De Leestafel
 
21 november 2008

The secret war with Iran

Ronen Bergman



Iran is bezig met een atoom programma en daarom verwachten velen een oorlog met deze fundamentalistische moslim staat. Maar is dit wel een correcte veronderstelling? Want is die oorlog niet al lang geleden begonnen? Dit boek van journalist Ronen Bergman geeft een mooi overzicht van de strijd die Iran voert tegen het Westen.

In de boektitel noemt schrijver Ronen Bergman het een ‘geheime oorlog’. Waarschijnlijk slaat dat ‘geheim’ vooral op het feit dat hij veel geheime Mossad operaties beschrijft. Maar het kan net zo goed slaan op het feit dat wij in het Westen de Iraanse stroom van terreur weigeren te erkennen als een daadwerkelijke oorlog.

Het boek geeft dan ook een uitgebreid overzicht van de Iraans, Israëlische en Amerikaanse inteligence geschiedenis in deze oorlog. Deze geschiedenis blijkt zeer divers: van de (her)uitvindinding van het zelfmoord terrorisme, de Israëlische (jawel!) wapenleveranties aan Iran, de contra affaire, de oorlogen in Libanon, de oprichting van Hizballah, de vele aanslagen van Iran in Europa tot het uitgebreide Iraanse atoom programma.

Maar ook meer verassende zaken die door vele, door verkeerde Westerse vooronderstellingen over de Islamitische wereld, voor onmogelijk worden gehouden komen aan bod. Zo is daar de Iraanse steun voor vele soenitische organisaties. Want Iran traint, ondersteunt en financiert vele Soennitische strijdgroepen zoals Hammas en zelfs Al’Qeada. De kloof met dit soort groepen blijkt vele malen kleiner dan die met het Westen. Iets dergelijks geld overigens ook voor linkenstrijdgroepen die in het Westen actief zijn.

Volgens Bergman is Iran in haar strijd tegen het Westen opvallend succesvol. Het Westen blijkt tot nu toe geen afdoende antwoord te hebben om de strijd in haar voordeel te beslechten. Zo schrijft hij in een conclusie aan het eind van het boek het volgende:

"The intelligence failures of the United States and Israel vis-à-vis Iran and Hizballah are symptomatic of the decline of the intelligence communities in both countries. At least in the case of Israel, this decline reflects a larger trend: an increasing lack of confidence in the institutions of government, as well as a rise in cynicism, materialism, and opportunism, which have taken the place of national solidarity. As a result, there is much less readiness to serve in demanding, dangerous governmental positions." (P.381)


Na het gedetailleerde verslag van Iraanse operaties tegen het Westen lijkt deze conclusie de spijker op de kop te slaan. Wij hebben simpel weg niet meer het vertrouwen in ons eigen systeem om ons zelf met het benodigde geweld te kunnen en willen verdedigen tegen barbaarse vijanden als Iran.

Overigens wordt de strijd vooral in praktische termen beschreven en wordt de ideologische component van deze strijd eigenlijk grotendeels genegeerd. Dat wordt wellicht veroorzaakt door de redelijke linkse oriëntatie van de schrijver, die zo nu en dan duidelijk wordt. Maar dat laat onverlet dat het boek een interessant overzicht geeft van de strijd met Iran. Het boek is wat mij betreft dan ook zeker een aanrader voor iedereen die meer over de strijd tegen Iran wil weten.


Besproken boek

The secret war with Iran
Ronen Bergman
(translation by Ronnie Hope)
Free Press, September 2008
ISBN 141655839X / 9781416558392
432 pagina's
Prijs: amazon.com / fetchbook.info

Tags: , , , , , , , , ,

Labels: , ,

 
» Lees verder



 
28 augustus 2008

The Reluctant Communist

The Reluctant Communist

Charles Robert Jenkins



In de Reluctant Communist is te lezen hoe het dagelijksleven in de socialistische heilstaat van Noord Korea is. Dit alles van uit het unieke perspectief van een Amerikaan die daar terecht is gekomen. Nou ja terechtgekomen, het was gewoon zijn eigen schuld en dat schrijft hij ook in dit boek. Als Amerikaans beroeps militair was hij 40 jaar geleden gedeserteerd en vrijwillig de grens overgelopen. Dat deed hij, schrijft hij zelf, niet van uit speciaal communistische sympathieën, maar heel naïef en egoïstisch omdat hij niet wilde dienen in Vietnam. Hij had gedacht dat hij via de Russen na een paar maanden wel weer naar huis zou worden gestuurd. Maar wat een vergissing was dat!

In de afgelopen 40 jaar heeft hij dus de nodige ervaringen opgedaan in het socialistische ‘arbeiders paradijs’. Uit zijn beschrijvingen blijkt hoe armoedig het land is, zeker als je je bedenkt dat Jenkins voor Noord Koreaanse begrippen nog in redelijk luxe leefde omdat hij van zeker belang was voor het regiem.

Behalve armoedig blijkt het ook een uiterste bizarre plek om te leven. Zo moeten men er dagelijks ‘studeren’ om zich de vrome partij doctrines eigen te maken. En dan zijn er natuurlijk nog de dagelijks zelf kritiek sessies om een beter mens te worden. Het hele systeem blijkt zo zijn uitwerking te hebben op de mensen en hun menselijkheid.

De onmenselijkheid van het systeem blijkt ook wel uit het ontvoeringsverhaal van zijn vrouw. Zijn vrouw werd ontvoerd van uit Japan terwijl ze met haar moeder naar huis liep. Daarmee zijn ze van de een op de andere dag gevangenen van de Noord Koreaanse staat (Van haar moeder is overigens na de ontvoering nooit meer iets vernomen). In Japan wist men echter niets van de Koreaanse actie, daar was het gewoon een vermissing als elk ander. Maar waarom deze mensen roof? Volgens Jenkins heeft deze ook in andere landen plaatsgevonden, maar waarom wordt eigenlijk niet zo duidelijk. Het lijkt er op dat het onmenselijke systeem voor dit soort daden geen acute of belangrijke doelen nodig had. Het was blijkbaar gewoon een manier om aan Japanse tolken e.d. te komen. De kinderen van deze geroofde mensen konden weer opgeleid worden tot spionen voor het regiem. Wat eigenlijk nog vreemder is, is dat de andere landen er nooit een grote zaak van gemaakt hebben. Want hoewel er zeker ook andere nationaliteiten geroofd zijn, is het tot nu toe alleen Japan die zich hard maakt om haar geroofde inwoners terug te krijgen...

Maar de mensen roof is niet waar dit boek in hoofdzaak over gaat. Het is eerst en vooral een levens beschrijving van een eenvoudige Amerikaan die in Noord Korea heeft geleefd. Het gaat over zijn persoonlijke leven, hoe hij daar werkte en daar met zijn daar gevormde gezin leefde. Ook verteld hij over de andere Amerikaanse deserteurs. Waarvan een van hen, James Joseph Dresnok, ook te zien is in de BBC film “Crossing The Line”. Een film die overigens een goede aanvulling op het verhaal in dit boek is. Volgens Jenkins was deze Dresnok nog al erg ontvankelijk voor de Noord Koreaanse omkopingstactieken en werd hij regelmatig in opdracht van hen, met zichtbaar plezier, door de enorme Dresnok afgetuigd.

De Amerikaanse deserteurs waren niet de beste en de slimste soldaten. Jenkins zelf heeft nooit veel scholing gehad en lijkt ook niet een al te intelligent persoon. Maar omdat Times reporter Jim Frederick het boek heeft geschreven is het een vlot en leesbaar boek geworden. De eenvoudige ongecompliceerde beschrijvingen van Jenkins van het armoedige, corrupte en benauwde leven in Noord Korea geven het boek een enorme kracht. Het is een verhaal geworden over het leven in een heil staat waarbij, elk voor ons normaal besef van normen, waarden en menselijk lijken te zijn vernietigd.

Het is boek dat je niet kunt wegleggen. Een aanrader!


Besproken boek

The Reluctant Communist
My Desertion, Court-Martial, and Forty-Year Imprisonment in North Korea
Charles Robert Jenkins
University of California Press, 25 Maart 2008
ISBN 978-0520253339
232 pagina's
Prijs: fetchbook.info / bookdepository.co.uk / amazon.com


Anderen over dit boek

“In January, 1965, Jenkins was a U.S. Army sergeant stationed in South Korea. Sure that he was about to be sent to Vietnam, he drank ten beers, abandoned his patrol, and crossed into North Korea. He spent the next four decades in a country that had become "a giant, demented prison," until the Japanese government secured his release, along with that of his Japanese wife, who had been abducted by the North Koreans. Jenkins’s book is oddly compelling. The blank ordinariness of his character brings out the moral and physical ugliness of life in North Korea, where soldiers steal and beg for food; a dog digs up a fresh mass grave (and the next day all the dogs in the neighborhood are shot); and Jenkins awakens to the bleak, deadening realization that his two daughters are being groomed as spies. "I would always tell them, ‘we are not in the real world. This is not the real world,’" Jenkins writes of his daughters. "But they didn’t believe me." ” - The New Yorker

“This story by Robert Jenkins of his four decades in North Korea represents a rare opportunity to view life in one of the most reclusive societies in the world, offering unprecedented insights for both specialists and the general reader.” - Robert Scalapino, University of California, Berkeley

“This is an incredible story of betrayal, love and the search for redemption. Robert Jenkins is a modern-day Robinson Crusoe, isolated from the outside world, and relying on his wits to survive in a nightmarish parody of a nation where nothing is as it seems. Living in constant fear and violence, Jenkins efforts to grow food, dig a well, heat his home, generate electricity and to find companionship, trust and ultimately love, lend this rough and ready narrative an unexpected depth. Set within the bizarre and Orwellian surroundings of North Korea during the late 20th century, Jenkins's account is like no other I've ever read."” - Jasper Becker, author of Rogue Regime: The Continuing Threat of North Korea

“Charles Jenkins' memoir is a genuinely unique account of the only American ever to live in North Korea for most of his life and return to write about it. Part biography, part eyewitness testimony, part apology, this book takes Mr. Jenkins from a childhood in the segregated South to a U.S. Army ruling the roost in South Korea in the 1950s, to a North Korea that saw him as a real-life Martian, but a valuable one for use in Cold War propaganda.” - Bruce Cummings, Chairman of the History Department at the University of Chicago

“It is one of the most important documents to come out of North Korea ever” - Gabriel Schoenfeld (Commentary Magazine)


Anderen reviews
Commentary Magazine - Gabriel Schoenfeld
Wallstreet Journal - Gabriel Schoenfeld
Counter Terrorism Blog - Jeffrey Breinholt
Conel Rad
The New Yorker
Washington Post
Asia Times


Tags: , , , , , , , , , , , ,

Labels: ,

 
» Lees verder



 
10 januari 2008

Liberal Fascism

Liberal Fascism - Jonah Goldberg

The Secret History of the American Left
from Mussolini to the Politics of Meaning
Jonah Goldberg



Het dogma dat socialisten links zijn en fascisten rechts is diep geworteld. Maar in de VS is nu een boek verschenen dat met dit idee afrekent. Arabist Daniel Pipes schreef er een boekbespreking over en hieronder vindt u de vertaling van zijn review. Voor de goede orde, in de politieke verhoudingen van Amerika is liberaal links en conservatief rechts (waarbij ze de standpunten van de VVD waarschijnlijk nog behoorlijk links zullen vinden).

