weerzinwekkende fascinatie van die cultuur zo goed hebben leren kennen.
Wat wel werkt, zo betoogt Harris, dat is de houding die Nederland in de zeventiende eeuw aan de dag legde om zijn onafhankelijke Republikeinse traditie te handhaven tegenover de dreiging van de zee en een wereldmacht als die van de Zonnekoning. ‘Hoe lang zouden de Nederlanders hebben overleefd wanneer zij – zoals wij nu – de overtuiging hadden gehad dat we uiteindelijk allemaal hetzelfde willen, en hun kinderen hadden geleerd de cultuur te respecteren van degenen die probeerden hun vrijheid te vernietigen?’
Lee Harris maakte drie jaar geleden naam – zij het in beperkte kring – met een boek over een belangrijk thema: dat van de vijand (Civilization and Its Enemies). Daarin betoogde hij dat wij onszelf wel te beschaafd kunnen vinden om er nog vijanden op na te (willen) houden, maar dat we nu eenmaal een vijand hebben zodra iets of iemand ons als zijn ultieme vijand heeft bestempeld. In zijn nieuwe boek – een rijk boek, zowel historisch als filosofisch, waarvan ik hier slechts een enkele hoofdlijn heb kunnen belichten – biedt Harris een vervolg op die stelling. Als wij – het vrije Westen – een vijand hebben, en die hebben wij, dan doen we er goed aan die te leren kennen, de ‘wetten van de jungle’ te onderzoeken die in de cultuur van die vijand dominant zijn, en ons te wapenen – door ons weer bewust te worden van onze eigen culturele tradities en weer bereid en bekwaam te zijn die te verdedigen. Want de krachten die tot ochlocratie leiden waar Polybios het al over had zijn sterk en bestaan zowel uit de decadentie van de status quo als uit het fanatisme van radicale moslims als hun populistische tegenvoeters.
Harris wijst het Westen een gulden middenweg tussen de zelfmoord van de westerse rede en het tribalisme van het nieuwe populisme. Hij noemt dat ‘verlicht tribalisme’ of ‘kritisch liberalisme’. Alleen wanneer deze liberaal-conservatieve gedachtegang algemeen ingang zal vinden, zullen over 100 jaar (of minder) geen boeken over onze culturele zelfmoord en ondergang hoeven te verschijnen.
The Suicide of Reason Radical Islam's Threat to the West Lee Harris Basic Books (30 juli 2007) ISBN 046500203X 290 pagina’s Prijs: fetchbook.info, amazon.com
Hier volgt een overzichtje van interessante nieuw verschenen of nog te verschijnen non-fictie boeken. Natuurlijk kan je je tips over andere non-fictie boeken kwijt in de reacties onder dit bericht.
World War IV: The Long Struggle Against Islamofascism Norman Podhoretz Doubleday (11 september 2006) ISBN 0385522215 240 pagina’s
Neoconservatief Norman Podhoretz maakt deel uit van het buitenland team van de leidende republikeinse presidentskandidaat Rudy Guliani. Dit boek kan dan ook bijna niet anders gezien worden als de formulering van diens beleid. In het boek wordt de huidige strijd zoals die onder president Bush is ingezet verdedigd en wordt gepleit voor duidelijke keuzes om het islamofascisme te verslaan. Een belanghebbend werk dus.
Koop info: Amazon.com, Fetchbook.info, Uitgever Randomhouse Hog Pilots, Blue Water Grunts: The American Military in the Air, at Sea, and on the Ground Robert D. Kaplan Random House (4 september 2007) ISBN 1400061334 448 pagina’s
Dit is het vervolg op Imperial Grunts (in het Nederlands verschenen onder de naam: Aan de grenzen van het Amerikaans Imperium). Dit keer gaat het vooral over mariniers en soldaten bij de marine en luchtmacht. Hij neemt zijn lezers mee in een B-5 bommenwerper, een nucleaire onderzeeboot en talloze missies over de gehele wereld. Dit boek zal waarschijnlijk later ook in Nederlandse vertaling verschijnen.
Koop info: Amazon.com, Fetchbook.info Religion of Peace?: Why Christianity Is and Islam Isn't Robert Spencer Regnery (13 augustus 2007) ISBN 1596985151 264 pagina’s
Iedereen is bekend met het moslim terrorisme, maar niet iedereen lijkt te begrijpen waar het vandaan komt. Sommige zeggen dat de Koran de bron van het geweld is, maar vele andere menen weer dat in de Bijbel ook net zulke lelijke dingen staan. Veel gehoord is ook dat we toch vooral ook niet de christelijke kruistochten moeten vergeten. Spencer laat in dit boek echter zien dat de boodschap van de Bijbel en de Koran toch anders zijn dan vele denken. Met deze feiten toont hij aan dat beide geloven niet even gewelddadig zijn. Een verschillende leer geeft nu eenmaal andere resultaten. Zijn punt is dan ook dat als we de islamitische supremacisten willen verslaan we onze christelijke erfenis moeten herwaarderen. Want het Christendom is wel de religie van de vrede.
Koop info: Amazon.com, Fetchbook.info The Al Qaeda Reader Raymond Ibrahim Broadway (7 augustus 2007) ISBN 076792262X 352 pagina’s
In dit boek, met een voorwoord van Victor Davis Hanson, zijn alle Arabische boodschappen van Osama Bin Laden vertaald in het engels. Het blijkt dat zijn boodschap voor het Westen anders is dan zijn boodschap voor de Islamitische wereld. Een recensie van Bruce Thornton vind je hier.
Mensenjacht James L. Swanson Luitingh (Juni 2007) ISBN 9024561221 447 pagina’s
Als we de recensies mogen geloven is dit een fantastisch geschreven stukje Amerikaanse geschiedenis. Deze historische thriller is dan ook een enorme bestseller in Amerika. Het verhaal gaat over de klopjacht op de moordenaar van president Abraham Lincoln. De vertaling in het Nederlands is opmerkelijk want zelfden worden zulke historische meesterwerkjes, die ook nog eens geschreven is door een wetenschapper van de befaamde Heritage Foundation, in het Nederlands vertaald. Het boek mag dan ook niet ontbreken in de boeken kast van liefhebbers van de Amerikaanse geschiedenis. Een lovende recensie valt te lezen bij National Review en een echt verzuurd Hollands stukje is voor de liefhebbers te vinden bij ezzulia.nl.
Koop info: vergelijk.nl, beslist.nl, Amazon.com The Suicide of Reason: Radical Islam's Threat to the West Lee Haris Basic Books (30 juli 2007) ISBN 046500203X 290 pagina’s
Zijn vorige boek “Civilization and its enemies” was een indrukwekkend boek. Nu komt deze filosoof met een vervolg waarin hij beargumenteert waarom het liberale Westen geen antwoord lijkt te hebben om het massa fanatisme van de Islam. Bij deze Islamitische uitwassen denken wij in het Westen al gauw in termen als pathologieen, ontsporingen of mislukte modernisering van de Islam. Vele in het Westen kunnen zich gewoon niet voorstellen dat er ook een andere, volledig levensvatbare, sociale ordeningen mogelijk is. Maar een dergelijke ordeningen is er wel degelijk en de aanhangers daarvan zijn ook bereid de wapens te gebruiken waarvoor het Westen kwetsbaar is. Want een samenleving gebaseerd op rede, tolerantie en consensus kan zich nu eenmaal niet verdedigen tegen een strategie van meedogenloos geweld, tenminste niet zonder zelf te worden vervormd of vernietigd. Aanrader!
Waar zijn toch al die spannende boeken en films met moslim terroristen in de hoofdrol. Ik begrijp er niets van, het nieuws gaat over niets anders, maar films en romans ho maar. Of zou ik beter moeten opletten? In ieder geval, toen ik over deze nieuwe roman “De vijfde Colonne” hoorde, was ik meteen nieuwsgierig.
Het is een thriller waarin de Iraniërs hun kern wapen krijgen en de jihadisten Europa in hun greep krijgen. We worden met ze allen gediscrimineerd en onderworpen. Uiteindelijk moeten de Amerikanen ons voor de 3e keer weer bevrijden (1e wereld oorlog, 2e wereld oorlog en dan nu de 3e). Dat klinkt als best realistische non-fictie zou ik zeggen. Tenminste als het goed is geschreven. Nu zijn er nog wel meer lezers die net als ik een blog bij houden met gelezen boek. Dus pakte ik google er even bij. Maar dan blijkt dat vooral de auteur zelf heel veel gepost heeft op allerlei forums maar dat er bijna niemand het boek echt heeft gelezen. Bij de engelse versie van het boek staan bij Amazon.com wel een aantal reviews. Maar allemaal door mensen die alleen dat ene boek hebben beoordeeld. Dat zou dus ook wel zelf promotie van de schrijver kunnen zijn. Maar gelukkig blijkt er een blogger te zijn, die het boek wel zelf gelezen heeft. De site rumcola.nl schrijft het volgende (Om onbekende redenen blijkt rumcola.nl gesloten te zijn, er staat nog wel een deel van deze review bij nujij.nl):
Het boek De Vijfde Colonne van W.G. Van Dorian gaat over de geleidelijke machtsovername in Europa (en andere delen van de wereld) door de islam. In zijn boek noemt Van Dorian de moslims Radicalen. Misschien noemt hij ze zo om niet beticht te worden van discriminatie of opruiing hetgeen in Nederland niet denkbeeldig is met al die linkse jongens en meisjes. In een interview op de site Faithfreedom zegt hij er dit over:
Radicalen komen in verschillende gedaanten; niet slechts in religie, maar ook in Ideologie komen ze voor. Ik heb de roman echter inderdaad geschreven met deze groep in mijn achterhoofd, omdat ik hen beschouw als de gevaarlijkste en meest invloedrijke groep in onze tijd en ik heb kennisgemaakt met hun gedachten en gewoonten…ook van dichtbij. Desondanks vind ik, dat het woord “Radicalen” beter dienst doet in het boek. Het moet een fictie thriller blijven en dit woord omvat alles zoals ik de groepering in het verhaal in gedachten heb gehad, ongeacht of het een religieuze of politieke groepering is. Het gaat uiteindelijk om het autoritaire gehalte van de groepering en hun reacties en handelingen.
Ik heb het boek inmiddels gelezen en in een aantal opzichten valt het mij wat tegen. Het is om te beginnen geen literair hoogstandje. Het is geschreven als een jongensboek. Dat vind ik overigens het minst belangrijke. Wat ik belangrijker vind, is dat Van Dorian wel voor een deel de gevolgen laat zien van die geleidelijke islamisering van Nederland en Europa, maar de oorzaken onderbelicht laat. Om de realiteit van dat ‘heden’ te begrijpen moet je de aanloop naar die realiteit onderzoeken en analyseren. Van Dorian gaat er te veel van uit dat de lezer wel zal begrijpen hoe de islam haar infiltratietechnieken toepast en daarbij slim gebruikt maakt van de linkse kerk die alle kritiek op de islam als discriminatie en fascisme betitelt. De doorsnee Nederlander gaat nog steeds elke nacht met een gerust hart slapen met de gedachte ‘’het zal zo’n vaart niet lopen’. Van Dorian laat hier dus een unieke kans liggen om achtergronden te belichten en wat meer mensen wakker te schudden.
Ook de logica is in het boek soms ver te zoeken. Er gebeuren te veel toevalligheden. Daar komt de lezer echter zelf wel achter. Niettemin leest het vlot weg en spannend is het zeker.
Dus toch maar kopen dit boek. Al was het alleen maar om de waarschuwing die Van Dorian ons toeschreeuwt serieus te nemen.
Ik hou het voorlopig maar weer op non-fictie.