Liberaal fascisme klinkt als een oxymoron dat slechts gebruikt wordt door rechtse conservatieven die er linkse liberalen mee willen beledigen. Maar in werkelijkheid is de term verzonnen door een socialistische schrijver. Dat was niemand minder dan de gerespecteerde linkse schrijver H.G. Wells. Hij introduceerde de term in 1931 toen hij zijn mede progressievellingen opriep om “liberale fascisten” en “verlichte nazi’s” te worden. Waar gebeurd!

De woorden van Wells passen in het grotere patroon van verwantschap tussen socialisme en fascisme: Mussolini was een leidende socialistische figuur, die zich tijdens de 1e wereld oorlog, afkeerde van het internationalisme ten faveure van het Italiaanse nationalisme. Hij noemde die vermenging Fascisme. Net zo goed als, Hitler de leider was van de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders partij.

Deze feiten botsen met het hedendaagse algemeen geaccepteerde wereldbeeld dat sinds eind 1930 is ontstaan. Een wereldbeeld waarin communisme extreem links is, gevolgd door socialisme, liberalisme in het midden, dan conservatisme en fascisme als extreem rechts. Maar dit politieke spectrum, zoals Johan Goldberg het beschrijft in zijn briljante, grondige en originele nieuwe boek: “Liberal Fascism: The Secret History of the American Left from Mussolini to the Politics of Meaning” (Doubleday), weerspiegeld slechts hoe Stalin het woord fascist gebruikt als scheldwoord voor alles en iedereen die hij wilde beschadigen: Trotsky, Churchill, boeren, etc. Daarmee wordt het begrip fascist dus versluierd en ontdaan van zijn werkelijke betekenis. Reeds in 1946, beschreef George Orwell al dat de betekenis van het woord fascisme gedegenereerd was tot: “iets dat niet gewenst was”.

Om Fascisme in zijn gehele vorm te begrijpen moeten we dus de misrepresentatie van Stalin opzij schuiven en verder kijken dan de Holocaust. We moeten terug naar wat Goldberg het “fascistische moment” noemt. Dit is rond 1910 – 1935. Een statische ideologie als Fascisme gebruikt politiek als een gereedschap om de samenleving van losse individuen om te vormen tot een organisch geheel. Dat doet het door de staat boven het individu te verheffen, met gedegen kennis over democratie, door het afdwingen van consensus in het debat en met een voorkeur voor socialisme over kapitalisme. Het is totalitair in Mussolini’s oorspronkelijke betekenis van de term: “Alles voor de Staat, niets buiten de Staat, niets tegen de Staat”. De fascistische boodschap komt neer op “Genoeg geouwehoerd, meer aktie!”. Dat is dan ook de blijvende aantrekkingskracht: het krijgt dingen gedaan.

Het contrast met het conservatisme is dat deze staat voor beperkte overheid, individualisme, democratisch debat en kapitalisme. Een aantrekkingskracht gebaseerd op vrijheid en de burgers met rust laten.

Goldberg’s verdienste is dat hij het verwantschap aantoont tussen communisme, fascisme en liberalisme. Allemaal zijn ze afgeleid van dezelfde traditie die terug gaat tot aan de Jacobijnen van de Franse Revolutie. Zijn aangepaste politieke spectrum richt zich dan ook op de rol van de staat en gaat van libertarisme via conservatisme tot fascisme in zijn vele verschijningsvormen zowel Amerikaanse, Italiaanse, Russische, Chinese, Cubaanse enz.

Zoals deze lijst al aangeeft, is fascisme flexibel; verschillende vormen verschillen in hun details maar delen samen “emotionele en instinctmatige impulsen”. Mussolini paste de socialistische agenda aan door de staat te benadrukken, Lenin maakte de arbeiders zijn stoottroepen en Hitler voegde ras toe. De Duitse versie was militaristisch, maar de Amerikaanse (die Goldberg liberale fascisme noemt) is bijna pacifistisch. Goldberg citeert historicus Richard Pipes [vader van Daniel Pipes] op dit punt: “Bolsjewisme en Fascisme zijn dwalingen van de socialistische leer”. Hij onderbouwd deze verbinding op twee manieren.

Ten eerste, geeft hij ons een “geheime geschiedenis van links Amerika”:


  • Woodrow Wilson’s progressieve programma was “militaristisch, fanatiek nationalistisch, imperieel en racistisch” en was mogelijk gemaakt door de noodtoestand van de 1e wereldoorlog.

  • Franklin D. Roosevelt’s fascistische “New Deal” was een voortzetting en uitbreiding van Wilson’s beleid.

  • Lydon B. Johnson’s “Great Society” was de grondlegger van de moderne verzorgingstaat, de ultieme vervulling (tot dan toe) van deze statische traditie.

  • De jeugdige “New Left” revolutionairen van de jaren zestig brachten een Amerikaans sausje over het idee van “oud Europa”.

  • Hillary Clinton hoopt de staat diep te wortelen in het Amerikaanse familie leven, een essentiële stap in het totalitaire project.


Om meer dan bijna een eeuw Amerikaanse politieke geschiedenis samen te vatten: het Amerikaanse politieke systeem stimuleerde traditioneel het streven naar geluk, maar “meer en meer van ons willen dat niet meer najagen maar het geleverd zien worden”.

Ten tweede, ontleed Goldberg het Amerikaanse liberale programma: ras, economie, milieu, zelfs de “cult van het organische”. Hij laat zien hoe deze zeer verwant is met de programma’s van Mussolini en Hitler.

Als deze samenvatting U erg onwaarschijnlijk voorkomt, stel ik voor dat U het gehele boek “Liberal Fascism” zelf leest. Het staat vol kleurrijke citaten en overtuigende documentatie. Van de auteur, die vooral bekend is om zijn sterke columns, kan nu echter worden gezegd dat hij tevens een politiek denker van belang is.

Behalve een radicaal andere kijk te geven op wat moderne politiek is, één waarin “fascist” niet een groter scheldwoord is dan “socialist”, biedt het buitengewone boek van Goldberg een berg feiten om tegen hun links liberale kwelgeesten te gebruiken. Als liberalen tot in de eeuwigheid Joseph McCarty er bij kunnen halen, dan kunnen conservatieven nu antwoorden met Benito Mussolini.

Kortom, ook voor Nederlandse verhoudingen een interessant boek.


Zie ook: Liberal Fascism - The Blog - By Jonah Goldberg


Besproken boek

Liberal Fascism
The Secret History of the American Left, From Mussolini to the Politics of Meaning
Jonah Goldberg
Doubleday, Jan 2008
ISBN-13: 9780385511841
ISBN-10: 0385511841
496 pagina's
Prijs: amazon.com / fetchbook.info / vergelijk.nl


Anderen over dit boek
"'It is my argument that American liberalism is a totalitarian political religion,' Jonah Goldberg writes near the beginning of Liberal Fascism. My first reaction was that he is engaging in partisan hyperbole. That turned out to be wrong. Liberal Fascism is nothing less than a portrait of twentieth-century political history as seen through a new prism. It will affect the way I think about that history -- and about the trajectory of today's politics -- forever after." -- Charles Murray

"Liberal Fascism will enrage many people on the left, but Jonah Goldberg's startling thesis deserves serious attention. Going back to the eugenics movement there has been a strain of elitist moral certainty that allows one group of people to believe they have the right to determine the lives of others. We have replaced the divine right of kings with the divine right of self-righteous groups. Goldberg will lead you to new understanding and force you to think deeply." --Newt Gingrich

"Jonah Goldberg argues that liberals today have doctrinal and emotional roots in twentieth century European fascism. Many people will be shocked just by the thought that long-discredited fascism could mutate into the spirit of another age. It's always exhilarating when someone takes on received opinion, but this is not a work of pamphleteering. Goldberg's insight, supported by a great deal of learning, happens to be right." -- David Pryce-Jones

"Jonah Goldberg brilliantly traces the intellectual roots of fascism to their surprising source, showing not only that its motivating ideas derive from the left but that the liberal fascist impulse is alive and well among contemporary progressives-and is even a temptation for compassionate conservatives." -- Ronald Bailey (Reason magazine)


Anderen reviews
Reason magazine - Ronald Bailey
Wallstreet Journal - Fred Siegel
National Review - Rich Lowry
The New York Sun - Ron Radosh
World Net Daily - Vox Day
New York Times - David Oshinsky
Gto7 blog
Christianity today
Conservative Book Club
Instapundit.com


Multi media:
The Glenn and Helen Show
National Review
Instapundit Podcast (mp3)
Heritage Foundation (Podcast)


Tags: , , , , , , ,

Labels: , , ,

 
» Lees verder



 
02 september 2007

The Suicide of Reason

The Suicide of Reason: Radical Islam's Threat to the West - Lee Harris

Radical Islam's Threat to the West
Lee Harris



Een recentie door Bart Jan Spruyt waarin hij vol lof is over de homosexuele Lee Harris:

Niet wij veranderen de moslims, maar de moslims veranderen ons. Maar er is hoop, als de wereld maar wordt zoals de Nederlanders waren in de zeventiende eeuw, zo betoogt de Amerikaanse filosoof Lee Harris.

De boodschap van het nieuwe boek van de Amerikaanse politiek filosoof Lee Harris is hoogst onaangenaam. Het is – kort en goed gezegd – een pijnlijk boek. Het zet het mes in het vlees van het vrije Westen, draait het daar een paar keer in rond, en laat het daarna in dat vlees achter.

Al eeuwen, zo betoogt Harris, koestert het Westen de hoop dat de islam zal veranderen en net zo modern, rationeel en vreedzaam zal worden als wijzelf. De confrontatie met de weelde en de vrijheid van onze beschaving zou de islam ertoe verleiden afscheid te nemen van zijn tribale cultuur van collectief fanatisme. Maar, zo stelt Harris vast: niet wij veranderen de islam, de islam verandert ons.

Harris citeert de Engelse arabist E. W. Lane, die begin negentiende eeuw voorspelde dat het contact met de Europese beschaving ertoe zou leiden dat de islamitische ‘fanatieke intolerantie’ minder zou worden. Maar in de laatste editie van zijn boek over Moderne Egyptenaren schreef Lane dat zijn voorspelling niet was uitgekomen. ‘Integendeel, Europese vernieuwingen hebben het fanatisme bij het grootste deel van de bevolking alleen maar doen toenemen’.

De gedachte dat wij in het Westen normaal zijn, en dat wij de geschiedenis aan onze zijde hebben, zozeer zelfs dat onze liberale democratie en ons kapitalisme de gehele wereld onherroepelijk zullen veroveren, en dat de geschiedenis daarmee zijn spoedige voltooiing en einde zal vinden, heeft een laatste, en welbespraakte woordvoerder gevonden in Francis Fukuyama. De gedachte dat de rede (in de zin: van rationeel denken) alle mensen van nature eigen is, en dat alle mensen daarom uiteindelijk hetzelfde willen (namelijk: vrijheid, autonomie en welvaart) was ook de kern van de gedachtegang van de neoconservatieve beleidsmakers die sterke invloed op de regering-Bush hebben uitgeoefend. Ook zij hebben zich vergist, net als Lane begin negentiende eeuw en Fukuyama aan het einde van de Koude Oorlog. Het Westen wordt sinds 9/11, sinds de oorlogen in Afghanistan en Irak, sinds de aanslagen in Madrid en Londen, en sinds de moord op Theo van Gogh, geconfronteerd met een cultuur die begrijpt dat onze westerse manier van denken en leven de ernstigste bedreiging van haar eigen tradities vormt, en die vooral ook begrijpt dat intimidatie en geweld in het Westen tot paniek en verwarring leiden, en tot een toegeven aan de eisen en verlangens van moslims. Het ressentiment dat deze gewelddadige intimidatie voedt, is uit op anarchie, op een crash van onze beschaving, op een nieuwe gijzeling van de geschiedenis door het fanatisme – in de hoop en verwachting dat de implosie van de status quo tot een nieuwe orde zal leiden waarin de huidige orde zal zijn vernietigd en de nieuwe orde hùn orde zal zijn.

Want wij zijn anders dan zij. Wij denken wel dat ons rationalisme ‘natuurlijk’ en ‘normaal’ is, maar onze cultuur is een uitzondering, en het gevolg van een toevallige samenloop van omstandigheden. Wij willen vrij zijn, kunnen experimenteren, onze eigen keuzes kunnen maken – onafhankelijk van welke belemmerende tradities dan ook. En we zijn trots op een rechtsstaat die ervoor zorgt dat alle conflicten niet meer op een gewelddadige wijze, maar via vreedzame procedures en arbitrage worden beslecht. We denken dat dit normaal is, en kunnen ons nauwelijks nog voorstellen dat het elders anders is. Maar in feite zijn wij in het Westen een eiland dat wordt omringd door een wereld door een wereld waarin culturen domineren waarin niet onze ethische codes maar het recht van de sterkste en de wetten van de jungle heersen. Tribale culturen, want daar hebben we het dan over, waarin niet het individu telt maar het collectief, en waar mensen bereid zijn te sterven voor de handhaving van de eigen (religieuze tradities). Ons rationalisme is geen natuurlijk gegeven, maar het product van een oude cultuur en een eeuwenlange ontwikkeling. De verabsolutering en vergoddelijking van de westerse rede is de snelste weg naar de zelfmoord van die rede.

Nu we deze tribale cultuur van de islam ook in het vrije Westen hebben geïmporteerd, en we sinds een aantal jaren op hardhandige wijze met de diepste aard van die cultuur zijn geconfronteerd, zijn velen nog steeds naïef genoeg om alle problemen te ontkennen of te vergoelijken. Zij denken dat fanaten door overreding en onderhandeling bij een kopje thee op andere gedachten te brengen zijn, of dat oproepen tot assimilatie de problemen zullen oplossen. De feiten tonen aan, aldus Harris, dat ‘moslimimmigranten geen enkele neiging vertonen om zich te assimileren. Wanneer zij zich in een andere cultuur vestigen, beginnen zij zelfs al snel te vragen om aanpassingen van die cultuur om hen in die cultuur in te passen.’ En velen in het Westen zijn maar al te zeer bereid zich aan die eisen en verlangens aan te passen – en dan hoeven we nog niet eens aan een seniele verrader als bisschop Muskens te denken, die vorige week zei dat we God maar Allah moesten gaan noemen. En een politiek van de verleiding werkt ook al niet – zij die ooit door de carpe diem-cultuur zijn verleid geweest (zoals Mohammed Atta en de zijnen), worden daarna de meest fanatieke bestrijders van die cultuur, juist omdat zij de weerzinwekkende fascinatie van die cultuur zo goed hebben leren kennen.

Wat wel werkt, zo betoogt Harris, dat is de houding die Nederland in de zeventiende eeuw aan de dag legde om zijn onafhankelijke Republikeinse traditie te handhaven tegenover de dreiging van de zee en een wereldmacht als die van de Zonnekoning. ‘Hoe lang zouden de Nederlanders hebben overleefd wanneer zij – zoals wij nu – de overtuiging hadden gehad dat we uiteindelijk allemaal hetzelfde willen, en hun kinderen hadden geleerd de cultuur te respecteren van degenen die probeerden hun vrijheid te vernietigen?’

Lee Harris maakte drie jaar geleden naam – zij het in beperkte kring – met een boek over een belangrijk thema: dat van de vijand (Civilization and Its Enemies). Daarin betoogde hij dat wij onszelf wel te beschaafd kunnen vinden om er nog vijanden op na te (willen) houden, maar dat we nu eenmaal een vijand hebben zodra iets of iemand ons als zijn ultieme vijand heeft bestempeld. In zijn nieuwe boek – een rijk boek, zowel historisch als filosofisch, waarvan ik hier slechts een enkele hoofdlijn heb kunnen belichten – biedt Harris een vervolg op die stelling. Als wij – het vrije Westen – een vijand hebben, en die hebben wij, dan doen we er goed aan die te leren kennen, de ‘wetten van de jungle’ te onderzoeken die in de cultuur van die vijand dominant zijn, en ons te wapenen – door ons weer bewust te worden van onze eigen culturele tradities en weer bereid en bekwaam te zijn die te verdedigen. Want de krachten die tot ochlocratie leiden waar Polybios het al over had zijn sterk en bestaan zowel uit de decadentie van de status quo als uit het fanatisme van radicale moslims als hun populistische tegenvoeters.

Harris wijst het Westen een gulden middenweg tussen de zelfmoord van de westerse rede en het tribalisme van het nieuwe populisme. Hij noemt dat ‘verlicht tribalisme’ of ‘kritisch liberalisme’. Alleen wanneer deze liberaal-conservatieve gedachtegang algemeen ingang zal vinden, zullen over 100 jaar (of minder) geen boeken over onze culturele zelfmoord en ondergang hoeven te verschijnen.

Overgenomen van: weblog Bart Jan Spruyt


Besproken boek

The Suicide of Reason
Radical Islam's Threat to the West
Lee Harris
Basic Books (30 juli 2007)
ISBN 046500203X
290 pagina’s
Prijs: fetchbook.info, amazon.com

Zie ook: Opinio, met vertaling van de inleiding van dit boek.


Anderen reviews
Novopress
U.S. News & World Report
Huffing Post
New York Times
Jewish Herald Voice
Burkean Reflections
ShrinkWrapped
Augean Stables
The Discerning Texan
Waka waka waka
Execupundit
The London Fog
Fuck France
Projo
edward_ winkleman


Multi media:
Radio: Dennis Prager Show (MP3 here)


Tags: , , , , , , , , ,

Labels: , ,

 
» Lees verder



 
25 juni 2007

Te Gast bij de Ayatollah

Te Gast Bij de Ayatollah - Mark Bowden

Het ware verhaal van het Iraanse gijzelingsdrama
Mark Bowden

4 sterren voor Te Gast Bij De Ayatollah van Mark Bowden

Dat de openlijke strijd van de zuivere Islam lang voor 11 september 2001 is begonnen wordt meteen duidelijk als je Marc Bowdens bestseller “te gast bij de Ayatollah” leest. Het boek beschrijft op een vlotte en spannende manier de kaping van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979. Deze kaping door islamitische studenten heeft een cruciale rol gespeeld in de transformatie van Iran. Door deze langdurige kaping kon Iran
afglijden van een totalitaire staat die aan het moderniseren was, naar een staat die nog totalitairder was en zich geheel afkeerde van de moderne wereld. Marc Bowden beschrijft deze zaken vanuit een praktische kijk op de gebeurtenissen, zonder al te veel blijk te geven van kennis van de islam.

We lezen over de revolutionaire sfeer in Iran en de bijbehorende opgetogen naïeve revolutionaire- en utopische verwachtingen van de mensen. En hoe het enorme enthousiasme veel overeenkomsten lijkt te hebben met de opgetogen verwachtingsvolle sfeer die heerste in Hitler Duitsland vlak voor de oorlog. De sfeer bij de bezetting is er een van: eindelijk rekenen we af met de bron van al het kwaad in de wereld, de grote satan Amerika.

In de ogen van de gijzelaars staan ze dan ook voor een puur goede zaak en begrijpen ze eigenlijk de ondankbaarheid van hun gegijzelden niet. Deze zijn immers geen gevangenen maar ‘gasten’. De Iraanse studenten begrijpen waarom de onderdrukte Amerikanen na het horen van de ‘waarheid’ toch maar niet in opstand komen. Marc Bowden geeft ons een inkijkje in een wereld, die de onze niet is. Dat doet hij door te beschrijven, zonder deze wereld al te veel te analyseren.