Besproken boek
De Vijfde Colonne Dorian, W.G. Van Free Musketeers, juni 2007 ISBN 9085397855 (9789085397854) 341 pagina's Prijs: vergelijk.nl
Engelstalige versie: The New World Order Part One: The Invisible Invasion Trafford Publishing (August 31, 2006) ISBN 1412099900 Prijs: FetchBook.info
Het tweede deel van Arabist Jansen zijn beschrijving van de “Historische Mohammed” is dit voorjaar uitgekomen. Net als het vorige deel, is ook dit weer een uitstekend werk. Nu zou ik daar natuurlijk zelf een verhaaltje over kunnen schrijven, maar nu wil het dat Hafid Bouazza al een uitstekend stukje over dit nieuwe boek heeft geschreven.
De mythe Mohammed Hafid Bouazza (via Frontaalnaakt van Peter Breedveld)
Jansen deelt het leven van Mohammed in twee, zoals de koran de soera’s verdeelt in Mekkaanse en Medinensische: de openbaringen die hij in Mekka zou hebben ontvangen en die uit zijn periode in Medina, waar hij uiteindelijk zijn macht vestigde. De Mekkaanse verzen zijn zonder twijfel de meest aansprekende wat poëtische zeggingskracht betreft; de andere uit Medina zijn taai en saai, wettisch en er spreekt een onverdraagzaamheid uit, ondanks brokken van charmante vertellingen her en der, hoewel veel van deze rommelige verhalen vooral bedoeld zijn als voorbeeld of parabel (mathal, dat wel eens in verband is gebracht met het Griekse mythos) van Gods nietsontziende toorn. Wat voor de koran geldt, geldt ook voor Mohammeds leven. Het eerste deel van Jansens werk is onderhoudend, waar het tweede deel wat droog uitvalt. Dat is niet de schuld van Jansen: bij het toenemen van Mohammeds macht, leek zijn leven slechts te bestaan uit huwelijken en plunderingen en bekeringsdrift – niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde. Het goede nieuws is dat Jansens humor, die in De Mekkaanse verhalen ingehouden was, in De verhalen uit Medina weer zijn snijtanden laat zien.
Jansen pretendeert niet dat hij de definitieve biografie heeft geschreven, om de simpele reden dat zulks onmogelijk is: ‘Er is niemand die weet welke verhalen over Mohammed waar zijn, en welke verhalen als vrome fantasie of preken in verhaalvorm beschouwd kunnen worden.’ Zo begint hij De verhalen uit Medina en ik hoop dat de lezer zich hierdoor niet laat ontmoedigen. Hij zift en zeeft, ontleedt en snijdt, maar authentieke verhalen en fantasie en preken en vroomheid zijn zo met elkaar verweven of door elkaar besmet dat we overblijven met veel vraagtekens als mijlpalen naar een verschiet dat misschien veelbelovend is, maar toch vooral een oorverdovende stilte inhoudt. Het is een kwestie van tijd en geduld.
De katholiek Jansen is een ‘gelovige’, in die zin dat hij gelooft dat Mohammed werkelijk heeft bestaan, maar hij is ook sceptisch; hij gaat niet zo ver als de wat hij noemt ‘hypersceptici’ , die in aantal lijken toe te nemen, en voor wie Mohammed nooit heeft bestaan en slechts een constructie is en niet een reconstructie.
Het probleem is dat als we van de hagiografie alleen die elementen nemen waar vroegere historici, in moreel opzicht, ook mee leken te worstelen, zoals het huwelijk met Aisha (een bron vertelt dat ze zes, zeven jaar was, daarna wordt ze steeds ouder) en met de vrouw van zijn pleegzoon, dan doen we de bronnen onrecht aan: dit is selectieve scepsis. Aan de andere kant: waarom hebben de oudere bronnen deze verhalen niet weggelaten? Ze werpen een smet op de volmaakte figuur van Mohammed, maar dan: hij was Gods gezant en hij genoot bepaalde privileges van God, die altijd aan zijn kant stond, zoals Aisha eens niet naliet sarcastisch op te merken.
Hij fronste en wendde zich af / toen de blinde bij hem kwam / en hoe weet u dat hij zich niet wilde reinigen? / of dat hij iets gedacht opdat gedachtenis hem tot voordeel zou zijn?
Zo wordt in soera 80 van de Koran Mohammed gerechtvaardigd dat hij zich afwendde van een behoeftige, blinde man. Wat er precies is voorgevallen is onduidelijk, omdat het verhaal van deze gebeurtenis ongetwijfeld verzonnen is om deze verzen van een context te voorzien, zoals bij vele andere onduidelijke passages in de koran. In veel gevallen was er ongetwijfeld eerst het vers en dan pas het verhaal. Jansen geeft dit steeds aan – soms met de moed der wanhoop, want duidelijkheid scheppen is haast (een woord dat hij veelvuldig gebruikt) onmogelijk.
Dat het leven en de uitspraken van Mohammed opvallende parallelen bevatten met dat van Jezus en de Bijbel, toont hij uitvoerig aan. De heiligverklaring van Mohammed, de idee dat Mohammed de volmaakste onder de mensen was, lijkt dan ook een imitatieve ‘vernieuwing’ van de moslims, analoog aan Jezus. Ondanks dat de Koran stelt: ‘Vermaan want u bent slechts een vermaner.’ Ook de vele wonderen die door de eeuwen heen aan hem zijn toegschreven, lijken een equivalent te zijn voor Jezus’ wonderen: Mohammed mocht niet achterblijven. Zo wordt hij omschreven als helderziende. Hoewel aanvankelijk werd gesteld dat het enige wonder dat Mohammed aan zijn tegenstanders kon tonen, de koran zelf was, het enige ware woord van Gods, uit de mond van een analfabeet.
Een van die wonderen is dat hij de maan in twee liet splijten en de hoorns ervan door zijn mouwen liet gaan, vandaar dat de maansikkel het symbool zou zijn van de islam. Echter, de drie oppergodinnen van voor de islam vertegenwoordigden de maan en een van hen werd aanbeden in de vorm van een stuk wit graniet. Zou het niet kunnen zijn dat die maan een heidens overblijfsel is?
Nu we het toch over de pre-islam hebben: Jansen rekent gelukkig af met de heersende opvattingen over de Jaahiliyya (‘Onwetendheid’), zoals de tijd voor de komst van Mohammed wordt genoemd. Die tijd moest met duisternis gevuld worden om de komst van de islam des te feller te laten stralen. (Bij de geboorte van Mohammed zou een fel licht kilometers woestijn hebben beschenen.) Zoals hij afrekent met meer aannames, bijvoorbeeld dat Mekka een bloeiende handelsstad zou zijn geweest vóór de komst van de islam, zoals Patricia Crone al overtuigend aantoonde in Meccan trade and the rise of islam (1987). Het is duidelijk: Ibn Ishaq had onder meer politieke bedoelingen met zijn ‘geschiedschrijving’; er was de toenmalige heersers blijkbaar veel aan gelegen om de opkomst van de islam daar te situeren, hoewel er aanwijzingen zijn dat Syrië de bakermat van Mohammed en dus de islam is. Archeologische opgravingen en ontdekkingen van nog onbekende bronnen, vooral niet-Arabische, kunnen nog veel helderheid brengen.
Gelukkig hebben we de twee boeken van Jansen. Wie de huidige, wetenschappelijke stand van zaken rondom Mohammed wil kennen, doet er goed aan zijn werk te lezen. Wie de officiele lezing wil leren kennen, doet er ook goed aan zijn werk te lezen. De traditionele sira levert af en toe mooie anekdotes op en Jansen is zich bewust van de literaire charme van sommige van deze preekverhalen. Hij is een scherpzinnige lezer; hij is de moderne, breder geörienteerde Ibn Hisham voor Ibn Ishaq.
Wat tussen de regels van zijn kritische beschouwing te lezen valt (hij meldt het nergens expliciet) is dat hij van mening is dat de Islam als een sektarische afsplitsing is begonnen van het Christendom – een opvatting die hij deelt met de reeds genoemde Christoph Luxenberg. De invloeden van het Christendom op de Islam zijn duidelijk, met name die van de Arianische afsplitsing, die ontkende dat Jezus de zoon is van God, want de Drie-Eenheid blijft voor moslims onbegrijpelijk en een bron van spot. Het virulente monotheïsme (tawhied) lijkt echter direct aan het Jodendom ontleend. De Joden zouden de grootste vijand van Mohammed worden, die zichzelf gelijkstelde aan Mozes: beide zouden God hebben aanschouwd. Het verhaal gaat dat enkele Joden in Mohammed de Messias zagen, totdat ze hem betrapten op het eten van kamelenvlees. Volgens Deuteronomium 14:7 is dit verboden. Dit verhaal treffen we niet alleen aan bij Ibn Ishaq, maar ook bij Theophanes (gest. 818) in zijn Kroniek.
Behalve politieke drijfveren, had Ibn Ishaq ook theologische en juridische doelstellingen. Ondanks de bekende woorden van Mohammed: ‘Vandaag heb ik uw religie voor u vervolmaakt...’ is het ongeloofwaardig dat de islam bij de dood van de profeet (de consensus is het jaar 632) al een duidelijk profiel had. Sterker nog: aangezien de recente turbulenties zowel in Islamitische landen als in Europa, kan men stellen dat de Islam nog steeds in worsteling is met zijn imago en essentie.
Nu is de Koran niet een mirakel van structuur en chronologie; vele passages zijn onduidelijk; af en toe lijkt het boek een aaneenrijging van losse fragmenten. Alleen door het vrijgeven of ontdekking van afwijkende Koran-redacties (we weten dat ze bestaan), kunnen we hopen dat de Koran wat meer van zijn geheimen prijsgeeft.
Zoals al gezegd hebben we nu Hans Jansen; zijn grootste verdienste is zijn helderheid van stijl en inzicht in wat een brij is van historie, legende, mythen en politieke en religieuze propaganda. Het is onmogelijk te zeggen hoe en of de kennis zal voortschrijden: moslims hebben genoeg aan de mythe en zullen Jansens boeken niet verslinden, tenminste niet in positieve zin, maar daar heeft de wetenschapper niets mee te maken. Uiteindelijk is de geschiedenis van ons allemaal, anders dan Allah en Mohammed, ondanks dat laatstgenoemde gezonden zou zijn door de eerste voor de gehele mensheid. Goedschiks dan wel kwaadschiks.
Gelovigen zorgen wel voor zichzelf. Alleen scepsis en nieuwsgierigheid en twijfel brengen ons, andere stervelingen, verder. En laten we humor niet vergeten.
Een zoektocht naar jonge jihad-sympathisanten in Nederland Sanne Groot Koerkamp & Marije Veerman
In het Slapende leger beschrijven twee Nieuwe Revu journalisten in een aantal essays hun zoektocht naar de gewapende jihad in Nederland. De twee hoogblonde dames beschrijven hun bezoekjes in de diverse moskeeën en hun ontmoetingen met islamitische landgenoten. Om een goed beeld te krijgen wat er leeft in de islamitische gemeenschap nemen ze als journalisten interviews af en gaan ze ook undercover, verkleed als moslim in burka of met hoofddoek, op bezoek in de wijken en de moskeeën.