De persoonlijke verhalen van de gegijzelden nemen een belangrijk plaats in het boek in en maken het verhaal ook spannend en aangrijpend. We lezen over, hoe sommige hun bewakers pesten en hoe andere wat al te goed samenwerken met deze zelfde bewakers. We lezen over hoe de gegijzelden worden verhoord, mishandeld, uitgehongerd, gemarteld en hoe ze schijn executies moeten doormaken.

Ook de rol van toenmalig president Carter en zijn staf komen aan bod. Mark Bowden neemt de door utopische waanideeën gedreven Carter behoorlijk in bescherming. Terwijl de beschrijvingen van Bowden zelf toch geen andere conclusie over laten dan dat Carters leiderschap de gekte van het politiek correcte denken tot zeer grote hoogte had weten op te drijven. Neem nu de volgende passage waarin Burruss, de leider van de Delta elite eenheid, zich kwaad maakt over Carters hoogmoedige verwachtingen van de bevrijdingsoperatie:

“Carter [wilde] om begrijpelijke redenen geen Iraniërs doden. Hij had er opgestaan dat Delta, mocht zich er een menigte vormen tijdens de raid, deze zou proberen te beheersen zonder mensen neer te schieten. Burruss begreep de politieke achtergrond wel, maar vond het in praktische opzicht bespottelijk. Hij ging samen met zijn mannen een bewaakt complex belegeren, midden in een stad van meer dan vijf miljoen mensen die voor het overgrote deel als agressief vijandig werd beschouwd. Het was ongelofelijk riskant; iedereen die deelnam, wist dat er een grote kans was dat ze nooit meer levend terug zouden komen. En Carter dacht dat dit piepkleine, dappere maar getalsmatig sterk in de minderheid zijnde team ging proberen om zich de stad van het lijf te houden met geweld loze middelen?” (P. 356-357).


Het doet allemaal erg veel denken aan het soort verraad zoals het voor moord willen laten vervolgen van de eigen soldaten. Het is dan ook jammer dat ook schrijver Marc Bowden zich nogal lijkt aan te sluiten bij de heersende linkse opvatting dat Amerika het toch eigenlijk ook allemaal een beetje aan zich zelf te danken heeft.

Toch kent ook dit politiek correcte denken zijn grenzen en veroordeeld Bowen de linkse activisten die openlijk hun steun betuigen aan de Iranese gijzelnemers. Maar gelukkig bevat het boek niet al te veel analyses en staan er in het boek voldoende beschrijvingen van de situatie in Iran om dit boek toch de moeite waard te laten zijn.

Zo blijkt bijvoorbeeld dat de glorie van de kaping in het huidige Iran toch een beetje verbleekt is. Het is allemaal natuurlijk ook al weer zo’n 25 jaar geleden. Maar het blijkt dat het Iran wel erg goed voor je carrière is om te hebben deelgenomen aan deze wandaad. Vele van de studenten leiders die aan de bezetting deelnamen, bekleden nu hoge posities in het Iranese regime. Zo ook de huidige president Ahmadinejad. Volgens de officiële lezing van het Iranese regime was hij een van de organisatoren van de gijzeling maar was hij niet direct betrokken bij de kaping zelf. Hoewel diverse gegijzelde hem zeggen te herkennen.

Kortom het boek is interessant door zijn beschrijvingen maar op een bepaalde manier ook storend. Het is storend door de oppervlakkigheid en hoogmoedige benadering. Door het schijnbare gebrek aan kennis van de grondige islamitische wortels van de revolutie in Iran kan schrijver Bowen zich gewoon niet voorstellen dat de toestand in Iran iets anders is dan een tijdelijke bevlieging. Zijn arrogante en naïeve opvatting is dat alle mensen op aarde de Westerse liberale opvatting delen dat het leven toch vooral gaat om welvaart en vrijheid.

Maar die zelfde oppervlakkigheid zijn ook weer een zegen, omdat het de storende analyses toch beperkt heeft gehouden en er voor zorgen dat het boek toch vooral ook veel directe beschrijvingen bevat die ik zeer de moeite waard vond.


Besproken boek

Te gast bij de Ayatollah
Mark Bowden
Luitingh, 2007
ISBN 9024561590
592 pagina's
(dit is een ingekorte versie van de meer dan 700 pagina's tellende Engelse uitgave)
Prijs: vergelijk.nl


Oorspronkelijke uitgave:
Guests of the Ayatollah
The Iran Hostage Crisis: The First Battle in America's War with Militant Islam
Paperback ISBN: 0802143032
Hardcover ISBN: 0871139251
Prijs: amazon.com / book.info

Andere boeken van Mark Bowden die vertaald zijn in het Nederlands: Black hawk down en Vindersloon.


Anderen over dit boek

“In november 1979 bezette een groep radicale islamitische studenten de Amerikaanse ambassade in Teheran en gijzelden de daar aanwezige Amerikanen. Een klein groepje werd snel weer vrijgelaten, de andere 52 werden 444 dagen gevangen gehouden. Bij een mislukte reddingsoperatie kwamen acht Amerikaanse militairen om. De gijzeling wordt beschouwd als de eerste grote confrontatie tussen het Westen en de militante islam. Bowden deed vijf jaar onderzoek naar de gebeurtenissen destijds, reisde vele malen naar Iran en sprak met een groot aantal betrokkenen van beide kanten: gegijzelden, gijzelnemers, militairen, diplomaten, journalisten etc. Het boek is ingedeeld in vijf delen: Naar binnen - Het spionnenhol - Afwachten - Honderdtweeendertig man - Marchanderen met de barbaren. Met een plattegrond, kaartje, een aantal zwart-witfoto's, bijlagen, literatuuropgave, noten en register. Een zeer gedetailleerd, grondig, goed gedocumenteerd journalistiek verslag dat alle kanten van deze gijzelingszaak belicht. Discovery Times maakte een gelijknamige vierdelige documentaire gebaseerd op het boek. Bowden schreef onder andere ook 'Black Hawk Down' een journalistiek verslag over de Amerikaanse militaire operatie in Mogadishu in 1993. Zie ook www.theguestsoftheayatollah.com.” - Biblion

“A superbly readable and surprisingly suspenseful account….A master storyteller.” — David Forsmark (Front Page Magazine)

Guests of the Ayatollah is, however, no academic tome, but a briskly written human story told from every conceivable point of view: the captives and their captors; President Carter's inner circle and Carter himself, struggling to negotiate a release and finally ordering an extremely risky rescue mission; the soldiers of Delta Force, whose audacious attempt failed; Iranian political figures under the thumb of the glowering Ayatollah Khomeini; and a cavalcade of diplomats, journalists, secret agents and barmy peace activists, some of whose actions bordered on treason. - Philip Caputo (Publishers Weekly)


Anderen reviews
Boekenstrijd
Humo
Iran Actua
Powerline blog
Conservative Book Club
Meta Critic
New York Times
Book Browse
Grove / Atlantic
Journal Of Homeland Security
The Stanford Review
Military.com
The Independent
Policy Review (Hoover institution)
Arm Chair General
Commentary Magazine

Multimedia:
NPR - Hear Mark Bowden Read a Passage


Tags: , , , , , , , , ,

Labels: , , , ,

 
» Lees verder



 
14 juli 2006

Na Saddam

Boekbespreking Na Saddam, Mijn leven als bewindvoerder van Irak door Paul Bremer III

Mijn leven als bewindvoerder van Irak
Paul Bremer III

Review van Na Saddam, Mijn leven als bewindvoerder van Irak door Paul Bremer III

Dit is het verhaal van gouverneur Bremer die verhaalt over zijn werkzaamheden in Irak. Het verhaal start met de aankomst van Bremer in Irak, slechts een paar dagen nadat president Bush zijn historische speech op het vliegdekschip USS Abraham Lincoln heeft gegeven waarin hij de invasie van Irak voltooid verklaart. (“end of major combat operations”).

De invasie is anders verlopen dan de Amerikanen hadden verwacht. Zo had Bremers voorganger allerlei contingency plannen gemaakt die nodig zouden zijn bij een langdurig conflict, maar de strijd liep veel sneller dan iedereen had verwacht, mede doordat de Irakese strijdkrachten massaal deserteerden. Het gevolg was dat veel plannen en voorbereidingen hier niet op waren afgestemd. Zo had men zich voorbereid op massa’s vluchtende mensen, maar aangezien de verwachte stadsoorlog in Bagdad uitbleef, waren er geen vluchtelingen. Ook werden de oliebronnen niet in brand gestoken. De oliebronnen waren dan wel van explosieven voorzien, maar de Irakese soldaten hebben Saddams orders om de oliebronnen op te blazen nooit ontvangen.

Ook hadden de Amerikanen er op gerekend om het verslagen Irakese leger in te kunnen zetten bij projecten voor de wederopbouw van Irak. Maar na de val van Saddam, viel direct alle discipline weg en loste het leger op in de bevolking. Het gehate totalitaire regiem bleek geheel bij elkaar te worden gehouden door angst.

“Bij de invallende duisternis kwam een belangrijk politiek en psychologisch verschil tussen vroegere bezettingsmachten en de huidige ter sprake. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog hadden de Verenigde Staten en hun bondgenoten de landen die ze hadden bezet duidelijk verslagen. Zowel de Duitsers als de Japanners waren gemobiliseerd om een langdurige, meedogenloze oorlog uit te vechten, maar ze hadden verloren en zich overgegeven.
‘In Duitsland en Japan vonden ze de bezetting misschien niet leuk’, zei Hume, ‘maar ze beschouwden deze als de consequentie van het verliezen van de oorlog.’
‘En hier’, zei ik, ‘hebben we geen land, maar een gehaat regime verslagen.’
De overgrote meerderheid van de Irakezen was dolblij dat we Saddam en zijn beulen hadden afgezet, maar had moeite met het feit dat hun land nu werd bezet door een buitenlands, niet islamitisch leger.” (P.44)


Dat het Saddam regime zeer gehaat was blijkt diverse malen in het boek, wanneer Bremer over de barbaarse en misdadige praktijken van het Baath regime schrijft. Vrij snel na aankomst in Irak bezoekt Bremer in Irak een plaats waar mensen bezig zijn een massagraf van Saddam op te graven met als doel de doden te identificeren:

“We maakten kennis met de hoofdman of moktar van het district, die ons onlangs genomen foto’s liet zien van het opgraven van de doden bij Al-Hilla. ‘Alstublieft, ambassadeur’, zei hij. ‘Laat deze bewijzen aan Jacques Chirac zien. De Fransen hebben er voor gezorgd dat die slager van een Saddam aan de macht kon blijven’.
‘In plaats van deze foto’s naar Jacques Chriac te brengen kunt u en de burgemeester van Al-Hilla de president misschien beter uitnodigen om de graven zelf te komen bekijken’, zei ik.” (P. 59).


Maar behalve de mening van de Irakezen over Jacques Chirac lezen we ook over hoe Jacques er bij president Bush op staat.

“’Ik had pas een heel open gesprek met Chirac’, zei de president. ‘Ik zei dat sommige mensen in Amerika de indruk kregen dat Frankrijk zou willen dat wij in Irak mislukken. ‘Non, Non’, zie Jacques, ‘dat beeld klopt niet.’. ‘Maar’, zei ik tegen hem, ‘telkens als u over dit onderwerp praat, krijgen veel mensen die indruk.’
We grinnikten. Ik vertelde de president dat ik in Frankrijk had gestudeerd en gewoond, daar een huis had en vele vrienden. Maar ik vond de Franse opstelling inzake Irak onvergeefelijk.” (P. 185)


In het boek zien we meer van dit soort inkijkjes in hoe men binnen de Amerikaanse regering praat over zogenaamde ‘bondgenoten’. Zo komt meerdere malen het feit aan de orde dat de Turken op het laatste moment de invasie van Irak hebben bemoeilijkt en daarmee in belangrijke mate hebben bijgedragen aan de huidige problemen in Irak.

“De jihadstrijders gingen naar wat het CENTCOM nu de ‘soennitische driehoek’ noemde, het enorme uit woestijn en de vallei van de Eufraat bestaande gebied ten westen en noorden van Bagdad. Een onbekend aantal hardnekkige Baathisten die in de Republikeinse Garde hadden gediend – in dezelfde twee divisies waarop de Amerikaanse 4e infanteriedivisie het had voorzien, die in maart niet door de Turken was doorgelaten -, was na de val van Bagdad naar deze uitwijkplaats gevlucht. (P.112)


Ook bij de opstelling van de legers van de andere coalitie ‘bondgenoten’ worden vraag tekens gezet. Zo verraadden de Spaanse troepen de coalitie door te weigeren te vechten als de radikale Muqtada al-Sadr een opstand begint en de coalitie aanvalt. Terwijl de Amerikaanse en Iraakse soldaten sneuvelen en in het nauw worden gedreven doen de Spaanse soldaten niets.

De Spaanse soldaten willen i.p.v. vechten liever polderen. Zo wil de Spaanse generaal liever een ‘politieke’ oplossing en stelt op eigen houtje aan terreur leider Al-Sadr voor dat een van Al-Sadr mannen (wat later een Iraanse agent blijkt te zijn) gouverneur mag worden. Maar behalve dat de Spanjaarden hun orders niet uitvoeren, logen ze ook. Terwijl de stad waar de Spanjaarden verantwoordelijk voor zijn, wordt overgenomen door de milities van Al-Sadr, melden ze doodleuk aan de coalitie dat alles rustig is en dat er niets aan de hand is. Logisch dat Bremer met zulke coalitie troepen niet spreekt over ‘coalition of the willing’ maar over een ‘coalitie van de onwilligen’.

Maar behalve kritiek bevat het boek toch vooral een overzicht van het globale politieke proces in Irak. Bremers belangrijkste wapenfeit is wellicht geweest, dat hij de machtsbasis van de huidige Iraakse regering zo breed mogelijk heeft gemaakt, zodat geen enkele partij te machtig kan worden. Maar zoals te verwachten valt in dit soort boeken, wordt veelvuldig het eigen straatje schoon geveegd. Zo blijkt Bremer al in een vroeg stadium bezig te zijn geweest zich in te dekken, door memo’s rond te sturen dat er beter meer troepen in Irak zouden kunnen zijn. Ook was hij er voor om in een vroeg stadium, krachtig met ruime militaire middelen tegen opstandelingen als Al-Sadr op te treden. Helaas ontbreekt in dit soort gevallen vaak een goede en adequaat bespreking van alle argumenten waaruit het Amerikaanse beleid verklaard kan worden.

Was dit boek niet in het Nederlands vertaald, dan was het misschien lang niet zo interessant. Maar doordat het vertaald is in het Nederland moet iedereen de 400 pagina’s zeer vlot kunnen lezen. De Nederladse vertaling is zelf overigens ook vrij vlot na de Engelse uitgave (Januari 2006) gepubliceerd. De tekst is door drie vertalers vertaald en de spoed is helaas iets ten koste gegaan van de kwaliteit. Overigens is dat niet echt een groot probleem, want het boek is niet al te ingewikkeld. Het leest als een soort dagboek van Bremer zonder al te diepe overwegingen of gedetailleerde beschrijvingen van de situatie. Het is dan ook vooral een boek over de praktijk in Iraq zonder dat er veel politieke of historische context wordt gegeven. Het is ook niet direct een onthullend boek, het is vooral interessant omdat er een manier van handelen wordt beschreven die niet zo zeer geheim is maar door de Amerikanen redelijk van zelfsprekend wordt gevonden. Het is dan ook vooral een interessant boek voor hen die alles volgen over de strijd in het Midden Oosten, maar het beslist niet het beste boek over dit onderwerp.


Besproken boek
Na Saddam
Mijn leven als bewindvoerder van Irak
Paul Bremer III
Balans, 2006
ISBN 9050187579
428 pagina's
Prijs: vergelijk.nl / beslist.nl


Anderen reviews
National Review
American Enterprise Institute (AEI)
Middle East Forum
Michigan War Studies Review
New York Times
The New York Review of Books
Asharq Alawsat
Telegraph
Guardian
The Boston Globe
Economist
Washington Post
San Francisco Chronicle
Meta Critic
Foreign affairs
Harvard Political Review
Al-Ahram
Internationale Spectator
Humo
De Morgen


Tags: , , , , , , , , , , ,

Labels: ,

 
» Lees verder



 
07 juli 2006

Eternal Iran

Boekbespreking Eternal Iran, Continuity and Chaos van Patrick Clawson en Michael Rubin

Continuity and Chaos
Patrick Clawson and Michael Rubin

Review Eternal Iran, Continuity and Chaos van Patrick Clawson en Michael Rubin

Met dit nieuwe geschiedenis boek van deze heren van het American Enterprise Institute (de denktank die zojuist Ayaan Hirsi Ali heeft aangenomen) wordt in 160 pagina’s de gehele geschiedenis van Iran beschreven. In tegenstelling tot veel andere landen in het Midden Oosten, wiens grenzen ooit door de Westerse koloniale machten zijn vastgesteld, is Iran al een 2500 jaar oude identiteit.

De geschiedenis van Iran begint in 559 v. Chr. met koning Cyrus die er in slaagt de verschillende stammen van Iran te verenigen tot een groot Perzies rijk. Het door hem gestichte Achaemenid rijk zou later in zijn hoogtij dagen een gebied omvatten waar nu Griekenland, Egypte, Afghanistan en Pakistan liggen. Latere heersers als Darius en Xerxes hadden zelfs nog bijna de kiem van de Westerse beschaving in Griekenland vernietigd.

De Iraniërs zijn trots op deze lange geschiedenis en dat verklaart volgens de schrijvers het Iraanse nationalisme. Dat ze in de geschiedenis vaak zijn overheerst door andere grootmachten verklaart ook hun buitengewone achterdocht naar het buitenland. De eerste overheerser waren de Arabieren waardoor Iran nu Islamitisch is. De Arabieren konden de Perzen verslaan doordat die daarvoor een uitputtingsoorlog met het Oost Romeinse rijk hadden gevoerd. Door de Perzen aan hun islamitische rijk toe te voegen kregen de Arabieren een eeuwen oude centralistisch bureaucratie kado waarmee ze hun veroverde gebieden konden besturen.

“When Islamic fundamentalists in Western Europe preach about the contribution of Islamic civilization of scientific knowledge, they are referring not to Arab domains, but rather to the embrace of the arts and sciences in the Iranian world. Arabia, birthplace of Muhammad, had long since become a backwater.” (P.20)


Door het moslim extremisme in Iran, zou je gemakkelijk kunnen vergeten dat de Iraanse identiteit uit nog meer bestaat dan de Islam. Want hoewel de mullah’s hun uiterste best doen om het tegendeel te bewijzen en alle geschiedenis van voor de Islam proberen uit te wissen, blijft de pre-islamitische geschiedenis een belangrijk onderdeel van de Iraanse identiteit. Zo wordt er tot op de dag van vandaag in de Islamitische republiek Iran nog steeds pre-Islamitische feestdagen gevierd.

De schrijvers van dit boek menen dan ook dat de Iraanse revolutie niet een logisch gevolg is van de geschiedenis van Iran. Volgens hen is er niet een geheel bevredigende verklaring te geven, anders dan dat Iran wel vaker de wereld, en zijn eigen bevolking verbaast doet staan. Volgens hen is de Islamitische revolutie dan ook een aberratie en zeker niet een diep verankerde stabiele toestand of een logisch gevolg van de geschiedenis van Iran.

Tijdens de beschrijving van de geschiedenis weerspreken de schrijvers ook veel mythen die zich rond de Islamitische revolutie hebben gevormd. Zo verwerpen ze het idee dat de Iraanse revolutie is gekomen omdat de Sjah wel de liberale oppositie onderdrukte maar niet de Islamisten. Want zo schrijven ze, de Sjah heeft wel degelijk hard opgetreden tegen de religieuze politieke oppositie. Voor de revolutie heeft hij ook nog aangeboden om samen met de liberale oppositie de modernisering voort te zetten. De liberale oppositie zag echter meer in samenwerking met Khomeini. Volgens de schrijvers, had de Sjah een sterk centralistisch staat opgebouwd, waarbij alle beslissingen bij hem uitkwamen, maar had hij vervolgens niet de wil en de kracht om de revolutie neer te slaan. Ook het idee dat de Sjah een vriend van het Westen was, lijkt niet terecht. Hij was dan wel een krachtig moderniseerder, met de doelstelling om Iran weer in zijn oude glorie te herstellen, maar hij is ook de eerste geweest die het oliewapen tegen het Westen heeft ingezet.