Ze beginnen hun zoektocht naar jihadstrijders op internet. Het blijkt dat de grote bekende internet fora zoals morokko.nl en maroc.nl (gesubsidieerde websites waar de Nederlandse politie ook nog eens actief naar personeel werft) nog steeds broeinesten van extremisme zijn. De fora worden nu wel beter gecensureerd dan in het verleden, maar dat is vooral cosmetisch. De oproepen tot de jihad en wervende jihadpropaganda filmpjes met onthoofdingen zijn er nog steeds gemakkelijk te vinden. Overigens is het niet zo dat alle honderdduizenden bezoekers van deze fora allemaal openlijk over de jihad spreken. Maar wie dat wel doet ontmoet erg weinig weerstand of kritiek. Het is eerder het tegenovergestelde, jihad prekers worden er gerespecteerd en hebben veel aanzien bij de honderdduizenden bezoekers. De fora zijn dan ook een goede manier om in contact te komen met de Nederlandse jihadisten. Net als bij de interviews met familieleden van de Hofstadgroep valt hier het bekende jihad verhaal te lezen. Toch blijken sommige drijfveren van deze jihadisten niet geheel gespeend van banaal eigenbelang. Neem nu wat de schoonmoeder van Samir A. vertelt over diens mislukte jihad trip naar Tsjetsjenië:
“’Ik ben trots op hem. Hadden ze hem maar doodgeschoten. Dat was zijn droom.’ We kijken haar vol onbegrip aan. Hoe kun je nu nou willen dat familie zich laat dood schieten? ‘Wij geloven dat hij dan martelaar wordt’, legt Maria uit. ‘Hij mag van Allah 73 gelovigen uit zijn omgeving kiezen om hem te vergezellen in het paradijs.’” (P. 102)
Behalve met de extremisten zelf praten de schrijfters van dit boek ook vol goede hoop met diverse imams die zeggen een wal op te willen werpen tegen het islamitisch extremisme in Nederland. Deze imams willen de jongeren de ware regels van de islam bijbrengen. Jongere imam Tarik die voor zijn missie, faciliteiten van de Hoge Scool van Amsterdam (HvA) mag gebruiken, legt uit wanneer de gewelddadige Jihad in naam van de islam een plicht is:
“’Als de vijand een van de moslim landen binnenvalt. Als de vijand onze eer schaadt. Als de vijand onze heiligdommen aanvalt en als laatste, als de vijand een moslim als krijgsgevangene neemt. De strijd blijft verplicht tot de vijand totdat de krijgsgevangene bevrijd is’” (P. 66)
Onuitgesproken, maar niet mis te verstaan is het feit dat alle ongelovigen dus als vijand worden gezien. Overigens is het volgens Tarik natuurlijk volgens de regels van de islam wel verplicht om tegen het Nederlandse leger in Afghanistan te vechten. Ook andere imams die hopen op subsidie voor het bestrijden van het extremisme onder islamitische jongeren doen veel belovende uitspraken:
“Een aanslag in Nederland. Mohammed zegt dat het, als we de gedachten van de radicale jongeren zouden volgen, haast onvermijdelijk is. Hij lijkt een beetje te schrikken van zijn eigen woorden: ‘Maar ik keur een aanslag niet goed, hoor. Niet in Nederland in ieder geval. Ik vind wel dat je naar Irak en Afghanistan kan gaan om te vechten. Daar is het immers oorlog. De moslims worden daar aangevallen, dus dan is het de plicht van een goede moslim om terug te vechten. Maar niet hier. Nee, dan verbreek je het verbond.” (P. 141-142)
Om daarna te vervolgen dat zij dienen te wachten op de Mahdi, want als die komt zullen alle ongelovigen worden uitgeroeid.
Schrijfsters Sanne en Marije worden er allemaal niet vrolijk van. Moslims streven unaniem naar het omverwerpen van de democratie, en de steun voor de gewapende islamitische strijd blijkt onder Nederlandse moslims zeer groot te zijn. Toch kan, wie hun verhaal goed leest, ook enige kleine lichtpuntjes ontdekken.
De concurrentie onder de imams die wel brood zien in de grote groep islamitische jongeren die open staan voor de jihad is groot. In het boek is te lezen hoe sommige daarbij graag een boekje open doen over de andere partij. Dit soort verdeeldheid bied natuurlijk kansen. Maar dan moeten wij Nederlanders natuurlijk wel eerst het gevaar willen zien…
Opvallend is wel, dat een van de Jihad propagandisten, Mohammed Jabri van het extremistische Elqalem.nl, tijdens zijn interview met de schrijvers van dit boek, vertelt hoe hij is opgebeld door Wouter Bos. Terwijl die zelfde Wouter Bos altijd geweigerd heeft met zijn partijgenoot Ayaan Hirsi Ali te praten. Blijkbaar wordt een voorstander van de Jihad bij de PvdA als een betere gesprekspartner gezien dan een bestrijder van de jihadisten.
Aan het eind van het boek lijkt het er op dat de twee schrijfsters van het boek toch de extremistische imams geloven die hun vertellen dat het allemaal wordt veroorzaakt door de discriminatie en isolatie van de islamitische jongeren. Misschien vinden ze alle andere opties te deprimerend? Maar het is voor een ongelovige of iemand die niet heel goed is ingevoerd in de islamitische doctrines eigenlijk ook allemaal niet goed voor te stellen dat de moslims juist zelf door hun geloof naar segregatie streven. Het is dit streven dat hun achterstelling en discriminatie veroorzaakt. Maar ja, dat is natuurlijk heel politiek incorrect om te schrijven.
Kortom, dit is een zeer toegankelijk en vlot geschreven boekje met niet al te veel diepgang. Niet te min geeft het een interessant inkijkje in de wereld van de Islam in Nederland. Je wordt er niet vrolijk van.
Besproken boek
Het Slapende Leger Een zoektocht naar jonge jihad-sympathisanten in Nederland Sanne Groot Koerkamp & Marije Veerman Rothschild & Bach, Amsterdam 2006 ISBN 9049950302 200 pagina's Prijs: vergelijk.nl / beslist.nl
(De schrijfsters van dit boekje meende het een goed idee te vinden om hun boek presentatie in Slotervaart te doen waar ze hun eerste exemplaar overhandigde aan de eerste islamitische deelraadsvoorzitter van Nederland, Ahmed Marcouch. De man die jaren lang voorzitter is geweest van de Unie van Marokkaanse Moskeeën in Amsterdam.)
Anderen over dit boek
Hoe denken Nederlandse moslimjongeren over de jihad en waarom is een aantal van hen bereid te strijden in de heilige oorlog? Vragen die regelmatig opduiken in de Nederlandse pers. In 'Het slapende leger' proberen de journalistes Sanne Groot Koerkamp en Marije Veerman een antwoord te geven. Zij spraken met tientallen moslimjongeren en deskundigen, gingen undercover als moslima, hebben maandenlang radicale sites en forums zitten doorspitten en bezochten omstreden moskeeen. Naast problemen op de arbeidsmarkt, onderschrijven zij in hun reportage de drie oorzaken voor de islamitische radicalisering, zoals genoemd door het Instituut voor Migratie en Etnische studies: discriminatie, behoefte aan zingeving en gebrek aan binding. Moslimjongeren voelen zich niet begrepen door de Nederlandse samenleving en door hun ouders van de eerste generatie gastarbeiders. Een vlot geschreven reportage over een uiterst actueel onderwerp. Geen illustraties. - Biblion
Het ware verhaal van het Iraanse gijzelingsdrama Mark Bowden
Dat de openlijke strijd van de zuivere Islam lang voor 11 september 2001 is begonnen wordt meteen duidelijk als je Marc Bowdens bestseller “te gast bij de Ayatollah” leest. Het boek beschrijft op een vlotte en spannende manier de kaping van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979. Deze kaping door islamitische studenten heeft een cruciale rol gespeeld in de transformatie van Iran. Door deze langdurige kaping kon Iran afglijden van een totalitaire staat die aan het moderniseren was, naar een staat die nog totalitairder was en zich geheel afkeerde van de moderne wereld. Marc Bowden beschrijft deze zaken vanuit een praktische kijk op de gebeurtenissen, zonder al te veel blijk te geven van kennis van de islam.
We lezen over de revolutionaire sfeer in Iran en de bijbehorende opgetogen naïeve revolutionaire- en utopische verwachtingen van de mensen. En hoe het enorme enthousiasme veel overeenkomsten lijkt te hebben met de opgetogen verwachtingsvolle sfeer die heerste in Hitler Duitsland vlak voor de oorlog. De sfeer bij de bezetting is er een van: eindelijk rekenen we af met de bron van al het kwaad in de wereld, de grote satan Amerika. In de ogen van de gijzelaars staan ze dan ook voor een puur goede zaak en begrijpen ze eigenlijk de ondankbaarheid van hun gegijzelden niet. Deze zijn immers geen gevangenen maar ‘gasten’. De Iraanse studenten begrijpen waarom de onderdrukte Amerikanen na het horen van de ‘waarheid’ toch maar niet in opstand komen. Marc Bowden geeft ons een inkijkje in een wereld, die de onze niet is. Dat doet hij door te beschrijven, zonder deze wereld al te veel te analyseren.
De persoonlijke verhalen van de gegijzelden nemen een belangrijk plaats in het boek in en maken het verhaal ook spannend en aangrijpend. We lezen over, hoe sommige hun bewakers pesten en hoe andere wat al te goed samenwerken met deze zelfde bewakers. We lezen over hoe de gegijzelden worden verhoord, mishandeld, uitgehongerd, gemarteld en hoe ze schijn executies moeten doormaken.
Ook de rol van toenmalig president Carter en zijn staf komen aan bod. Mark Bowden neemt de door utopische waanideeën gedreven Carter behoorlijk in bescherming. Terwijl de beschrijvingen van Bowden zelf toch geen andere conclusie over laten dan dat Carters leiderschap de gekte van het politiek correcte denken tot zeer grote hoogte had weten op te drijven. Neem nu de volgende passage waarin Burruss, de leider van de Delta elite eenheid, zich kwaad maakt over Carters hoogmoedige verwachtingen van de bevrijdingsoperatie:
“Carter [wilde] om begrijpelijke redenen geen Iraniërs doden. Hij had er opgestaan dat Delta, mocht zich er een menigte vormen tijdens de raid, deze zou proberen te beheersen zonder mensen neer te schieten. Burruss begreep de politieke achtergrond wel, maar vond het in praktische opzicht bespottelijk. Hij ging samen met zijn mannen een bewaakt complex belegeren, midden in een stad van meer dan vijf miljoen mensen die voor het overgrote deel als agressief vijandig werd beschouwd. Het was ongelofelijk riskant; iedereen die deelnam, wist dat er een grote kans was dat ze nooit meer levend terug zouden komen. En Carter dacht dat dit piepkleine, dappere maar getalsmatig sterk in de minderheid zijnde team ging proberen om zich de stad van het lijf te houden met geweld loze middelen?” (P. 356-357).
Het doet allemaal erg veel denken aan het soort verraad zoals het voor moord willen laten vervolgen van de eigen soldaten. Het is dan ook jammer dat ook schrijver Marc Bowden zich nogal lijkt aan te sluiten bij de heersende linkse opvatting dat Amerika het toch eigenlijk ook allemaal een beetje aan zich zelf te danken heeft.
Toch kent ook dit politiek correcte denken zijn grenzen en veroordeeld Bowen de linkse activisten die openlijk hun steun betuigen aan de Iranese gijzelnemers. Maar gelukkig bevat het boek niet al te veel analyses en staan er in het boek voldoende beschrijvingen van de situatie in Iran om dit boek toch de moeite waard te laten zijn.
Zo blijkt bijvoorbeeld dat de glorie van de kaping in het huidige Iran toch een beetje verbleekt is. Het is allemaal natuurlijk ook al weer zo’n 25 jaar geleden. Maar het blijkt dat het Iran wel erg goed voor je carrière is om te hebben deelgenomen aan deze wandaad. Vele van de studenten leiders die aan de bezetting deelnamen, bekleden nu hoge posities in het Iranese regime. Zo ook de huidige president Ahmadinejad. Volgens de officiële lezing van het Iranese regime was hij een van de organisatoren van de gijzeling maar was hij niet direct betrokken bij de kaping zelf. Hoewel diverse gegijzelde hem zeggen te herkennen.