Overigens is het ook een misvatting te denken dat alle geestelijken Khomeini steunden in de revolutie. De meeste moskeeën waren in handen van conservatieve moslims die zich niet direct wilden mengen in de wereldlijke macht. Op dit ogenblik staat de geestelijkheid in Iran echter wel onder controle van de islamitische revolutionaire macht. Maar dat geldt niet voor de belangrijkste heilige plaatsen Najaf en Koefa, want die liggen in het huidige Irak. In deze heilige plaatsen, zetelen dan ook vele Iraanse moslim geleerden die nu onafhankelijk van de Iraanse revolutionaire macht hun ideeën kunnen verspreiden. Deze shitische heiligeplaatsen zullen, nu de soenitische Sadam de shitische bevolking niet meer zo kan onderdrukken, een stuk belangrijker worden. Dit moet de huidige islamitische mullah’s in Iran wel zorgen baren, want ook zij weten nog dat de laatste Iraanse revolutie ook daar begonnen is. Khomeini heeft, voordat hij naar Frankrijk werd verbannen, van uit deze heilige plaatsen in Irak, zijn revolutionaire ideeën kunnen verspreiden zonder last te hebben van de Iraanse staatscontrole.

Ook wijzen de schrijvers ons op het feit dat Iraanse hervormers niet perse democratische krachten hoeven te zijn. Zo had het Westen veel te hoge verwachtingen van Khatami. Dit kwam deels omdat men de aard van de Iraanse politiek en regiem niet goed interpreteerde. Khatami was dan al gevolg van het hervormingssentiment onder de Iraanse bevolking gekozen, maar hij zelf was geen hervormer. Hij wilde de islamitische republiek verbeteren en vooral niet de eenheid onder de klerken verstoren.

De schrijvers van dit boek benadrukken de potentiële instabiliteit van het huidige regiem en wijzen op de onrust en opstanden, die voortekenen kunnen zijn van een revolutie. Maar, waarschuwen ze, dit alles kan net zo goed leiden tot meer repressie en een soort schurkenstaat als Syrië.

Dit is een fraai boek voor iedereen die wat meer achtergrond kennis wil hebben over Iran en haar geschiedenis. In hoog tempo wordt je als lezer vlot door de geschiedenis van dit eeuwen oude land geleid. Een aanrader.


Michael Rubin @ AEI

Patrick Clawson @ Washington Institute


Besproken boek

Eternal Iran
Continuity and Chaos

Patrick Clawson and Michael Rubin
Palgrave Macmillan, November 2005
ISBN 1403962758
160 pagina's
Prijs: Amazon


Anderen over dit boek

“An essential guide to a country, and a foreign policy problem, that we ignore at our peril” – Rich Lowry, Editor, National Review

“Eternal Iran is a sophisticated and subtle book, a seamless narrative of Iranian history and contemporary politics. A book of careful scholarship, yet accessible to a wide readership. One of the best accounts of recent years on that important and problematic country.” – Fouad Ajami


Links
MERIA – Essay gebaseerd op boek
Conservatives Anonymous - Review
National Review – Q&A met de schrijvers
WAMU 88.5FM – Radio Show incl. Patrick Clawson
National Review – Article by Michael Rubin
AEI – Article by Michael Rubin


Tags: , , , , , , , , , , ,

Labels: , ,

 
» Lees verder



 
17 juni 2006

Menace in Europe

Boekbespreking Menace in Europe van Clair Berlinski

Why the continent's crisis is America's, too
Clair Berlinski

Boek review Menace in Europe van Clair Berlinski

Dit boek gaat over de crisis van Europa. Volgens Clair Berlinski een crisis die, in tegenstelling tot wat veel Amerikanen denken, ook van belang is voor hen. Een tegenwerkend en instabiel Europa met een interne markt die groter is dan die van de Verenigde Staten kan ook hen behoorlijk wat last bezorgen. Daarnaast is Europa ook een broedplaats voor islamitische extremisten. Dit leidt nu vooral nog tot aanslagen in Europa, maar dat deze terroristen van Europese bodem in de toekomst ook naar Amerika zullen komen, lijkt onvermijdelijk. Maar misschien nog wel het grootste gevaar zijn de ideeën uit Europa. Want die ideeën, die tot zoveel problemen in Europa leiden, zijn ook populair in de VS. Daarmee is de crisis in Europa een waarschuwing voor de Amerikanen. Als ook zij die ideeën blijven omarmen, dan is Europa met haar stagnatie en problemen, een blik in de toekomst van Amerika.

Maar laten we voor we het boek verder bespreken, eerst eens wat meer vertellen over de schrijfster. De 37 jarige Clair Berlinski is geboren in Californië maar bracht haar jeugd door in New York. Ze is een seculiere Joodse, wiens grootouders naar de Verenigde Staten zijn gevlucht om aan de vervolging van de nazi’s te ontkomen. Toch kiest ze, tot verbijstering van haar grootvader, voor een leven in Europa. Ze studeerde internationale betrekkingen aan Oxford en woont op dit ogenblik in zowel Parijs als Istanboel. Ze pendelt regelmatig tussen deze twee steden heen en weer. Als freelance journalist heeft ze gewerkt voor de Washington Post, National Review en de Weekly Standard. Ook heeft ze een spionage roman geschreven (Loose Lips) en binnenkort verschijnt een tweede roman van haar hand.

In Menace in Europe beschrijft Berlinski vele West Europese landen. Maar surprise surprise, ons landje komt als eerste aan de beurt. En hoe! Laat we daar dan ook maar eerst eens wat uitgebreider bij stil staan. Het is natuurlijk altijd interessant hoe men van uit het buitenland tegen ons aankijkt.

De eerste ‘eervolle’ vermelding die Nederland ten deel valt is ter illustratie van de impotentie van Europa. Want volgens Berlinski is het continent niet instaat haar eigen problemen op te lossen. Dat bleek bijvoorbeeld bij de Joegoslavië crisis. Want hoe is het toch mogelijk dat terwijl Nederlandse troepen in Srebrenica vluchtelingen beschermen, deze zelfde vluchtelingen worden afgeslacht zonder dat het Nederlandse leger ook maar een schot lost?

Er volgt nog meer, en Nederland wordt op de kaart gezet als een toch wel tamelijk laf landje. En wat is er toch met die Nederlandse tolerantie gebeurd? Waardoor is het in zijn hedendaagse geperverteerde vorm, toch steeds meer op lafheid gaan lijken? Want hoe kan het dat op een film festival met nota bene censuur als het thema, de film Submission na een paar dreigementen niet meer wordt vertoond? Volgens Berlinski is dit dezelfde lafheid die ook eerder, voor een andere totalitaire ideologie boog.

Als voorbeeld voor deze stelling neemt ze Anne Frank. In Nederland lijken sommigen de hulp aan Anne Frank te vereren als een soort nationaal symbool van onze goedheid tijdens de tweede wereld oorlog. En dat terwijl Anne toch echt door Nederlanders werd verraden. Wellicht maakte ook deze buren zich zorgen om hun eigen veiligheid. Het gevolg van dit verraad door Nederlanders was wel dat Anne en haar familie werden opgepakt en vergast. Dat dit beslist geen losstaand incident was, blijkt wel uit het feit er nergens anders in Europa tijdens de 2e wereldoorlog zo’n hoog percentage joden werden opgehaald als in Nederland. Ze wijst de lezer dan ook op de grote steun en sympathie die er in Nederland voor de Nazi’s was en hoe de Nederlanders, na de kristalnacht in Duitsland, de grenzen sloten voor joodse vluchtelingen. Over ons symbool van nationale eenheid, de Oranje clan, schrijft Berlinski het volgende:

“The Dutch royal family was surrounded by National Socialists. When the future queen, Princess Juliana, married a member of the Reiter-SS, Prince Bernhard zur Lippe-Biesterfeld, guests at the wedding party hailed the couple with nazi salutes” (P. 22).


Ook heden ten dage is Nederland nog altijd tolerant voor de verspreiders van totalitaire en antisemitische ideeën. De 'tolerante' houding naar de islamitische fundamentalisten doet Berlinski denken aan de appeasement politiek van voor de tweede wereldoorlog. Hoe lauw werd er niet gereageerd toen Dyab Abou Jahjah met zijn AEL naar Nederland kwam vraagt ze zich af? Interim AEL leider Jamal Jawad vroeg later om de vernietiging van Israël. En de kandidaat leider Mohammed Cheppiah (inmiddels een geziene TV persoonlijkheid) verklaarde homo’s te willen dood stenigen. AEL woordvoerder Naïma Elmaslouhi zei geen problemen te hebben met de leuze: “Hamas, hamas, alle joden aan het gas”. Het bewijs dat Berlinksi gelijk heeft, toont minister Pechthold maar weer eens aan, door uitgerekend op bevrijdingsdag in debat te willen gaan met het antisemitische AEL kopstuk Abou Jahjah.

Natuurlijk wordt ook de internationaal beruchte slachting van Theo van Gogh door moslims strijder Mohammed Bouyeri besproken. Volgens Berlinski trok vice-premier Gerrit Zalm daarop de logische conclusie dat we in oorlog waren met de moslim extremisten. Vol verbazing is ze dan ook over Femke Halsema en Job Cohen die verklaren niet gediend te zijn van dit soort ‘wij tegen zij’ retoriek. Dat uitgerekend Cohen hier over klaagt, bevreemdt Berlinski des te meer; want stond hij immers niet ook hun dodenlijst? Maar dat Marijnisse zelfs durft te beweren dat de terroristen door dit soort opmerkingen worden aangemoedigd, noemt ze helemaal dwaas. Ze raadt deze politici dan ook aan om eens het ‘wij versus zij’ gevoel te ervaren, door eens een jaartje onder de sharia te gaan leven. Bij voorkeur in één van de landen waar Ayaan Hirsi Ali vandaan komt. Als lezer denk je dan, nou deze Nederlandse politici kunnen zich toch maar weer mooi roemen op hun internationale bekendheid met deze vermelding in een Amerikaanse bestseller.

Veel minder voorzichtig en terughoudend dan met de terroristen was men daarin met Fortuyn. Die werd er volgens Berlinski valselijk van beschuldigd een soort bruinhemd te zijn. Over zijn moordenaar, Volkert van der Graaf, schrijft ze dat het idee dat hij dit gedaan zou hebben in het kader van zijn dierenactivisme, een belachelijk idee is. Fortuyn had nauwelijks een standpunt over dieren ingenomen. Volkert deed het ook zeker niet voor de buitenlanders. Hij had immers nog nooit iets voor andere mensen of immigranten in het bijzonder gedaan. Volgens Berlinski moeten we van der Graaf plaatsen in een lange rij psychopathische anarchisten die Europa al haar hele geschiedenis lang teisteren.

Berlinski kan maar niet begrijpen waarom Volkert, die maar weinig berouw toonde, niet de maximale gevangenis straf heeft gekregen. Ze maakt zich dan ook zorgen over een continent waar politici hun hele leven in een gevangenis cel moeten wonen en waar hun moordenaars daar niet bang voor hoeven te zijn.

Het geheel zal op de gemiddelde Amerikaan allemaal een beetje wereldvreemd over komen. Zeker als Berlinski daarna ook nog eens beschrijft hoe zelfs het 6e gebod in Nederland onderhevig is aan censuur. Want: “Gij zult niet doden” blijkt voor moslims en de burgemeester van Rotterdam, na de moord op Theo van Gogh, als opruiend te worden ervaren. En dus verwijderd de politie een muurschildering van een duif met het 6e gebod. Nog onbegrijpelijker zullen Amerikanen het vinden dat de politie vervolgens ook de video opnames van deze actie zomaar in beslag heeft kunnen nemen.

Berlinski gaat dan ook op zoek, waarom dit soort zaken in Europa kunnen gebeuren. Waarom zijn de Europeanen zo laf, waarom hebben ze geen hoop? Het verlies van hoop wijdt ze aan het verlies van religie en ideologie. Europa is immers, in tegenstelling tot de VS., nog nauwelijks Christelijk, en ook het socialisme heeft met de val van de muur niet meer die ideologische kracht die het ooit had. Daarvoor in de plaats is een soort pseudo religie gekomen met een politiek correcte code waarin tolerantie als hoogste deugd vóór alle andere deugden gaat. Verwijzend naar Eric Hoffer’s observaties, laat ze ook zien dat het anti-Amerikanisme en anti-globalisme de rol van religie voor een deel hebben overgenomen.

Ze bespreekt ook uitgebreid de opkomst van de radicale islam en de mislukte intergratie van moslims in Europa. Ook lezen we over een islamitische (ex)vriend en hoe hij de discriminatie in de UK ervaart. Hij blijkt een goede baan en vrouwen bij de vleet te hebben. Maar ondanks dat, heeft hij enorm veel woede in zich. Berlinski trekt geen echte conclusie, schrijft dat hij wel erg veel islam boeken had, maar ze lijkt toch vooral te denken dat het inderdaad de discriminatie is die de oorzaak is van zijn woede.

Wanneer ze de oorzaken van het moslim extremisme beschrijft, geeft ze als oorzaak het anti-occidentalisme. Ze vindt echter ook dat de mislukte intergratie en vervreemding een voedingsbodem voor dit extremisme zijn. Ze lijkt niet de stelling aan te hangen dat het de islam zelf is, die de intergratie belemmert. In ieder geval lijkt ze de oorzaak van de mislukte intergratie bij de Europeanen zelf te leggen (wij Amerikaanse doen dat veel beter).

Ook Frankrijk en de aard van de Fransen wordt uitgebreid besproken. De antisemitische aanslagen daar lopen de spuigaten uit. Maar in Marseille is dit veel minder, wat vermoedelijk te maken heeft met het beleid van de Joodse burgemeester daar. Berlinski noemt Marseille dan ook het voorbeeld hoe het wel moet in Europa. Maar al lezend zou je het idee kunnen krijgen dat dit misschien een tijdelijk en oppervlakkig succes is. Want enerzijds wordt er in Marseille een zero tollerance beleid tegen antisemitisme gevoerd maar anderzijds krijgt de islam en haar leiders er veel meer ruimte dan elders in Frankrijk. Als lezer zou je dan kunnen denken: levert dit op lange termijn werkelijk de gewenste samenleving op?

Een heel hoofdstuk wordt gewijd aan de culturele toestand van Duitsland, of eigenlijk vooral de culturele uiting zoals die door de rock band “Rammstein” wordt gedaan. Rammstein is de meest succesvolle muziek groep van Duitland, maar wel één met een verontrustende lading. Ze beschrijft de optredens van de band, vertaalt en verklaart hun teksten en heeft diverse interviews met de bandleden. Ze spreekt met hen over de betekenis van de muziek en hoe ze tegen de wereld aan kijken. Ze schetst een schrikbarend beeld van bombastische muziek, perverse teksten, het verheerlijken van het gevoel boven de ratio, het verheerlijken van geweld, de nazi mythologie en de grootsheid van Duitsland. Dit alles gecompleteerd met een stevig stukje Amerika haat. Was dit een marginale band geweest dan had men er de schouders over kunnen ophalen. Maar dit is de populairste band van Duitsland…

Het boek geeft vele interessante gezichtspunten op Europa. Maar het is op punten toch erg ongeloofwaardig. Wat moeten we bijvoorbeeld denken van het feit dat Berlinski de Europese geschiedenis van oorlogen en bloedvergieten als een speciaal en uniek onderscheidende eigenschap van Europa noemt? En dit vervolgens als waarschuwing voor de toekomst gebruikt. Dat lijkt toch wel een heel naïeve kijk op de wereld geschiedenis te zijn. Massamoord, slachtingen, invasies en veroveringen is iets dat in de geschiedenis van alle werelddelen is gebeurd. Bij alle rassen en door alle culturen. Daar is niets specifiek Europees aan. Je zou bijna denken dat ze een paar honderd jaar Amerikaanse geschiedenis één op één met een paar duizend jaar Europese geschiedenis aan het vergelijken is (en daarbij dan ook nog eens de bloedige Amerikaanse burger oorlog vergeet).

Dat neemt niet weg dat dit een interessant boek is, ondanks dat het niet geheel kan overtuigen, bevat het toch een hoop interessante gezichtpunten. Voor iedereen die Terwijl Europa Sliep van Bruce Bawer al heeft gelezen, is dit een leuk vervolg boek om te lezen.


Website: Claire Berlinski


Besproken boek
Menace in Europe
Why the continent's crisis is America's, too
Clair Berlinski
Crown Forum (February 28, 2006)
ISBN 1400097681
288 bladzijde
Prijs: Amazon.com


Anderen over dit boek

“Chilling, persuasive, and urgent. Most Americans prefer to think of ‘The Old World’ as charming, quaint, and irrelevant, but Berlinski shows why all of us need to worry about the harrowing dangers facing European civilization.” — Michael Medved, nationally syndicated talk show host

“Original, fascinating, and important. With deep knowledge and fresh insight, Berlinski shows how some of the problems swirling in Europe (such as nihilism and neo-Nazism) echo patterns from the distant past, while others (welfarism, childlessness, and Islamism) are novel. She warns non-Europeans: the region that nearly devastated the world in the twentieth century threatens again to inflict grievous damage in the twenty-first.” — Daniel Pipes, director of the Middle East Forum

“One of the wisest and most compulsively readable public intellectuals writing today, Berlinski presents a work of Orwellian foresight and Churchillian conviction that will tear a welcome hole in our complacency and teach us to rethink our political future.” — Norah Vincent, former Los Angeles Times op-ed columnist

“Serious, well researched—and riveting. More than a piercing alarm over Muslim radicalism in Europe, this thoughtful book takes us on a tour of the continent’s spiritual crisis. Berlinski weaves sociological insight and helpful historical analysis into accounts of everything from the sexual underside of immigration to the dynamics of assassination to Europe’s cities without children to its self-extinguishing tolerance.” —Stanley Kurtz, contributing editor at National Review Online


Anderen Reviews
Volkskrant - H.J. Schoo
National Review - Review
Macleans - Review by Mark Steyn
Washington Times - Review
The Advocate - Review
Guardian - Review
Financial Sense - Review by J. R. Nyquist
The Anti-Idiotarian Rottweiler - Review
Epinions - Review
View From the Right (Amnation VFR) - Review, Comment (1), Comment (2)
Israel Hasbara Committee - Abstract of FP interview
World News & Prophecy - Review
World News & Prophecy - Podcast
Frontpage Magazine - Review
Frontpage Magazine - Interview
Instapundit - Podcast interview
Right Wing News - Interview
Dr. Helen - Podcast interview


Artikelen van Claire Berlinski:
Washington Post - Paris Burning, Once Again (26 maart 2006)
Washington Post - It's History That's Tearing the E.U. Apart (Juni 2005)


Tags: , , , , , , , , , , ,

Labels: , , ,

 
» Lees verder



 
29 mei 2006

The American Era

Boekbespreking The American Era van Robert J. Lieber

power and strategy for the 21st century
Robert J. Lieber

Boek review The American Era van Robert J. Lieber

In dit boek, dat vrij vertaald ‘Het Amerikaanse tijdperk’ heet, beschrijft professor internationale zaken van de Georgetown universiteit, Robert J. Lieber, een buitenland beleid dat gebaseerd is op Amerikaanse leiderschap en militaire superioriteit. De door hem beschreven strategie sluit nauw aan bij de National Security Strategy (NSS) zoals die door de Bush-regering is geformuleerd.

Deze strategie is een breuk met het verleden, want met 9/11 is het pijnlijk duidelijk geworden dat het Westen een nieuwe dreiging het hoofd moet bieden. Met deze aanslag bleek dat terroristen massa slachtingen willen en kunnen aanrichten onder de Westerse bevolking op een schaal die niet eerder voor mogelijk werd gehouden. Overigens is Liebers argument subtiel. Hij laat zien dat er sinds 9/11 veel veranderd is, maar dat het huidige beleid historisch gezien ook weer niet zo uniek is als velen misschien denken.

Lieber pleit er in dit boek voor dat Amerika de politie agent van de wereld blijft en zo de wereld voor globale chaos behoedt. Er zijn mensen die liever zien dat de VN en niet Amerika deze rol vervult. Speciaal voor hen wordt Nederland gidsland al op pagina 35 genoemd. Daar beschrijft Lieber namelijk de daadkracht van de VN aan de hand van het optreden van de Nederlandse VN troepen in Srebrenica. Lieberman komt met meer voorbeelden en maakt een solide case dat de VN gewoonweg niet voor de stabiliteit en welvaart kan zorgen waar de VS op dit ogenblik over de hele wereld voor zorgt.

Ook voor de EU ziet hij geen grote rol weggelegd. De EU heeft zelf geen leger en de legers van de lidstaten zijn slecht geïntegreerd en hebben veel redundantie, wat de totale slagkracht van de EU nog minder doet zijn. Ook zijn de defensie budgetten een stuk lager dan die in de VS. Maar ook is de EU niet zo’n eenheid zoals sommige hopen dat ze is. Europa is verdeeld en heeft is dan ook niet instaat een samenhangend buitenlandbeleid te formuleren.