Kortom het boek is interessant door zijn beschrijvingen maar op een bepaalde manier ook storend. Het is storend door de oppervlakkigheid en hoogmoedige benadering. Door het schijnbare gebrek aan kennis van de grondige islamitische wortels van de revolutie in Iran kan schrijver Bowen zich gewoon niet voorstellen dat de toestand in Iran iets anders is dan een tijdelijke bevlieging. Zijn arrogante en naïeve opvatting is dat alle mensen op aarde de Westerse liberale opvatting delen dat het leven toch vooral gaat om welvaart en vrijheid.
Maar die zelfde oppervlakkigheid zijn ook weer een zegen, omdat het de storende analyses toch beperkt heeft gehouden en er voor zorgen dat het boek toch vooral ook veel directe beschrijvingen bevat die ik zeer de moeite waard vond.
Besproken boek
Te gast bij de Ayatollah Mark Bowden Luitingh, 2007 ISBN 9024561590 592 pagina's (dit is een ingekorte versie van de meer dan 700 pagina's tellende Engelse uitgave) Prijs: vergelijk.nl
Oorspronkelijke uitgave: Guests of the Ayatollah The Iran Hostage Crisis: The First Battle in America's War with Militant Islam Paperback ISBN: 0802143032 Hardcover ISBN: 0871139251 Prijs: amazon.com / book.info
Andere boeken van Mark Bowden die vertaald zijn in het Nederlands: Black hawk down en Vindersloon.
Anderen over dit boek
“In november 1979 bezette een groep radicale islamitische studenten de Amerikaanse ambassade in Teheran en gijzelden de daar aanwezige Amerikanen. Een klein groepje werd snel weer vrijgelaten, de andere 52 werden 444 dagen gevangen gehouden. Bij een mislukte reddingsoperatie kwamen acht Amerikaanse militairen om. De gijzeling wordt beschouwd als de eerste grote confrontatie tussen het Westen en de militante islam. Bowden deed vijf jaar onderzoek naar de gebeurtenissen destijds, reisde vele malen naar Iran en sprak met een groot aantal betrokkenen van beide kanten: gegijzelden, gijzelnemers, militairen, diplomaten, journalisten etc. Het boek is ingedeeld in vijf delen: Naar binnen - Het spionnenhol - Afwachten - Honderdtweeendertig man - Marchanderen met de barbaren. Met een plattegrond, kaartje, een aantal zwart-witfoto's, bijlagen, literatuuropgave, noten en register. Een zeer gedetailleerd, grondig, goed gedocumenteerd journalistiek verslag dat alle kanten van deze gijzelingszaak belicht. Discovery Times maakte een gelijknamige vierdelige documentaire gebaseerd op het boek. Bowden schreef onder andere ook 'Black Hawk Down' een journalistiek verslag over de Amerikaanse militaire operatie in Mogadishu in 1993. Zie ook www.theguestsoftheayatollah.com.” - Biblion
“A superbly readable and surprisingly suspenseful account….A master storyteller.” — David Forsmark (Front Page Magazine)
Guests of the Ayatollah is, however, no academic tome, but a briskly written human story told from every conceivable point of view: the captives and their captors; President Carter's inner circle and Carter himself, struggling to negotiate a release and finally ordering an extremely risky rescue mission; the soldiers of Delta Force, whose audacious attempt failed; Iranian political figures under the thumb of the glowering Ayatollah Khomeini; and a cavalcade of diplomats, journalists, secret agents and barmy peace activists, some of whose actions bordered on treason. - Philip Caputo (Publishers Weekly)
Het is eigenlijk nogal lastig om fatsoenlijke Nederlandstalige boeken over de islam te vinden. Voor je het weet heb je weer een apologie in handen. Dat blijkt echter niet het geval met dit leerboekje. Het is oorspronkelijk bedoeld als inleiding in de islam voor ieder die zich wil verdiepen in een van de talen uit de islamitische landen, maar voldoet prima voor iedereen die meer wil weten over de islam.
Een ander voordeel van dit boek is dat het niet nieuw en niet oud is. Niet nieuw want het is al in 1998 geschreven. Maar echt oud is dat natuurlijk ook niet, het eigenlijk net oud genoeg om niet beïnvloedt te zijn door de aanslagen van 11 september en alles wat daar op volgde. Hoewel hier en daar het gevaar van het moslim extremisme voor Nederland wat wordt gebagatelliseerd is het toch een kritisch boek dat zeer de moeite waard is. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de onbevangen beschrijving van het woord kufr, dat moslims voor de ongelovige niet moslims hanteren:
“Kufr wordt meestal vertaald met ‘ongeloof’, maar er zijn contexten waarin die vertaling geen aanbeveling verdient. Een grondbetekenis is ‘ondankbaarheid’, en vandaar uit ontwikkelt de betekenis zich tot ‘ondankbaarheid voor de Goddelijke openbaring’, ‘heidendom’, ‘ongeloof’. In Koran 2:34 wordt ook Satan als Kafir aangeduid, direct nadat God tot hem heeft gesproken. In dat verband is ‘ongelovige’ een wat wonderlijke vertaling die slechts uit de context van Koran 2:30-39 past. Wellicht is een vertaling van kufr met iets als ‘meewerken aan de anti-God partij’, ‘zich verzetten tegen Gods goede plannen met de mens’, wel preciezer.” (P. 86)
Overigens was toen Jansen dit boek schreef Ayaan Hirsi Ali nog geen bekend persoon. Dus had ook een boze Mohammed Cheppih van de Wereld Moslim Liga haar nog niet op TV beschuldigd van geloofsafval. Een beschuldiging die voor ons Nederlanders niet zoveel betekenis heeft. Wij als niet-islamieten denken al snel dat zo’n boze opmerking is bedoeld om iemands neutraliteit of deskundigheid in twijfel te trekken. Maar niets is minder waar zo blijkt uit het volgende citaat uit deze inleiding tot de islam.
“Een moslim van kufr, ‘ongeloof’, te beschuldigen impliceert uiteraard ook dat hij de ridda, afval van de Islam wordt beschuldigd. Zo’n beschuldiging jegens een Moslim uitgebracht heeft altijd een sinistere bijklank, omdat de Islam op afval van de Islam de doodstraf stelt.” (P. 115)
Uit een voorbeeld als dit blijkt maar weer eens hoe belangrijk het is om te beschikken over achtergrondkennis zodat wij mensen elkaar kunnen begrijpen. Want voor je het weet praat je langs elkaar heen en mislukt de dialoog. Deze degelijke inleiding kan dat helpen voorkomen.
Het boek is dan ook zo geschreven dat het goed te begrijpen is voor leken. Vooral voor Westerse leken, die toch alles moeten relateren aan hun eigen ervaringen. Een belangrijk punt wat dit boek maakt is bijvoorbeeld dat men in de Westerse wereld, waar het Christendom toch de dominante godsdienst is, bij een godsdienst toch vooral aan geloof denkt. Je zou zelfs kunnen stellen dat voor de meeste mensen godsdienst en geloof eigenlijk synoniemen zijn. Het komt niet eens bij ons op, om te denken dat dit ook anders zou kunnen zijn. Toch is het bij de Islam anders. Binnen deze godsdienst staat de uitgebreide islamitische gedragsleer centraal. Alle handelingen in het leven, ook onschuldige en praktische handelingen, worden door deze islamitische gedragsleer bepaald. De islam is dan ook veel meer een wet dan een geloof zoals wij dat kennen. Een verschil dat zo zijn consequenties heeft.
Kortom een compleet en duidelijk werk, wellicht het beste dat binnen het Nederlandsentaalgebied beschikbaar is. Een aanrader.
Nieuwe inleiding tot de islam Helder boek over zaken die bekend zijn, maar waar weinigen het fijne van afweten: de koran, de vijf zuilen en feestdagen als de ramadan. - NRC
Deze inleiding tot de islam is met name bedoeld voor lezers die zich bezighouden met teksten die geschreven zijn door moslims en die uitgaan van een zekere voorkennis van bepaalde islamitische uitgangspunten, en voor mensen die te maken krijgen met islamitische standpunten en die willen weten wat daar de achtergrond van is. Als zodanig laat deze inleiding ook enkele islamitische en niet-islamitische personen aan het woord die van invloed zijn of zijn geweest op de beeldvorming van de islam ten aanzien van het westen en vice versa. Het boek heeft een heldere opbouw en een uitgebreide index. De bibliografie zou wat uitgebreider mogen zijn. De tekst kent nogal wat zetfouten. De auteur is universitair docent islamologie aan de Universiteit van Leiden. In deze tweede druk wordt ten opzichte van de eerste druk (a.i. 87-49-124-9) wat meer aandacht besteed aan zowel moslims als niet-moslims die over de islam geschreven hebben. Al met al is het een uitgebreide inleiding die zeker de moeite waard is voor degene die niet de gemakkelijke weg wil of kan kiezen. - Biblion recensie (Drs. W.H.C. Cuijpers)
Lastig om door te komen is Nieuwe Inleiding tot de islam van Hans Jansen, maar wie zich erin vastbijt, wordt beloond met een wel zeer volledige inleiding van een van Nederlands leidende islamologen. Een aanrader voor wie al een andere inleiding gelezen heeft. - Livius Onderwijs
Understanding the Past to Chart a Way Forward Joshua Muravchik
De Verenigde Naties is ooit opgericht om oorlog te voorkomen. Maar daar is maar weinig van terechtgekomen. De openingszin van dit boek is dan ook: “After sixty years, the United Nations, as we know it, is a failure”. Waarna een lange geschiedenis van het falen van de VN volgt.
Maar eerst even het goede nieuws voor ons Nederlanders. Ook in dit Amerikaanse boek, van de prestigieuze AEI denktank, wordt ons landje weer uitgebreid genoemd. Eigenlijk is dat ook weer niet echt heel bijzonder, want het is opvallend hoe vaak Nederland de laatste jaren in de Amerikaanse current affairs boeken genoemd wordt. Ook is het eigenlijk helemaal niet zo’n goed nieuws, want ook dit keer komen er weer niet goed vanaf. We worden genoemd in verband met het Nederlandse VN optreden in Srebrenica en het wangedrag van Ruud Lubbers toen hij nog Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen was. Al lezende wordt het duidelijk dat de affaire Lubbers niet op zich zelf staat. Corruptie is een ernstig probleem bij de VN. Bij het olie voor voedsel schandaal, dat uitgebreid beschreven wordt, is, de top inclusief Kofie Annan, betrokken. Het lijkt er dus op dat de VN eigenlijk in het groot is, wat ons parlement in het klein is: Een baantjes machine. Ook bij de VN worden mensen niet benoemd op hun kunnen maar op hun afkomst.
Schrikbarend is ook het geïnstitutionaliseerde antisemitisme van de VN. Als lezer van dit boek kan je gerust concluderen dat de VN eigenlijk een antisemitische organisatie is. Een club die openlijk het terrorisme steunt en terrorisme weigert te veroordelen. De VN is daarmee een opstakel voor de vrede in het Midden Oosten.
Een van de oorzaken van het slechte functioneren van de VN is het overwicht dat de slecht functionerende derde wereldlanden in de organisatie hebben. Dat komt vooral doordat deze landen zich binnen de VN zeer effectief hebben verenigd middels de Non Alignment Movement. Deze groep vormt zo een krachtig antiwesters en vooral anti-Amerikaans blok. Het zou een goed idee zijn als de liberale democratieën een tegenblok zouden oprichten, waar alleen liberale democratieën lid van kunnen worden, om zo de disproportionele macht van de anti liberale krachten in te perken.
Ondanks het falen van de VN zien de meeste mensen de VN nog steeds als de beste organisatie om voor vrede te zorgen. Dat is ook een boodschap die door de VN zelf wordt uitgedragen. Maar Muravchik noemt dit ongegronde hoop, zelfs een gevaarlijke illusie. Het is juist de VS die met haar wereldwijd opererende leger voor stabiliteit en vrede zorgt en kan zorgen. Heeft de geschiedenis immers niet voldoende bewezen dat dictators als Hitler en Sadam veel meer te vrezen hebben van de Verenigde Staten van Amerika dan van de Verenigde Naties? Toch schijnen vele, inclusief Kofie Annan, de VN als een tegenwicht van de VS te zien.
En dit terwijl de VS toch de grootste betaler is aan de VN. De Amerikanen betalen meer dan de andere permanente leden van de veiligheidsraad bij elkaar. En als de VN al ergens een offensieve militaire operatie opstart, zoals dat ooit in Koeweit of Korea gebeurde, dan wordt dit steevast uitbesteed aan de VS. Ondanks deze enorme ongelijkheid tussen de permanente leden van de veiligheidsraad hebben ze toch allemaal hetzelfde veto recht. Dat geeft deze permanente leden dus meer mogelijkheden dan ze ooit zonder VN veiligheidsraad zouden hebben. De praktijk bewijst dat deze extra ‘gratis’ macht vaak misbruikt wordt om op goedkope wijze de eigenbelangen te dienen.
Maar ook op een ander manier zijn de permanente leden van de veiligheidsraad niet meer een afspiegeling van de machtsverhoudingen in de wereld. Waarom is wel Frankrijk, maar niet Duitsland een permanent lid van de veiligheidsraad? En waarom wel China, maar niet Japan? En behoort India ook niet tot de grootmachten? Volgens Muravchik zouden de permanente leden van de veiligheidsraad dan ook met deze landen moeten worden uitgebreid. Daarmee zou de veiligheidsraad weer bestaan uit alle grootmachten en niet alleen die van net na de tweedewereldoorlog.
Om ook de heden daagse machtsverhoudingen weer te weerspiegelen zou de VS als enige een volledig veto moeten behouden. De andere permanente leden zouden slechts, met bijvoorbeeld drie andere leden samen, een veto recht moeten krijgen.
Maar eigenlijk gaan deze hervormingen Muravchik nog niet vergenoeg. Het zou volgens hem nog beter zijn om de gehele politieke functie van de VN af te schaffen. Dat betekent dus in ieder geval afschaffingen van de veiligheidsraad en van de algemene vergadering. De humanitaire delen zoals de WHO, Unicef en het commissariaat voor de vluchtelingen zouden echter behouden moeten worden. Wel zouden deze delen beter op vrijwillige basis gefinancierd kunnen worden. Dit zou de efficiëntie van dit soort organisaties zeer ten goede komen. Deze vrijwillige financiering door de verschillende landen zorgt er ook voor dat er geen initiatieven worden ontplooid waarvoor landen niet ook zelf willen betalen. Zo zullen de Arabische landen hun antisemitische initiatieven zelf moeten gaan betalen.
Na deze hervormingen hoeven de diplomaten van de VN landen echter niet naar huis terug te gaan. Ook zullen de vergaderzalen in New York niet leeg komen te staan. De VN zou na afschaffing van de politieke VN, een wereldwijde diplomatieke ontmoetingsplek moeten blijven. Het verschil is echter dat alles op basis van vrijwilligheid gaat. In deze liberale VN kunnen de landen op basis van vrijwilligheid met elkaar vergaderen, onderhandelen en actie ondernemen.
“The world needs communication among states, and, yes, it needs multilateral action. But it does not need artificial structures any more than an economy needs a jungle of regulations. In its political function, the UN ought simply be a center for multilateral diplomacy. Nations could talk and agree to do whatever they agree to do, free from distortion introduced by the spurious solemnity of the General Assembly or the paralyzing requirements of Security Council consensus. Meanwhile, the valuable humanitarian agencies could go about their tasks with fewer noisome political pressures.” (P. 113)
Met de voorstellen van Muravchik zou de VN een betere afspiegeling gaan vormen van de reële machtsverhoudingen in de wereld. Dit voorkomt dat de organisatie als een hefboom voor anti liberale krachten gaat opereren. Daarmee zou het dan werkelijk de ondersteuning voor vrijheid, vrede en stabiliteit kunnen worden waarvoor het ooit voor is opgericht.
Geconcludeerd kan worden dat dit kritische boekje over de VN een goed historisch overzicht geeft van het functioneren van de organisatie. Het beschrijft duidelijk onderbouwde voorstellen tot het hervormen van de VN. Hervormingen die sterk afwijken van de vele voorstellen zoals die binnen de VN zelf al zijn gedaan. Kortom een aanrader voor iedereen die voor meer vrede en veiligheid in de wereld is.
The Future of the United Nations Understanding the Past to Chart a Way Forward Joshua Muravchik AEI Press, October 2005 ISBN 084477183X 175 pagina's Prijs: amazon.com
Technology, Warfare, and the Course of History: 1500 to Today Max Boot
Stilstand is achteruitgang, dat geldt voor bedrijven maar ook voor landen en hun legers. Zeker nu de technologische mogelijkheden steeds groter worden lijkt dit belangrijker dan ooit. De IT hype is wat dat betreft ook in militaire kringen doorgedrongen en daar spreekt men sinds de eerste Golf oorlog dan ook over een Revolutie in Militaire Aangelegenheden (RMA).
Hierdoor is door sommigen nogal wat nadruk komen te liggen op de technologie. Maar volgens Max Boot is het minstens zo belangrijk hoe je deze technologie effectief weet te incorporeren in je manier van oorlogsvoering. Technologie is makkelijk te kopiëren, een nieuwe manier van vechten echter veel moeilijker. In dit boek beschrijft hij diverse veldslagen die hebben plaatsgevonden in de afgelopen 500 jaar, waarbij telkens de overwinning werd behaald door de partij die zich het meest succesvol wist aan te passen aan de nieuwe technologische mogelijkheden die op dat moment beschikbaar waren. Voor de strijdende partijen geldt daarbij dat, net als bij bedrijven, successen behaald in het verleden zijn geen garanties voor de toekomst.
“past performance is no guarantee of future returns” (P. 455)
In deze tijdspanne van 500 jaar militaire geschiedenis worden vier Revoluties in Militaire Aangelegenheden onderscheiden: De buskruitrevolutie (1500-1700), de eerste industriële revolutie (1750-1900), de tweede industriële revolutie (1900-1945) en de huidige informatierevolutie waar we nog midden in zitten (1970 tot heden). Overigens een aardigheidje voor de Nederlandse lezer is dat ons land diverse malen wordt genoemd. Ook worden de prinsen van Oranje de eerste militairintellectuelen en -wetenschappers geroemd.
Elk van deze revoluties wordt doormiddel van historische veldslagen beschreven. De buskruitrevolutie wordt bijvoorbeeld geïllustreerd met de Franse invasie van Italië, waarbij de stadstaten onder de voet werden gelopen door de Franse monarchie. De Fransen konden dit doen, omdat hun kannonen de kasteelmuren omver konden schieten. Het bleek dat deze innovaties wel betaald konden worden door grote centralistische monarchieën maar niet door kleinere feodale stadstaten. De veranderingen die de buskruid revolutie teweegbracht, maakte het ook mogelijk dat de Westerse Europeanen voor relatief weinig kosten, grote delen van de wereld konden beheersen.
De eerste industriële revolutie bracht ons zaken als stoomschepen, spoorwegen, telex, achterladende geweren en andere innovaties. Het kleine Pruisen bleek deze innovaties met veel succes te incorporeren in een nieuwe strijdmethode. Ze deden dit zo effectief, dat ze het veel grotere en veel rijkere Oostenrijk konden verslaan bij de slag bij Köninggrätz. Maar de Pruisen waren niet de enige. Het kleine Japan wist in de zeeslag bij Tsushima het enorme Rusland met veel succes te verslaan.
Ook bij de tweede industriële revolutie, die vernieuwingen bracht als de verbrandingsmotor en de radio, blijken het weer de Duitsers en Japanners te zijn die dit het meest doelmatig weten te incorporeren in hun militaire apparaten. Daarbij heeft het eerdere Duitse verlies tijdens de eerste Wereldoorlog de Duitsers er toe aangezet om te veranderen. Dat was echter niet het geval bij de zelfvoldane geallieerde landen die de oorlog hadden gewonnen. De Duitsers bleken bij de start van de tweede wereld oorlog een superieure oorlogsplanning en tankstrategie ontwikkeld te hebben. Maar ook Japan had een grote sprong voorwaarts gemaakt door zijn marine te organiseren rond vliegdekschepen in plaats van slagschepen, wat tot dan toe gebruikelijk was. Opmerkelijk daarbij is, dat Japan toen nog absoluut geen verwesterd land was. Ze hadden tot dan toe slechts zeer beperkt, maar wel zeer snel, gemoderniseerd. Slechts door een enorm bloedvergieten konden de geallieerden deze fouten herstellen, doordat ze veel beter instaat bleken te zijn om hun industrieën te mobiliseren voor de oorlog.
“As the Allies belatedly realized, the Germans had developed a new kind of warfare made possible by the Second Industrial Revolution emphasizing dazzling speed and daring maneuver, while French and British thinking was still mired in the more static approach of the First Industrial Age. This was more than a bit ironic, because, until just a few years before, Britain and France had actually led the world in the development of armored warfare. The story of how they lost that lead, and with it the early battles of World War II, demonstrates how two sides with equal access to essentially the same technology can put it to very different uses.” (P. 215)
De informatierevolutie die tot op heden voortduurt begon met operatie Desert Storm ten tijde van de eerste golf oorlog. In deze oorlog werd het overwicht duidelijk van een leger dat gebruik kon maken van GPS, stealth bommenwerpers en slimme bommen.
“In the emerging global division of labor, the richest economies have prospered based not on the possession of natural resources or vast populations, as in the past, but by creating a favorable climate for innovation and investment – for the exploitation of human, not physical, capital.” (P. 214)
In de tweede wereldoorlog was het nog moeilijk om een doel nauwkeurig te raken. Om een Duitse fabriek uit te schakelen moest je dan wel duizend B-17 bommenwerpers sturen. In die vliegtuigen zouden dan weer zo’n tienduizend militairen moeten meevliegen en een significant deel van die vliegtuigen en bemanningen zouden verloren gaan in de strijd. En dan nog was het niet zeker dat je de productie van de fabriek zou stil leggen. Maar in 1991 kon één stealth bommenwerper, met één piloot en één bom een doelwit met grote zekerheid uitschakelen.
Maar zoals altijd, leidt een technologische voorsprong ook tot aanpassingen bij de vijand, die door zich aan te passen het voordeel van die voorsprong probeert te elimineren. Het resultaat is dus dat er geen ‘verstandige’ vijand van het Westen nog de strijd zal aangaan op een conventioneel slagveld. Want wie wil er nu eindigen zoals Saddam Hoessein? De vijand kiest er nu voor om zeer effectief moderne technologieën, zoals jumbojets, internet en satelliet TV in te zetten om een globale jihad tegen ons te voeren. Daarmee voeren onze tegenstanders een netwar met terreur middelen, op een wijze die de informatie revolutie heeft mogelijk gemaakt. Een effectief antwoord op de toegenomen mogelijkheden van asymmetrische oorlogsvoering is dan ook DE hedendaagse uitdaging voor het Westen.
Als we de beschrijving lezen van het militaire offensief in Afghanistan, dat vlak na 11 september plaatsvond, blijkt dat de informatie revolutie ook netwerkoorlogsvoering mogelijk maakt voor Westerse troepen (hoewel het hier dan nog wel een oorlog tussen reguliere legers betreft). In dit offensief heeft een paar honderd Amerikaanse soldaten, samen met een verdeeld en inferieur leger van verschillende Afghaanse stammen en clans, de overwinning behaald. Dit alles dankzij nieuwe communicatie mogelijkheden, waardoor met behulp van de Amerikaanse luchtsteun, een indrukwekkende aanvalsmacht gevormd kon worden. Deze vreemde mix van soldaten op paardjes, gewapend met satelliet telefoons, GPS’en en laser aanwijs systemen bleken zonder bureaucratische structuren bijzonder succesvol te kunnen opereren.
“Although few in number and lacking in armor or artillery, the Special Forces in Afghanistan were, in a sense, the most powerful infantrymen in history because they fought not with shoulder-fired weapons, whose range and power is severely limited, but with GPS locators, satellite radios, laptops, and laser-designators that could summon pinpoint air strikes with the push of a button. Roughly 60 percent of all U.S. munitions employed in Afghanistan were precision guided – six times greater than in the Gulf War.” (P.382)
De huidige Westerse legers zijn echter niet op alle fronten even veel verbeterd. Zo blijkt uit de huidige oorlog in Irak, dat het bestrijden van een guerrilla nog steeds een bloedige bezigheid is. Hoewel, als dit wordt afgezet ten opzichte van voorgaande conflicten zoals Vietnam, Korea, WOII en WOI het erg meevalt natuurlijk.
Het is dan ook nodig om ons nog meer aan te passen aan de mogelijkheden van de informatie revolutie. Alleen zo kan het Westen leidend blijven. De grootste uitdaging is volgens Boot dan ook om het leger minder bureaucratisch te maken. De grote bureaucratieën waren zeer effectief ten tijde van de tweede industriële revolutie, maar zullen in het informatie tijdperk moeten afslanken.
Dit boek beschrijft hoe de nieuwe technologische innovaties, ook nu weer zullen moeten leiden tot nieuwe organisatie structuren en strijd tactieken. Maar het boek is eerst en vooral een geschiedenis boek dat ons de vele dwars verbanden laat zien rond militaire innovaties. De beschrijving van de historische veldslagen en hun omstandigheden zijn goed geschreven. Ook de analyses zijn zeer leesbaar en staan niet vol met onverklaard militair jargon. Het boek beperkt zich ook niet louter tot strikt militaire zaken. Daarmee is het ook een zeer interessant boek geworden voor het algemene publiek. Een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de huidige militaire conflicten.
Besproken boek
War Made New Technology, Warfare, and the Course of History: 1500 to Today Max Boot Gotham October 19, 2006 ISBN 1592402224 640 pagina's Prijs: fetchbook.info / amazon.com
Een artikel door Max Boot dat is gebaseerd op dit boek is te lezen bij The New Atlantis: The Paradox of Military Technology dat gebaseerd is op dit boek.
Op Max Boot zijn profiel bij amazon.com kan je lezen waarom hij het boek heeft geschreven.
Over het boek zijn via het internet ook diverse audio en video opname te zien waarin hij zijn boek toelicht:
“By [one] of our most accomplished commentators on military affairs... Wise... Graphic... Boot provides a vivid and engaging mix of historical narrative and analysis, showing the bloody real-world results of abstract decision-making about the nature and degree of a country's military preparedness.... [A] fine book... We are fortunate to have clear-headed analysts like ... Boot, who turn to history rather than technology to provide answers for the future.... Deeply informed.” - Victor Davis Hanson (zie leestafel review: Ripples of Battle en Carnage and culture)
“Max Boot's book takes hundred of years of tactical battle history and reduces it to an incisive narrative of how war has changed. By providing such a coherent view of the past, he has pointed us toward the future. What is doubly impressive is how he draws surprising, fresh lessons from wars we thought we knew so much about but in fact didn't.” - Robert D. Kaplan (zie leestafel review: Aan de grenzen van het Amerikaans Imperium)
“Magisterial.” - Weeklystandard
“Superb.” - The Washington Times
“unusual, and magisterial, survey of technology and war” - The New York Times
“Readable and informative, this book provides a valuable overview of how military innovations can abruptly affect the course of history. Highly recommended.” - Library Journal
“Max Boot traces the impact of military revolutions on the course of politics and history over the past 500 years. In doing so, he shows that changes in military technology are limited not to war fighting alone, but play a decisive role in shaping our world. Sweeping and erudite, while entirely accessible to the lay reader, this work is key for anyone interested in where military revolutions have taken us-and where they might lead in the future.” - U.S. Senator John McCain
“The subject of military transformation is one that is difficult to make interesting -- some think it impossible -- but the book is not just interesting, it is compelling.” - Powerlineblog.com
“War Made New is impressive in scope. What is equally impressive is its unique interpretation of the causal relationship between technology, warfare and the contemporary social milieu. This is a superb thinking-person's book, which scrutinizes conventional historical wisdom through a new lens.” - Lt. Gen. Bernard E. Trainor, USMC (ret.), coauthor of Cobra II: The Inside Story of the Invasion and Occupation of Iraq
“Max Boot provides both facts and a deeper examination of causes, producing an interesting, readable and compelling examination of military transformations throughout history.” - Military Times
“If you take military history seriously, you’ll simply devour this book.” - Military Book Club
“Max Boot has the intellectual audacity and meticulous scholarship to rearrange the kaleidoscope of military history. War Made New is a classic that must be savored.... A wonderful book, combining impressive scholarship and keen insights. It is not possible to read this book without stopping every twenty or so pages to say, ‘I didn't know that,’ and without frequently pausing to reflect on the future.” - Bing West, Marine Corps Gazette
How Britain is creating a terror state within Melanie Phillips
Groot-Brittannië is Amerika’s meest trouwe bondgenoot in de strijd tegen extremisten in Afghanistan en Irak. Je zou daardoor kunnen denken dat men in Groot-Brittannië de strijd tegen het binnenlandse moslim extremisme ook wel daadkrachtig aanpakt. Maar niets blijkt minder waar. Als je het boek van Melanie Phillips leest blijkt Londen zelfs de hoofdstad van het islamitische extremisme in het Westen te zijn. Vandaar dat ze haar boek de titel gaf: ‘Londonistan’, een samentreksel van ‘London’ en ‘Afganistan’.
Londen is dan ook voor moslims de meest belangrijke stad buiten het midden oosten. Het is de vestigingsplaats van islamitische kranten, TV stations, lobbygroepen en de plek waar talloze gespecialiseerde uitgaven vandaan komen. Dat dit niet zo onschuldig is blijkt wel uit het feit dat Phillips voor ons lezers een lange lijst van extremistische organisaties en publicaties uit Londen kan opsommen. Een mooi voorbeeld is het tijdschrift “Filisteen al-Muslima”, dat is namelijk het huisblad van de Hamas terroristen. Maar ook zijn Usama Ben Laden’s eerste fatwa’s, lang voor de aanslagen van 11 september 2001, als eerste in Londen, of moet ik zeggen Londonistan, gepubliceerd. Door de politieke correctheid waar ook Groot-Brittannië onder gebukt gaat, is het echter onmogelijk om dit bespreekbaar te maken. Om dezelfde reden kan er ook niet gesproken worden over wijken, eufomistisch ‘Aziatische’ wijken genoemd, die geheel islamitisch zijn geworden. Als er dan door de oprukkende islam rellen ontstaan, spreekt men over rassenrellen en dat terwijl geloof toch beslist geen ras is. Het is zelfs zo erg dat iedereen die bij de beschrijving van hedendaagse problemen ook maar een verbinding maakt met het islamitische geloof, direct van Islamophobia wordt beschuldigd.
In haar boek ontvouwt zich dan ook een bijna ongelofelijk verhaal dat start met de openlijke moordoproepen uit de islamitische gemeenschap, om Salman Rushdi te laten vermoorden tot en met terreurorganisaties die openlijk opereren in de Britse moskeeën. Alle bekende namen van terreurorganisaties passeren de revue: de Algerijnse GIA, Al-Qaeda, de moslim broederschap en vele anderen. Dit gebeurd allemaal onder de neus van de Britten, maar die zijn ziende blind en horende doof. De politici werden in het verleden wel gewaarschuwd, maar wilde de verhalen gewoon niet geloven.
Het immigratiebeleid heeft een belangrijke bijdrage aan de realisatie van Londonistan geleverd. Jihadisten die in hun eigen landen worden vervolgt wegens hun extremisme, kregen juist om die reden toegang tot Groot-Brittannië. Zo gebeurde het onlangs, dat een aantal Taliban strijders een vliegtuig kaapten en dat deze terroristen vervolgens asiel aanvroegen in Groot-Brittannië. Hoewel de huidige machthebbers in Afganistan bondgenoten zijn, konden ze niet uitgezet worden want ze zouden in Afganistan vervolgd kunnen worden. De kapende Taliban terroristen verblijven nu nog steeds in Groot-Brittannië. Volgens Melanie Phillips zien de jihadisten ons immigratie beleid dan ook als een jihad middel. Een kwart van de terreurverdachten, die na 9/11 zijn opgepakt, blijkt dan ook asielzoeker te zijn.
Hoe heeft het toch zo ver met de immigratie regels kunnen komen? Volgens Phillips is dit gekomen door een politiek correcte beweging die ze de ‘transnationale progressiviteit’ noemt. Dit is een beweging die zich verzet tegen de dominante Westerse cultuur van vrije burgers in een democratie. Ze komt in haar boek dan ook met goede argumenten waaruit blijkt dat de mensenrechten en transnationale wetten de vrijheid en democratie bedreigen. Ze beschrijft bijvoorbeeld hoe activistenrechters, de vaag gedefinieerde mensenrechten gebruiken om hun antidemocratische ideologische agenda uit te voeren.
De aanslagen in Londen Natuurlijk wordt in het boek ook stil gestaan bij de Londense aanslagen van 2005. De internationale intelligence gemeenschap zag de aanslagen in Londen als het logische gevolg van het jaren lange Britse beleid om extremisten en terroristen hun vrije gang te laten gaan. Het waren dan ook deze buitenlandse diensten waar Londen als eerste ‘Londonistan’ werd genoemd. De extremisten en terroristen werd op Britse bodem geen stro breed in de weggelegd. Er werden zelfs trainingskampen op het Brits grondgebied getolereerd. Dit alles met het idee dat deze appeasement politiek de Britten zelf zou vrijwaren van aanslagen. Logisch dat buitenlandse diensten de aanslagen in Londen als een koekje van eigen deeg zagen.
Voor de Britse geheimendienst kwamen de aanslagen, die uitgevoerd werden door lokale moslims, als een grote verrassing. Bij de dienst ziet men de radicalisering van de Britse moslims dan ook vooral als een gevolg van de oorlog in Irak, i.p.v. het logische gevolg van het jarenlang gevoerde Britse beleid.
Ook bij de rest van het Britse establishment wil men er niet aan dat de aanslagen het gevolg zijn van een religieus conflict. Men kan zich gewoon niet voorstellen dat dergelijke irrationele gedachten in de moderne tijd nog mogelijk zijn. Ook de Britse politie gaat gebukt onder deze politiek correcte ideologie.
“on the day that four Islamist suicide bombers blew themselves and more than fifty London commuters to bits, the Met’s deputy assistant commissioner, Brian Paddick, stood before the television cameras and made the noteworthy comment: ‘As far as I am concerned, Islam and terrorists are two words that do not go together’. (P. 101)
De politie in Nothingham, ging na de aanslagen in Londen, groene lintjes uitdelen om uiting te geven aan hun solidariteit met de moslims. Immers de moslims waren, door de reacties op de aanslagen, het werkelijke slachtoffer van deze aanslagen. Toen politici de extremistische moskeeën wilden sluiten, bleek dat de politie het hier niet mee eens was. Want volgens de politie zou dit het verkeerde signaal naar de moslim gemeenschap geven. Tot grote woede van gematigde moslims, spraken politie functionarissen ook nog eens hun waardering uit voor de moslim broederschap (Een groep die nauwe banden heeft met Hamas en Al-Qaeda).
Multiculturalisme Een apart hoofdstuk besteedt Philips aan het multiculturalisme. Volgens haar een vorm van gelijk schakelen van alle culturen waaruit in feite blijkt dat men niet meer in de eigen cultuur gelooft en dat men daar al helemaal niet trots meer op is. Laat staan dat men voor die cultuur nog wil opkomen. Binnen de multiculturele gedachte wordt het opkomen voor die meerderheidscultuur en de trots daarop gezien als racisme.
De multiculturalisten propageren dan wel gelijkheid van culturen, maar dan maken ze wel een uitzondering voor één cultuur, de cultuur van de inheemse bevolking. Dat geldt ook voor het geloof. Multiculturalisten richten al hun pijlen op het Christendom maar nooit op de geloven van immigranten. De multiculturele gedachten is volgens Phillips dan ook bovenal een deconstructie van de meerderheidscultuur.
“This is a cultural scorched-earth policy: year zero for the secular, universal word wide order, in a Britain whose consequent moral, cultural and spiritual vacuum is rightly scorned as decadence by radical islamist who are seizing the opportunity to fill it.” (P. 113)
Volgens Phillips heeft de multiculturele gedachte nog wel de meest verwoestende werking gedaan in het onderwijs. Zo lezen we bijvoorbeeld het verhaal over een leraar die voor zijn vermeende ‘racisme’ tot ontslag werd gedwongen. De man had slechts gepleit om zoveel mogelijk kinderen de engelse taal te laten leren en ze allemaal dezelfde geschiedenis lessen over Groot-Brittannië te geven.
Phillips beschrijft het multiculturalisme dan ook als een radicale egalitaire ideologie waar binnen elke cultuur en life-style een gelijke geldigheid en moreel niveau heeft. Deze extreme vorm van individualiteit, vervangt op een allesomvattende wijze de moraliteit van het persoonlijke handelen. Objectieve standaarden maken plaats voor individuele subjectieve opinies en gevoelens. De vraag “wat is goed” wordt er in vervangen voor “wat is goed voor mij”. Het gevolg daarvan, is een grote mate van normloosheid. Met behulp van deze multiculturele ideologie kan gemakkelijk morele inversie plaats vinden: terroristen worden slachtoffers en antiterreur maatregelen worden agressie / islamofobie / racisme.
Het mechanisme van morele inversie is volgens Phillips zo wijdverbreid dat het, willen we de strijd tegen het moslim extremisme winnen, niet genoeg aandacht kan krijgen. In Groot-Brittannië is de morele inversie zo sterk verbreid, dat zelfs het benoemen van ‘islamitisch’ terrorisme, wordt omgedraaid als een onterechte aanval op de islam. Door deze more inversie wordt de aanval op Londense forenzen omgedraaid en tot een aanval op moslims gemaakt. En zo wordt de angst voor de islam, omdat dit geloof terroristen voortbrengt, als erger en onrechtvaardiger gezien dan de vele doden en gewonden van de terreur aanvallen. Volgens Phillips komt deze morele inversie geheel voort uit het multiculturele relativisme.
De Anglicaanse kerk Ooit was de Anglicaanse kerk een conservatief bolwerk. Maar volgens Melanie Phillips is dat inmiddels veranderd en is het Christendom daar nu vervangen door het sociaal liberalisme. De kerk probeert tegenwoordig geen zielen meer te redden maar heeft zich ten doel gesteld de maatschappij te veranderen. De Anglicaanse kerk is dan ook het slachtoffer geworden van cultuur relativisme en zelfhaat. De kerk erkent dan ook geen extern gevaar meer en zwijgt over de miljoenen Christenen die in de moslim wereld worden vervolgd. De beschrijving van Phillips over de Anglicaanse kerk zijn schrikbarend. Ze spreekt dan ook van een morele ongeletterdheid bij de Anglicaanse kerk.
Zo was in een kerk, vlakbij de plek van een van de aanslagen in Londen, op de zondag na de aanslag een preek te horen waarin de multiculturaliteit werd gevierd. De aanwezigen werd voorgehouden dat men de daders criminelen of terroristen mocht noemen maar dat ze vooral geen moslims genoemd mochten worden. Later werd elders een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van deze Londonse terreur aanslagen gehouden. Twee bisschoppen besloten toen om ook de familie leden van de zelfmoord terroristen uit te nodigen. Als een kerk geen onderscheid meer kan maken tussen daders het slachtoffers, dan heeft het zijn morele kompas verloren aldus Phillips.
Maar dat verklaart volgens Philips nog niet de venijnige, onredelijke en eenzijdige aanvallen op Israël en de joden vanuit de kerk. Volgens haar komt dat voort uit een her opleving van een bepaalde theologie. Binnen deze theologie zou God alle beloften aan de joden terug nemen omdat ze Jezus ontkend hadden. Een doctrine die eeuwenlang het antisemitisme heeft gevoed. De holocaust heeft deze theologie slechts tijdelijk ondergronds doen gaan. Het is juist deze theologie die zich vermengd heeft met de bevrijdingstheologie en dat is, volgens Philips, een uiterst giftig mengsel geworden.
Het Britse koningshuis Ooit was het Britse koningshuis een bastion van traditie. Maar ook dit instituut is aangetast door de multiculturele ideologie. Zo verklaarde kroonprins Charles dat de islam de oplossing is voor de spirituele armoede van het Westen. Ook heeft hij tijdens een staatsbezoek aan de VS bij de Amerikaanse president Bush gelobbyd voor de ‘merits’ van de islam. Want Charles is van mening dat Bush niet tolerant genoeg voor de islam is. Ook vindt deze kroonprins, dat er meer respect voor de sharia moet zijn. De sharia wordt volgens hem eenzijdig negatief bekeken. In de islamitische wereld heeft men meer respect voor vrouwenrechten dan in het Westen, aldus Charles. Hij prijst dan ook het islamitisch onderwijs in Groot-Brittannië.
“for trying to preserve an ‘integrated, spiritual view of the world in a way we have not seen fit to do in recent generations in the West,’ he went on to say:
‘There is much we can learn from that Islamic world view in this respect. There are many ways in which mutual understanding and appreciation can be built. Perhaps, for instance, we could begin by having more Muslim teachers in British schools, or encouraging exchanges of teachers. Everywhere in the world people want to learn English. But in the West, in turn, we need to be taught by Islamic teachers how to learn with our hearts, as well as our heads’” (P. 120)
De Britse moslims Veel Britse moslims zijn vervreemd van de Britse maatschappij. Hoe serieus dit probleem is blijkt wel uit de officiële statistieken die Melanie Phillips aanhaalt. Zo is er bij geen andere geloofsgroep een zo’n grote groep die bereid is geweld te gebruiken om hun religieuze en politieke doelen te bereiken als bij de moslims. Maar ook de zogenaamde ‘gematigde’ islam en haar vertegenwoordigers bespreekt Phillips. Het blijkt dat de in het algemeen als ‘gematigd’ bekend staande vertegenwoordigers in werkelijkheid helemaal niet zo gematigd zijn als men wel denkt.
Er zijn dan ook vele moslim groeperingen die streven naar speciale uitzondering voor moslims: speciale moslim hypotheken, speciale fiscale maatregelen voor polygamie, enz. enz. Het meest verbazingwekkende is dat deze extreme moslims gehoor krijgen bij de Britse overheid. Dit terwijl de werkelijk gematigde moslims, hier helemaal niet op zitten te wachten. Sterker nog, de overheid zaagt hun door deze extremisten te steunen de poten onder hun stoel vandaan.
“By no means all Muslims want this to happen. A growing number of them are actually rather keen on benefiting from personal freedoms and tolerance that are the British way. The problem is that the British no longer appear to agree” (P. 162)
Israël, links en de media In het hoofdstuk over Israël onderbouwd Melanie Phillips op overtuigende wijze de stelling dat de anti-Israël haat onder moslims voort komt uit Joden haat. Ook ziet ze Israel als een Westerse voorpost in het Midden Oosten. Het is dan het eerste doelwit van de extremisten maar zeker niet hun laatste, waarschuwt Phillips ons. Volgens haar is de houding t.o.v. Israël dan ook een goede graatmeter om te weten of men van doen heeft met de zo gewenste ‘gematigde moslims’.
Een mooi voorbeeld van het verbond tussen links en de islamisten zijn Britse Troskisten. De Troskisten zien de islamisten als een goede bondgenoot om de door hen gehate maatschappij omver te werpen. Een ander voorbeeld van dit verbond is de linkse Londonse Labour burgemeester Ken Livingston. De man onderhoudt nauwe banden met de extremistische moslim broederschap en hij noemt de Engelse leden van deze organisatie het toonbeeld van gematigde islamieten. Dit ondanks het feit dat ze oproepen doen om Engelse soldaten in Irak te vermoorden. Ook genoemd wordt de extreem linkse MP Galloway, hij draagt de islamitische agenda uit en roept moslims op om in opstand te komen tegen het Westen.
Net als de Nederlandse media is de Britse media ook overwegend links. Maar de BBC spant toch wel de (linkse) kroon. Uit de voorbeelden die Philips geeft blijkt wel dat de BBC de meest voor ingenomen pro Palestijnse Britse omroep is. Philips beschrijft hoe bij de BBC het antisemitisme wordt verkocht als ‘normale kritiek’ op de staat Israël. Ze noemt het dan ook schrikbarend dat het antisemitisme weer tot algemene norm is verheven. De BBC doet daar gretig aan mee. Bij hen was bijvoorbeeld te horen dat de regeringen van de VS en Groot-Brittannië door een joodse samenzwering zouden zijn overgenomen. Maar wat valt er eigenlijk anders te verwachten van een omroep die antiwesterse islamisten in dienst heeft? Zelfs aanhangers van Hamas en de broederschap mogen bij de BBC als verslaggever optreden.
Volgens Melanie Philips is de onophoudelijke anti Westerse propaganda die de media verspreiden een regelrechte katalysator voor het zogenaamde ‘home grown’ terrorisme. Deze jonge moslims worden door de irrationele berichtgeving in de mainstream media alleen maar bevestigd in het slachtofferschap van de wereldwijde moslim gemeenschap.
De politiek Net als in Nederland proberen de Britse politici moslims te paaien om hun stemmen te verwerven. De politici zijn dan ook van mening dat het terrorisme niet voortkomt uit een vijandige ideologie maar dat het een reactie is op het (slechte) gedrag van het Westen. Als men de Britse moslims maar wat meer tegemoet zou komen, zou het terrorisme ook niet al te erg uit de hand lopen is de gedachte.
Net als in Nederland stemmen de meeste moslims op de socialisten. In Groot-Brittannië is dat de Labour partij. De meeste moslims in Groot-Brittannië komen uit Pakistan. De Pakistaanse geestelijken hebben nog steeds veel invloed op deze moslims. Vandaar dat de Britse socialisten van Labour de geestelijken uit Pakistan te vriend willen houden. En zo kon het gebeuren dat men bij Labour de rode loper uit legde voor de invloedrijke Pakistaanse Sheikh Qaradawi, een geestelijke die Usama Bin Laden steunt. Nog erstiger vind Phillips dat de Labour partij van Tony Blair een wet heeft ingediend waardoor kritiek op de islam verboden wordt.
Deze politiek correcte appeasement strategie leidt dan ook tot gevaarlijke situaties. Zo heeft die zelfde Tony Blair die de internationale strijd tegen terrorisme steunt een anti-terreur taskforce opgezet waar ook zogenaamde ‘gematigde’ moslims zitting in hebben. Maar de deelnemers: Ahmad Thompson, Inayat Bunglawala en Tariq Ramadan (de zoon van de oprichter van de Moslim broederschap) blijken juist propagandisten van de jihad ideologie die het terrorisme veroorzaken. Het mag dan eigenlijk ook niemand verbazen dat de eerste daad van deze anti terreur task force, een verzoek tot afschaffing van de holocaust herdenking was, omdat deze schofferend zou zijn voor moslims.
Daarna vroeg de anti terreur task force om uitgebreide financiering van moslim segregatie: eigen TV stations, eigen scholen, enz. enz. Om het terrorisme te bestrijden was het ook nodig dat Groot-Brittannië zijn buitenlandse politiek zou aanpassen en moest er een verbod komen om de islam met terrorisme in verband te brengen.
Je zou denken dat een dergelijk anti Westerse task force een kort leven beschoren zou zijn, maar niets is minder waar. De regering Blair wil zelfs de meeste van deze ideeën ten uitvoer brengen. Philips komt dan tot de verontrustende conclusie dat de politieke maatregelen rond het extremisme worden bepaald door de extremisten zelf. De Britse overheid denkt dat men zo de extremisten kan winnen voor de goede zaak, maar helaas wordt de Britse overheid ingezet voor de goede zaak van de islamisten.
Conclusie
“This disastrous policy ignores the first law of terrorism, which is that it preys on weakness. The only way to defeat it is through strength – the strength of a response based on absolute consistency and moral integrity, which arises in turn from the strength of belief in the values that are being defended.” (P. 273)
De grootste blunder van de Britse politiek en veiligheidsdiensten is dat men niet wil inzien dat een vijandige religieuze ideologie een oorlog tegen ons voert. Het zijn deze ideologische ideeën die aan de basis van het terrorisme liggen. Waarom wil men toch maar niet inzien dat het deze gevaarlijke ideeën zijn, die zich in een religieuzengemeenschap kunnen verspreiden en zo een rekruteringsbasis voor terroristen kunnen zijn?
Om het islamitische terrorisme te verslaan zal er erkend moeten worden dat het iets nieuws is. Zowel de definitie van ‘oorlog’ als die van ‘terrorisme’ dekken niet langer de lading. We hebben nu te maken met iets dat tussen beide definities in ligt. Daarom moet er ingezien worden, dat er nieuwe structuren en maatregelen nodig zijn om deze strijd te kunnen winnen.
Melanie Phillips komt dan ook met een hele reeks voorbeelden van praktische maatregelen ter bestrijding van het extremisme, maar ook het multiculturalisme. Erg hoopvol dat men in Groot-Brittannië ook daadwerkelijk maatregelen gaat nemen is ze niet. Want, zo schrijft ze, Groot-Brittannië zit in een neerwaartse spiraal van decadentie, zelfhaat en sentimentaliteit. Volgens haar ziet het er naar uit dat de Britse samenleving ten onder gaat aan haar eigen idealen.
Aangezien we in Nederland met soortgelijke problemen worstelen zou deze conclusie ook voor Nederland kunnen gelden. Daarmee is deze goed geschreven bestseller, die vlot gelezen kan worden, ook een aanrader voor de Nederlandse lezer.
Londonistan How Britain is creating a terror state within Melanie Phillips Gibson Square, juni 2006 ISBN 1903933765 304 pagina's Prijs: fetchbook.info / amazon.co.uk
Amerikaanse editie: Encounter Books ISBN 1594031444 200 pagina's Prijs: fetchbook.info / Amazon.com
Anderen over dit boek
“In contrast to the overwhelming majority of her British compatriots, who prefer to avert their eyes from the radical Islamic horror growing in their midst, Melanie Phillips has compiled a unique record that fearlessly, brilliantly and wittily exposes this problem. Londonistan builds on and goes beyond her prior work by showing the role of what she calls the British ‘spiral of decadence’ in permitting Islamist ideas and demands to ride roughshod over the UK’s traditional ways. Phillips rightly warns Americans of the acute dangers for them, too, from Britain’s being a source of Richard Reid–like terrorists to the ending of the two countries’ special relationship.” - Reviewer “citaat” - Daniel Pipes
“Londonistan is one of the most compelling books you will ever read on the ascendancy of Islamic fundamentalism, violence and intimidation in the West. Melanie Phillips exposes the scandalous appeasement of militant Islam by British officials, the media, even the Church of England, capturing in extraordinary detail how British society and institutions have either ignored or actively fostered the growth of extremist groups on British soil. This book will both enlighten and enrage. Although its story is focused on the United Kingdom, it could be applied to any European capital or to the United States.” - Steven Emerson
“Melanie Phillips’ Londonistan is a last-minute warning for Britain and for much of the free world. In the 1930s, Britain was the leading appeaser of the world’s most intransigent foe, refusing to see the gathering signs of danger until it was almost too late. Today, the same tendency to appeasement and self-delusion is evident again—only now, the threat is within. Britain refuses to recognize the clear and present danger of Islamism inside its own borders, which steadily corrodes its social values and moral compass. Once again, only the good sense of the British can save their country—and the same may be true in many other democracies. This book is powerful and frightening, but also courageous. In dictatorships, you need courage to fight evil; in the free world, you need courage to see the evil.” - Natan Sharansky
Mohammed is als oprichter van het islamitische geloof het grote voorbeeld voor veel moslims. Het is niet voor niets dat in veel grote steden van Nederland ‘Mohammed’ inmiddels de meest populaire jongens naam is geworden. Moslims geloven dan ook, dat als je leeft zoals Mohammed dat deed, dat je dan vroom en goed leeft. Hij was immers de verkondiger van de goddelijke wetten en let wel, die goddelijke wetten zijn tijdloos en voor eeuwig geldig. Dat geldt dus ook voor het gedrag van Mohammed, want dat was de meest zuivere moslim ooit. Voor niet moslims, die iets willen begrijpen van het gedrag van de vrome moslims, is het dan ook misschien wel verstandig om zich eens te verdiepen in wie die Mohammed dan wel precies is.
Sommige Westerse auteurs, zoals bijvoorbeeld de bestseller auteur Karen Armstrong in haar boek ‘De Profeet’, beweren dat moslims geloven in een Mohammed die als een ware democraat voor gelijkheid tussen man en vrouw staat en die bovenal voorstander is van vrede en wederzijds respect. Volgens schrijver Robert Spencer kloppen deze beweringen niet en hebben we hier van doen met sociaal wenselijk geachte veronderstellingen, die echter niet voortkomen uit de officiële islamitische leer. Het boek van Spencer gaat dan ook niet uit van wenselijke vooronderstellingen maar van officiële islamitische bronnen. We lezen over de verhalen in de Koran en de officiële overleveringen (Hadith) die het leven van Mohammed beschrijven. Maar Spencer beperkt zich daar niet toe. Hij citeert ook uit officiële islamitische biografieën (Sira) en houdt daarbij rekening met het gewicht dat elk heeft binnen de officiële hedendaagse islamitische leer. Om een en ander te illustreren citeert hij ook veelvuldig hedendaagse imams.
Nu zou een niet islamitische lezer, met een wat septische houding, zich kunnen afvragen of Mohammed überhaupt wel bestaan heeft. Hij zou immers ook wel een verzinsel kunnen zijn om het Arabische imperialisme van rond 800 na Christus van een ontstaansmythe te voorzien. Maar een beoordeling van de historische Mohammed is niet het doel van dit boek. Spencer wil vooral licht laten schijnen op hoe hedendaagse moslims volgens de geldende islamitische leer Mohammed nu zien en hoe ze hem zouden willen navolgen.
Het beeld dat we van uit de vele citaten uit de koran en andere bronnen krijgen is niet zo vredelievend en tolerant als vele hopen. Mohammed blijkt vooral een meedogenloze imperialistische rover generaal. Zijn relatie met anders gelovigen is dan ook altijd al problematisch en intolerant geweest. De gewapende strijd, de jihad, was volgens Mohammed dan ook een religieuze plicht van elke moslim. Het onthoofden van tegenstanders, het terroriseren van de vijand, het heimelijk uit de weg ruimen van tegenstanders, het zijn allemaal zaken die hij volgens de islamitische bronnen heeft gedaan en dus ook navolging verdienen. Kortom, de moderne jihadisten, kunnen hun gedrag volledig middels de officiële islamitische leer verantwoorden.
“Muhammad addressed them (the Jews) in terms that have become familiar usage for Islamic Jihadists when speaking of Jews today …. ‘You brothers of monkeys, has God disgraced you and brought His vengeance upon you?’ The Qur'an in three places (2:62-65; 5:59-60; and 7:166) says that Allah transformed the Sabbath-breaking Jews into pigs and monkeys.”
Als lezer van dit boek kan je dan ook niet anders concluderen dan dat de waarden zoals Mohammed die vertegenwoordigd stelselmatig botsen met de normen en waarden van onze Westerse beschaving. Dat lijkt voor een deel te komen omdat men binnen de Islam niet een moraal systeem kent dat los van god getoetst kan worden. Daardoor kent de islam in feite geen moraal. Binnen de islam is iets ‘goed’ indien met gehoorzaam is aan de wetten van Allah en is iets ‘slecht’ als men ongehoorzaam is aan de wet van Allah. Daaruit volgt dan ook al snel dat alles wat de islam helpt te verbreiden goed is en alles wat dit tegenwerkt slecht is.
“While human nature is everywhere the same and Muslims can, of course, act as tolerantly as anyone else, the example of Muhammad, the highest model of human behavior, constantly pulls them in a different direction. The fact that Western analyst continue to ignore all this demonstrates the ease with which people can be convinced of something they wish to believe, regardless of overwhelming evidence of the contrary.” (P. 182-183)
De kritische boeken die Robert Spencer schrijft zijn dan ook aanleiding geweest voor Al Qaida om in een van hun videoboodschappen hem uit te nodigen om zich tot de islam te bekeren. Iedereen die “The Truth about Muhammad” gelezen heeft, begrijpt meteen dat dit volgens de traditie van de profeet Mohammed een doodsbedreiging is. Ook op dit boek van Spencer is van moslim zijde weer met boosheid gereageerd. Opvallend genoeg echter, blijft inhoudelijke kritiek van moslims geheel uit. Dat is ook heel moeilijk, omdat het boek geheel is gebaseerd op breed aanvaarde islamitische leerstellingen.
Dit boek is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de feitelijke islamitische leer betreffende de profeet Mohammed. Het boek is kort, iets meer dan 200 pagina’s en is ondanks de vele koran citaten toch nog redelijk makkelijk leesbaar. Het is een verontrustend boek maar vergeet niet: ‘zalig zijn de onwetenden’.
The Truth about Muhammad Founder of the world’s Most Intolerant Religion Robert Spencer Regnery, september 2006 ISBN 1596980281 224 pagina's Prijs: fetchbook.info / amazon.com
“voor wie een realistische beschrijving lezen wil van het ware gezicht van de barbaarse Profeet Mohammed is het recent uitgekomen boek van Robert Spencer – 'The truth about Muhammad' - een absolute must.” - Geert Wilders
“a rare skeptical biography and interpretation of the prophet of Islam. Relying exclusivly on Islamic sources” - Daniel Pipes
“With boldness and courage, Spencer examines one of the most controversial subjects of our time” - Bat Ye'or
“Intrepid Robert Spencer continues his quest to dispel myths” - Michelle Malkin
Op de leestafel zullen regelmatig boek impressies worden gepubliceerd van zowel Nederlands als Engelstalige non-fictie boeken. Aangezien er jaarlijks een enorme hoeveelheid boeken wordt uitgegeven is het altijd moeilijk om daar de relevante en interessante boeken tussenuit te vissen. Met deze leestafel hoop ik dan ook andere aan goede boeken ideeën te helpen. – Ferdinand