Sinds de val van het communisme is de dreiging uit het oosten veel kleiner geworden en zijn de anti Amerikaanse geluiden uit Europa luider geworden. Sommige landen in Europa, met name Frankrijk, willen graag een macht in oppositie tot Amerika vormen. Maar, zo laat Lieber zien, Europa is daar gewoon weg niet toe instaat en er zijn ook geen goede partners om dat mee te bereiken. Maar meer fundamenteel, de VS en de EU staan cultureel dichter bij elkaar dan welk ander werelddeel dan ook en zijn daarnaast ook nog eens elkaars grootste handels partners.

De oppositie van de EU neemt Lieber dan ook niet al te serieus. Het huidige streven om de VN een grotere rol te geven ziet hij op twee manieren. Enerzijds ziet hij Europeanen die het Europese integratie model projecteren op de rest van de wereld, maar die daarmee voorbij gaan aan de anarchistische aard van de rest van de wereld. Anderzijds ziet hij dit als een manier om de VN als een soort guillivers web tegen de macht van de VS in te zetten.

Ook worden het middel van preventieve aanval en de oorlog in Irak uitgebreid besproken.

“The absence of WMD stockpiles represented a serious failure for the major intelligence agencies and had damaging political repercussions, though this does not mean that the WMD issue was baseless. Saddam, after all, not only had possessed WMD, but had used them and confirmed the existence of his programs to the UNSCOM inspectors in 1991. In 2003 following the war, the Iraq Survey Group (ISG) established by the coalition discovered a program to develop long-range missiles. David Kay, who headed the ISG, reported that his team had discovered “dozen of WMD related program activities and significant amounts of equipment that Iraq concealed from the U.N. during the inspections that began in late 2002”. Iraqi scientists and senior government figures also told the ISG that Saddam remained firmly committed to acquiring nuclear weapons. And Kay concluded that “Iraq was in clear violation of the terms of resolution 1441”. (P. 139)


Lieber beschrijft ook hoe Amerika een stabiliserende invloed heeft op de Aziatische regio. De meeste landen in de regio erkennen dit dan ook en komen daar niet tegen in verzet. Mocht de VS zich terug trekken uit Azië dan zou dit waarschijnlijk een wapenwedloop tot gevolg hebben, met als resultaat meer instabiliteit in de regio. Dat zou dan ook strategische en economische schade toebrengen aan Amerika. Want de landen in Azië zijn voor hen belangrijke handelspartners van goedkope producten, waardoor de inflatie in de VS onder controle blijft. Maar ook het enorme tekort op de handelsbalans met deze landen, waardoor deze landen enorme dollarreserves aanhouden, schept een afhankelijkheid. Mochten deze dollarreserves plotseling op de markt komen, dan zou dit alle partijen een enorme schade berokkenen.

Maar hoewel Amerika over de gehele wereld een positieve en stabiliserende rol heeft, is er toch veel anti Amerikanisme. Volgens Lieber wordt dit voor een groot deel veroorzaakt door de globalisering en de afgunst op de Amerikaanse overmacht. Door de globalisering worden veel samenlevingen geconfronteerd met de moderniteit, wat deze samenlevingen ontwricht en woede oproept. Deze moderniteit komt uit het westen en dus is de leider van de moderne wereld, Amerika, de kop van jut.

Met name de Arabische- en islamitische werelddelen slagen er niet in te moderniseren. Deze landen gaan veelal gebukt onder autocratische en corrupte regiems die goed opgeleide inwoners veelal uitsluiten van de macht. Daardoor krijgt de alternatieve islamitische identiteit, zoals die door de terroristen als alternatief op de moderniteit wordt geboden, extra aantrekkingskracht. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat deze falende overheden, het antisemitisme en anti-Amerikanisme aanwakkeren om het eigen falen te maskeren.

Hoewel het anti-Amerikanisme (ook in Europa) inmiddels groteske vormen heeft aangenomen, moet het volgens Lieber toch in perspectief gezien worden. Er is immers geen coalitie tegen de VS opgestaan. Blijkbaar wordt het alternatief, waarbij het leiderschap van de VS ontbreekt, door iedereen als nog minder gewenst gezien.

Het boek onderbouwd en verdedigd de strategie die aan het beleid van de Bush-regering ten grondslag ligt. Maar dat betekent niet dat de schrijver de uitvoering van deze zelfde Bush-regering niet bekritiseert. Zo vindt Lieber o.a. een beter diplomatiek optreden gewenst. Niet dat dit nu direct de oorzaak van het anti-Amerikanisme is, maar het onnodig tegen de haren instrijken van andere is contra productief, aldus Lieber.

Dit boek bied een heldere analyse van het Amerikaanse buitenlandbeleid, met aandacht voor de kritiek op dit beleid. Dit zeer leesbare boek is een aanrader voor supporters en critici van het huidige Amerikaanse buitenlandbeleid.


Besproken Boek
The American Era
power and strategy for the 21st century
Robert J. Lieber
Cambridge University Press (September 12, 2005)
268 Blz. Prijs: amazon.com

Website - Robert J. Lieber (CV)

(video) US State department webcast with Dr. Robert Lieber


Anderen over dit boek

"This may be the best book on American foreign policy written since Sept. 11. Robert Lieber is a scholar with deep insight, broad knowledge, and, what is lacking in most discussions of world affairs today, common sense. Anyone thinking seriously global affairs today and in the coming years should begin with this smart and sober work." —
Robert Kagan

a brief but compelling review of American foreign policy over the last five years, and pretty much demolishes the idea that we are roundly hated or that we are culpable for various alleged sins. A sober and very readable account by a Georgetown University scholar whose intellectual integrity and knowledge shine through on every page. — Victor Davis Hanson

"Distracted by the red-hot partisan debate over Iraq, one can easily lose sight of the underlying strategic imperative that now guides American foreign policy. Robert Lieber's The American Era: Power and Strategy for the 21st Century serves as an invaluable primer on the nature of that imperative, outlining in a comprehensive but accessible fashion the continuing need for American global leadership." — Gary Schmitt, The Weekly Standard

"With its powerful thesis and compelling arguments, Robert Lieber's The American Era is destined to become a key text in the global debate about American foreign policy." — Michael Mandelbaum

"Robert Lieber has written a first-rate book...A work of scholarship, yet accessible to a wider readership, a work of judgment, yet anchored in the data and the objective world...a book of quality by a scholar of genuine depth and authority." — Fouad Ajami

"[The American Era is ] a wonderful, elegant and compelling analysis in every respect... It will become compulsory reading on my Masters US Foreign Policy course next year and, I believe, should be read - and hopefully understood! - by anyone interested in American foreign policy. It really represents a magnificent achievement and is a work of exemplary scholarship. I hope and trust it receives the positive impact, reviews and sales that it thoroughly deserves." — Robert Singh (University of London)

"Mr. Lieber's book gives a comprehensive and in-depth explanation of the foundations for the strategy and actions of the administration, of interest to its supporters. At the same time, the book will compel critics to consider the best arguments that can be made for the administration's international policies." — The Washington Times


Anderen reviews:
Weekly Standard - Pax Americana
Washington Times - The case for U.S. power
Washington Post - Joseph S. Nye Jr.


Tags: , , , , , , , , , ,

Labels: , ,

 
» Lees verder




Leestafel.blogspot.com
Op de leestafel zullen regelmatig boek impressies worden gepubliceerd van zowel Nederlands als Engelstalige non-fictie boeken. Aangezien er jaarlijks een enorme hoeveelheid boeken wordt uitgegeven is het altijd moeilijk om daar de relevante en interessante boeken tussenuit te vissen. Met deze leestafel hoop ik dan ook andere aan goede boeken ideeën te helpen. – Ferdinand

"After two generations without war, Europeans have no idea what an enemy is." -- Ayaan Hirsi Ali
Eerdere artikelen
The secret war with Iran
De Grondleggers
The Reluctant Communist
Weg uit de islam
Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten
Eurabia
Liberal Fascism
Het Recht Om Ex-Moslim Te Zijn
Koran
The Suicide of Reason
<< Nieuwste artikelen
Archief
januari 2006 / februari 2006 / maart 2006 / april 2006 / mei 2006 / juni 2006 / juli 2006 / augustus 2006 / september 2006 / oktober 2006 / november 2006 / december 2006 / januari 2007 / juni 2007 / juli 2007 / augustus 2007 / september 2007 / januari 2008 / maart 2008 / augustus 2008 / september 2008 / november 2008 / huidige

XML Atom Feed   Bookmark
Leestafel Reviews
The Secret War with Iran
De Grondleggers
The Reluctant Communist
Weg uit de islam
Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten
Eurabia
Liberal Fascism
Het Recht om ex-moslim te zijn
The Suicide of Reason
De Historische Mohammed
Het Slapende Leger
Te gast bij de Ayatollah
Nieuwe inleiding tot de islam
The Future of the United Nations
War Made New
Londonistan
The Truth about Muhammad
Beschaving of wat er van over is
Mijn vrijheid - Ayaan Hirsi Ali
The Retreat of Reason
Ripples of Battle
Na Saddam
Eternal Iran
Buitengesloten
Why I Am Not a Muslim
Menace in Europe
The American Era
De Chinacode ontcijferd
Terwijl Europa Sliep
Carnage and culture
De aanvallen op Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali
Neoconservatism: why we need it
Islam en christendom
Allah & Eva
Aan de grenzen van het Amerikaans Imperium
How Babies Talk
De Historische Mohammed

Boeken lijsten
Victor Davis Hanson - Why study war?
Thomas Sowell - Suggested Readings
Walter E. Williams - Book Recommendation List
National Review - 100 best non-fiction
U.S. Army Professional Reading List
Command and General Staff College
ISI forum
Recensies
Boek Recensies
Peter van Maanen
Town Hall
Military Ink
NDU - Professional Military Reading Lists
chicagoboyz Military Book Suggestions
Required Counterterrorism Reading List
Links
Mijn favorieten links kan je nu vinden bij del.icio.us.

Return links
Klein Verzet Blog
Kayce's Korner
Nep Nederlander
A Deeper Look
(Plaats een link naar de leestafel en ik plaats hier een link terug)

Add to Technorati Favorites

Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet